NRC checkt: ‘Journalisten verlaten het vak, omdat ze het te riskant vinden’

Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer zei dat in een uitzending van Nieuwsuur.

Kapotte ramen nadat de uitgever van Panorama en Nieuwe Revu was beschoten. Foto Robin Utrecht/ANP

De aanleiding

Nadat een Volkswagen Caddy de gevel van De Telegraaf was binnengereden, besteedde ook Nieuwsuur aandacht aan bedreigde journalisten.

Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer kwam in de uitzending van 26 juni aan het woord, via een videoverbinding vanuit Luxemburg. Voor een boekenkast vertelde hij dat er de afgelopen tien jaar een „verdubbeling is van de ervaring van dreiging” bij journalisten. „Wat veel minder zichtbaar is: gewoon goede journalisten verlaten het vak, omdat ze het te riskant vinden voor hun privéleven.” Dat checken we.

Waar is het op gebaseerd?

Brenninkmeijer onderzocht bedreigingen van Nederlandse journalisten. Samen met criminoloog Marjolein Odekerken hield hij een enquête, onder 638 journalisten. Het verslag, dat vorig jaar werd gepresenteerd, heet Een dreigend klimaat. Van de ondervraagde journalisten zegt ruim de helft te maken te hebben met bedreigingen, 22 procent zelfs dagelijks. Het gaat om uiteenlopende vormen van dreiging: fysiek, via sociale media en juridisch, bijvoorbeeld met rechtszaken.

Het onderzoek laat ook zien dat dreigen werkt. Journalisten zijn voorzichtiger en terughoudender geworden. Ze vermijden locaties, of bepaalde onderwerpen. Ze breken reportages af, schrappen publicaties, trekken zich terug van sociale media.

Maar in het onderzoek staat níét dat journalisten daadwerkelijk hun baan opzeggen na dreiging.

En, klopt het?

De uitspraak van Brenninkmeijer lijkt te contrasteren met de misdaadjournalisten die in de Nieuwsuur-uitzending aan het woord komen. Zij zeggen dat ze verwachten dat de aanslagen voorlopig niet stoppen, maar dat ze toch zullen doorgaan met hun werk.

Parool-journalist Paul Vugts, die onlangs zelfs moest onderduiken: „Volgens mij moeten we gewoon ons werk doen.” Ook Jens Olde Kalter, journalist bij tijdschrift Panorama, zegt „gewoon door te gaan” met zijn werk. Vorige maand werd er een raket door het raam geschoten van het pand waarin zijn redactie zit.

Op de voorpagina van De Telegraaf stond een dag na de aanslag in de bekende Telegraaf-letters: „Wij zwijgen NOOIT.” Eronder: „Redactie juist vol strijdlust.” De misdaadjournalisten zeggen desgevraagd geen collega’s te kennen die onder druk zijn gestopt. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Allereerst: afhakers komen niet in zijn onderzoek voor, omdat dit juist is uitgevoerd onder journalisten die nog werkzaam zijn, zegt Alex Brenninkmeijer aan de telefoon.

Maar verhalen van afhakers zijn er wel degelijk, zegt hij, op basis van „jarenlange ervaring”. Journalisten die hun vaak onzekere bestaan als zelfstandige inruilen voor een „relatief veilige baan in de voorlichting”. Alleen vertrekken zij vaak in stilte. Cijfers daarvan zijn er niet: „Als u mij vraagt of ik empirisch bewijs heb, waaruit blijkt hoeveel journalisten er gestopt zijn, kan ik dat niet geven.”

Iets soortgelijks zegt Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Volgens hem zijn er twee waarheden. De ene is wat journalisten in het openbaar zeggen, over waarom ze stoppen met hun werk als journalist. Wat ze vertrouwelijk zeggen, is de tweede. Hij kent ook de verhalen van journalisten die het vak verlieten omdat ze de druk niet meer aankonden. Maar journalisten die daar ook openlijk over willen praten, kent hij dan weer niet.

Conclusie

Nederlandse journalisten ervaren steeds vaker dreiging. Uit allerlei hoeken: van advocaten van grote bedrijven tot de criminele hoek. Dat blijkt uit onderzoek. Maar onderzoeken die aantonen dat journalisten om die reden met hun werk stoppen, zijn er niet. We beoordelen de stelling als niet te checken.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Romy van der Poel