Minimaal een ton verspeelde hij met gokken

Gokken Marco Smit (53) was dertig jaar verslaafd aan gokken. Op ‘de ergste dagen’ pinde hij wel vijftien keer. Nu helpt hij andere gokverslaafden met stoppen.

Marco Smit was continu bezig te zorgen dat dingen niet uitkwamen. “Dat kostte zo veel energie, die heb ik nu over.” Die energie stopt hij nu in soep maken, “groenten snijden vind ik rustgevend”. Foto Lars van den Brink

Spelen om geld, dat heeft hij van zijn oma en zijn vader. Zij speelden zwarte lotto, gokten in de kroeg of kaartten thuis met vrienden om de pot. Als Marco Smit (53) als kleine jongen bij zijn oma ging logeren, had ze een vaas vol dubbeltjes, kwartjes en stuivers – de inzet als ze gingen klaverjassen. „Kaarten is leuk, zei mijn oma, maar het moet wel ergens om gaan.” Bij knikkeren ging het Smit ook niet om het spel.

Toen leek dat allemaal nog onschuldig, kinderspelletjes. Maar hij zou verslaafd raken aan gokken, ruim dertig jaar lang. „De laatste tien, vijftien jaar wist ik dat ik een probleem had. Maar weten en er wat aan doen: daar zit een wereld tussen.”

De eerste keer dat hij een muntje in een fruitautomaat gooide, was hij 15 jaar. Het geld dat hij verdiende met zijn krantenwijk en de fooien die hij ophaalde met de nieuwjaarskaartjes, stopte hij in een gokkast in een snackbar in Amersfoort. „Ik moest wachten op de frituur en dacht: laat ik het proberen.”

Dat was het begin, later is hij „vol gas gegaan”. Hij wist precies welke snackbars een gokkast hadden en hoe vol met geld ze ongeveer zaten. Hij werd bijgelovig: „Dan kreeg ik een ingeving dat het mijn geluksdag was en dat ik naar een bepaalde kast moest omdat die vandaag zou uitbetalen. Dat is de verslaving die praat.”

Naast de drang om drie kersen, citroenen of watermeloenen op een rij te zien, kaartte Smit op de middelbare school om geld. „In elke pauze of vrij uurtje gingen we toupen, tot wel 100 gulden per potje.” Best veel geld voor een scholier, hij betaalde het van zijn bijbaan in een warenhuis. „Als ik het eerste uur vrij had, begonnen we om half tien al in café ’t Hoekje in Amersfoort.” In die periode leende hij weleens geld van klasgenoten en had hij voor het eerst financiële problemen.

Dat werd erger toen hij in de twintig was en samenwoonde met Henneke, met wie hij is getrouwd. „Met een machtiging die ik had vervalst, haalde ik geld van haar rekening. Dat was de eerste keer dat ik over grenzen ging.”

Ik lag naast haar als ze ‘n kalmeringspil nam en wist dat ik haar stress veroorzaakte

Marco Smit

Langzaam begon een dubbelleven. Liegen, manipuleren, de post onderscheppen, zodat zijn vrouw zijn uitgaven niet zag. „Ik kopieerde bankafschriften naar Word en haalde bedragen eruit die ik had opgenomen.” Hij leende 5.000 euro van een vriend en gaf de auto van Henneke als onderpand. Als er een deurwaarder op de stoep stond, zei hij tegen haar: ik regel het wel. Als ze later om uitleg vroeg: „Het gaat om een uit de hand gelopen parkeerboete.” Of: „Ik heb mijn zorgverzekering niet betaald. Het is een misverstand”. Doordeweeks reed hij langs huis voor de post, zaterdag zocht hij de postbode op in de wijk. „Ik was continu bezig te zorgen dat dingen niet uitkwamen. Dat kostte zo veel energie, die heb ik nu over.” Dat hebben meer ex-verslaafden, zegt hij. Hij stopt nu energie in soep maken, „groenten snijden vind ik rustgevend”.

Vijftien keer pinnen

Na de meao ging hij werken, eerst bij een koeriersdienst, later als accountmanager van leaseauto’s. Zijn baan in de buitendienst – altijd onderweg – kon hij goed combineren met zijn verslaving. „Naarmate ik meer verdiende, ging de inzet omhoog. Het is net als met drugsgebruik, je hebt steeds meer nodig om dezelfde rush te ervaren.” Soms pinde hij tien tot vijftien keer per dag, 100 tot 200 euro per keer. „Ik had alerts ingesteld op mijn telefoon. Als mijn salaris of de kinderbijslag werd gestort, kreeg ik een melding.” Steeds nam hij zich voor: ik probeer het met 100 euro en daarna ga ik weg. „Dat is me nooit gelukt. Je weet bij gokken niet of je zult winnen of verliezen. Die spanning is onderdeel van de verslaving. De woede die je voelt als het niet lukt, is ook adrenaline, dus je blijft spelen.” Ook toen zijn vrouw angst voor de postbode kreeg en paniekaanvallen door de deurwaarders. Ze ging naar de huisarts voor Seroxat – zelfs toen stopte hij niet. „Ik lag naast haar in bed als ze een kalmeringspil nam en wist dat ik de oorzaak was van haar stress.”

