NRC Checkt: ‘Nederland zorgt al zeventig jaar voor Amerikaanse oorlogsgraven’

Dat schreef D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold op Facebook.

Begraafplaats Margraten tijdens de jaarlijkse Memorial Day. Foto Martijn Beekman

De aanleiding

Voorafgaand aan de ontmoeting van premier Rutte met president Trump, op 2 juli in Washington, zette D66-leider Alexander Pechtold een bericht op zijn Facebookpagina over het bondgenootschap tussen de Verenigde Staten en Nederland. Om te benadrukken dat er tussen beide landen historisch een „sterke band” bestaat, schreef hij onder meer: „Nederland zorgt al zeventig jaar voor de oorlogsgraven van de Amerikanen die ons hebben bevrijd.” Op Twitter struikelde opiniemaker Sywert van Lienden over de bewering van Pechtold; volgens hem klopte die niet. Er is één begraafplaats voor Amerikaanse militairen in Nederland: in Margraten, Zuid-Limburg. En die zou niet door Nederlanders onderhouden worden. We zoeken uit hoe het precies zit met de begraafplaats.

Waar is het op gebaseerd?

Navraag bij de woordvoerder van Pechtold leert dat hij in het bericht doelde op de „individuele Nederlanders” die voor de oorlogsgraven zorgen via een adoptieprogramma – waarover zo meer. Omdat het bericht de suggestie wekte dat de Nederlandse staat verantwoordelijk is voor het beheer, zegt de woordvoerder nu, werd de tekst op de Facebookpagina veranderd in: „Sinds die erkenning [van de Amerikaanse soevereiniteit, red.] is onze band alleen maar sterker geworden. Denk aan de Amerikaanse oorlogsgraven in Margraten.”

En, klopt het?

Op 10 november 1944 werd de eerste Amerikaanse soldaat in Margraten begraven. Na de Tweede Wereldoorlog werd het terrein door de Nederlandse staat voor de eeuwigheid in bruikleen gegeven aan de Amerikanen. Er liggen 8.301 Amerikaanse militairen begraven, nog eens 1.722 vermiste soldaten worden herdacht op een herdenkingsmuur. De begraafplaats is nog steeds Nederlands grondgebied, vertelt Hans Sanders van de gemeente Eijsden-Margraten, maar het beheer is in handen van de Amerikaanse overheidsinstantie American Battle Monuments Commission (ABMC). Die draagt zorg voor Amerikaanse oorlogsgraven in binnen-en buitenland. Ook financieel dus. De dagelijkse leiding van de begraafplaats is eveneens in Amerikaanse handen – van een zogenoemde superintendent en zijn assistent, vaak oud-militairen. Ze worden bijgestaan door een native speaker. Dat is de Nederlander Frenk Lahaye, die toen hij 27 jaar geleden voor de organisatie kwam werken zijn haar nog kort moest knippen. Zij sturen nog eens vijftien Nederlanders aan die het terrein onderhouden – het gras maaien, de heg snoeien en de graven schoonhouden.

En dan is er dus nog het adoptieprogramma, dat is van de Stichting Adoptie Graven Amerikaanse Begraafplaats Margraten, en staat los van de ABMC. De inwoners van Margraten namen daartoe al in het laatste jaar van de oorlog het initiatief, uit dankbaarheid voor hun bevrijders. Nederlanders kunnen via het programma een graf ‘adopteren’. Het is de bedoeling dat zij een paar keer per jaar het hun toegewezen graf bezoeken en er bloemen leggen, onder meer op Memorial Day. Veel adoptanten onderhouden volgens Lahaye ook contact met de familie van de gesneuvelde soldaten, familie die zelf vanwege de afstand niet zomaar langs kan komen. Het is een populair initiatief; er is een wachtlijst van vierhonderd mensen.

Conclusie

Het beheer van de begraafplaats is in handen van een Amerikaanse overheidsinstantie, en niet van de Nederlandse staat. Maar Nederlanders zijn wel degelijk betrokken bij de, laten we zeggen, spirituele zorg voor de graven. Dat Nederland al zeventig jaar voor de oorlogsgraven zorgt, beoordelen we als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt

    • Annemarie Sterk