Recensie

Levensecht meesterwerk of gênante obsessies?

Arthouse Gevierd regisseur Abdellatif Kechiche geeft zijn erotische obsessies ruim baan in ‘Mektoub, My Love’. De film is moeilijk los te zien van alle ophef rond voorganger ‘La vie d’Adèle’.

Terug naar de kust in badplaats Sète in ‘Mektoub, My Love’.

Het is een zeer persoonlijke film geworden, Mektoub, My Love: Canto Uno. Een soort ‘Bildungsroman’, volgens regisseur Abdellatif Kechiche, met zijn alter ego in de hoofdrol. Maar ook een opgeheven middelvinger naar criticasters.

Mektoub, Arabisch voor bestemming, is vintage Kechiche. Dat wil zeggen: drie uur lang en doordrenkt van een levendig, aanstekelijk soort naturalisme. De film is losjes gebaseerd op een roman, maar Kechiche heeft de held helemaal naar zijn hand gezet: Amin, een fotograaf en aspirant-filmmaker die anno 1994 in de zomervakantie terugkeert naar badplaats Sète. Daar is het direct raak: als Amin bij jeugdvriendin Ophélie langsgaat, bespiedt hij haar door een ruitje tijdens een stomende neukpartij met zijn oversekste kameraad Toni. Of meer: van bil gaat, want de camera dwaalt telkens, en bepaald niet steels, af naar Ophélies monumentale onderstel.

Waarna we getuige zijn van drie uur lang flirten, zwetsen, dansen en strandplezier, en van melkmeisjes op een schapenboerderij die wellustig uiers kneden. Amin blijft een voyeur, te bleu om aan deze bronstige reidans deel te nemen, zelfs als een prachtige vrouw zich aan zijn voeten werpt. Ophélie is zijn geheime liefde, zij ziet Amin meer als beste vriend.

De levensvreugde spat van deze zoele zomeravonden af, maar Kechiche lijkt zijn jonge actrices deels te hebben geselecteerd op lichaamstype: mollig, volle borsten, brede heupen. De grande finale in een discotheek is eindeloos paaldansen, droogneuken en twerken, al was dat in 1994 nog niet echt in de mode. Een bips-o-rama.

Het maakt Mektoub, My Love tot een lastige film. Kechiche tovert opnieuw een ‘slice of life’ tevoorschijn, echt en ongekunsteld. Maar ondergraaft dat naturalisme door bokkig zijn nogal geile ‘male gaze’ te benadrukken. Dat schuurt: de filmpers reageerde verdeeld. Naturalistisch meesterwerk of etalage voor de „gênante obsessies” van Kechiche?

Kan beide ook? Mektoub, My Love valt moeilijk los te zien van de vorige film van Kechiche, La Vie d’Adèle. Kechiche was al gevierd om zijn echte films met echte mensen. Een Tunesisch feest op een restaurantboot (La graine en le mulet), de hellegang van ‘Hottentot Venus’ Saartjie Baartman, lijdend voorwerp van geile, racistische blikken op Victoriaanse freakshows (Vénus noire). Maar de fenomenale lesbische romance La Vie d’Adèle bezorgde Kechiche in 2013 een Gouden Palm. Een „kort moment van verrukking”, zei Kechiche achteraf. Gevolgd door „vernedering en ontering”.

Tiran en manipulator

Want naast de preutse Angelsaksische pers vielen feministen over een verhitte lesbische seksscène van zes minuten, en wellicht ook over het feit dat kleuterleidster Adèle na haar liefdesverdriet over de arrogante kunstenares Emma weer in veilige heteroseksuele haven terugkeert. Maar belangrijker: ook actrice Léa Seydoux (Emma) keerde zich tegen Kechiche. Ze noemde hem een tiran en een manipulator die vloekte en schold op de filmset. Hij was een ‘stofzuiger’ die zijn actrice emotioneel leegzoog tijdens een uitputtingsslag van vijf maanden. Zes uur lang een orgasme moeten faken: Seydoux voelde zich na afloop vies, een prostituee.

Nu is Léa Seydoux niet zomaar een actrice: zij is een prinses van het Franse filmestablishment. Opa Jérôme is voorzitter van Pathé, oudoom Nicolas is voorzitter van Gaumont, oudoom Michel is filmproducer. Logisch dat Kechiche het gevoel had dat het witte, Franse establishment hem uitkotste, dat een Frans-Tunesische outsider zijn plaats kennelijk moet kennen.

Seydoux’ kritiek was extra pijnlijk omdat het de magische filmwereld van Kechiche zo effectief onttovert. Als kijker vermoed je een ontspannen, spontane filmset met alle ruimte voor improvisatie: het moet toch haast wel echt zijn als het er zo echt uitziet? Nee dus: het naturalisme van Kechiche is de vrucht van forceren, keihard werken, psychologische spelletjes. Bij de fameuze seksscène van La Vie d’Adèle kan je nu alleen nog maar twee gegeneerd zwoegende actrices zien, en een bullebak die naast hun bed schreeuwt dat ze wat vuriger hun bekkens tegen elkaar aan moeten wrijven.

Geen wonder dat Kechiche geen interviews doet over Mektoub, My Love. Hij stelt zich in zekere zin kwetsbaar op: vragen kunnen zeker na deze film alleen nog maar gaan over zijn regiestijl en ‘gênante obsessies’. Kechiche stelt in een zeldzaam gesprek met Le Monde dat „een scheppend kunstenaar vrouw noch man is”. Dat is een gotspe: hij geeft zijn criticasters zijn ‘male gaze’ provocatief voor de kiezen.

Elke filmkijker is een voyeur, zo luidt een cliché. Maar Kechiche zet zijn camera zo vaak zo laag dat we ons een betrapte voyeur voelen. Daarom is Mektoub, My Love maar deels geslaagd. Het naturalisme is opnieuw opmerkelijk, maar je kan je er niet helemaal aan overgeven. Daarvoor sjouwt Kechiche te veel persoonlijke bagage mee. Dat belooft wat voor het vervolg: dit is namelijk ‘canto uno’. In ‘canto due’ keert zijn alter ego Amin terug naar Parijs om zijn eerste stappen in die filmwereld te zetten. Dat moet haast wel op een afrekening met het Franse establishment uitdraaien.

    • Coen van Zwol