Lees ook: Verslaving is volgens deze vier wetenschappers een hersenziekte

Hij heeft niet bijgehouden hoeveel hij heeft verspeeld, maar hij denkt minimaal een ton. „Vooral de laatste jaren ging het hard. Je denkt heel lang: als dit of dit gebeurt, dan stop ik. We gingen een huis kopen, dat was in een periode dat ik wat minder speelde. Dat is zo’n mooie gebeurtenis om naartoe te leven, dan stopt het gokken wel. Maar het stopte niet. Trouwen: het stopte niet. Zelfs toen ik een kind kreeg en mijn vrouw en zoon een nacht in het ziekenhuis moesten blijven, stopte ik onderweg naar huis bij een gokkast. Dat was in 2005. Vanaf dat moment heeft het nóg tien jaar geduurd.”

Als Smit veel verloor op een dag, voelde hij de pijn niet, maar euforisch was hij ook nooit. „Als je 2.500 euro wint, denk je alleen maar: dan kan ik ook 5.000 winnen. Gokkers denken ook altijd dat ze al het geld dat ze ooit hebben verloren, kunnen terugwinnen. En dan stoppen.”

Maar gokkers stoppen vrijwel nooit uit zichzelf, zegt hij. Ze worden ontmaskerd of gaan rock bottom. Bij hem gebeurde dat drie jaar geleden, op vrijdag de dertiende. Henneke kreeg een brief dat de hypotheek niet volledig was afgeschreven. Ze belde met de bank en zij zeiden: aan het opnamegedrag zien we dat uw man gokt. „Als je bij casinoketen Fairplay pint, staan er drie kruisjes op het transactieoverzicht. Dan weten ze bij de bank hoe laat het is. Dat mogen ze niet zeggen, maar ik neem het ze niet kwalijk.”

Henneke had natuurlijk al eerder vermoedens, maar tot dan toe had hij altijd keihard ontkend. Soms charmant, soms agressief. Waarom nu niet? „Het web van leugens kon ik niet meer in stand houden. Het vrat me op.”

Zijn vrouw was woedend, wist niet of ze bij hem wilde blijven. Ze meldde hem aan bij een zelfhulpgroep gespecialiseerd in gokverslaving. Hij zag op tegen de groepssessies die hij kende uit Amerikaanse films, ‘AA-meetings’. Toch werkten die bijeenkomsten. „Die herkenning, dat je weet: ik ben niet de enige die dit heeft gedaan. Vanaf dat moment kwam er een gevoel van rust over me heen.”

Zijn vrouw beheert nu zijn financiën en zorgt dat zijn schulden („nog 3.000 euro aan een familielid”) worden afgelost en dat de hypotheek kan worden afgeschreven. Met haar gaat het ook beter: geen kalmeringspillen meer.

Smit heeft nu drie jaar geen muntje in een fruitautomaat gegooid. „Ik heb een pinpas waarmee ik een broodje haal en kan tanken en dat bevalt me prima.”

Schop onder de kont

Hij zegde zijn baan op en werkt nu vanuit zijn eigen bedrijfje als ervaringsdeskundige in de verslavingszorg. Hij begeleidt – samen met degene die hem ervan af hielp – in een specialistische GGZ-instelling gok- en gameverslaafden bij het afkicken. Hun aanpak is directer dan bij andere instellingen, zegt hij. „Ik weet uit ervaring: een schop onder de kont voelen gokverslaafden niet, die schoen moet de kont in. Je moet pijn voelen om in beweging te komen.”

Lees ook: Hoe casino’s een gokverslaafde richting de afgrond duwen

Gokkers komen afspraken niet na en vertonen uitstelgedrag – dat weet hij. Als een cliënt zegt dat hij deze week gaat bellen voor een schuldregeling, zegt Smit: bel nu maar. „Bij ons krijgen ze geen kans om smoesjes te verzinnen.” Wat zij volgens hem ook anders doen: de omgeving actief betrekken bij de therapie. „Wij leren familie en vrienden signalen van een terugval herkennen. Als een gokverslaafde bijvoorbeeld weer drang krijgt om te spelen en dat deelt met iemand in zijn omgeving, dan heeft diegene geleerd wat hij kan doen om de drang te laten zakken. Soms is het heel simpel, een luisterend oor kan al genoeg zijn.”

Hij is geen vrienden kwijtgeraakt sinds zijn ‘coming-out’. „Met de meesten is de band juist sterker geworden. Gesprekken zijn minder oppervlakkig. Als ik praat over mijn verslaving, krijg ik gauw verhalen terug. ‘Ik drink weleens te veel’. Of: ‘mijn relatie loopt niet lekker’. Of: ‘financieel hebben we het zwaar’. Overal speelt wel iets.”

    • Carlijn Vis