Opinie

Hark het geld niet naar musea in Randstad

Het pleidooi van Melle Daamen om meer subsidie te geven aan grote musea snijdt geen hout, schrijven en .

Foto Rien Zilvold

Voormalig Amsterdams theaterdirecteur Melle Daamen, houdt in NRC (‘Versterk grote musea, subsidieer per ticket’, 10/7) een pleidooi voor aanpassing van het rijkssubsidiebeleid voor musea. In de Randstad, dan.

Volgens hem moet er meer subsidie naar grote musea aldaar door de toeristenbelasting te verhogen. Een cultuur-taks die 15-35 miljoen euro per jaar zou opleveren. Wie succesvol is, heeft volgens hem hogere kosten. Daarbij komt dat 85 procent van de bezoekers aan het Van Gogh uit het buitenland komt en dat het museum dáárom exportwaarde heeft.

Men kan hieruit aflezen dat Daamen cultuur en musea ziet als glijmiddel voor het stimuleren van toerisme. Die versmalde visie liet hij eerder zien toen hij van de Amsterdamse Stadsschouwburg een in het oog springende horecalocatie maakte. Hij maakte furore met de gedachte ons ballet af te schaffen, en die naar behoefte uit Rusland te importeren. (Directeur Stadsschouwburg A’dam: te veel kunst in Nederland, 7/12/2013)

Dat Daamen het niet heeft begrepen, blijkt opnieuw als hij gelden die rijksmusea krijgen voor beheer van rijkscollecties met elkaar vergelijkt, en schrijft dat kleinere instellingen relatief meer krijgen dan de grote instellingen. Dat is onzin. De vorige cultuurminister heeft de bekostiging van het beheer van rijkscollecties losgekoppeld van subsidies voor de publiekstaak om alle musea aan te kunnen spreken op wat ze presteren. Daarbij: juist buiten de Schiphol-zone moeten culturele ondernemingen zich meer inspannen om publiek te krijgen.

Onzin is ook Daamens bewering dat Musea „immers geen bedrijven” zijn. Als de laatste zes jaren ons iets hebben geleerd, is het dat cultuurbedrijven juist weerbaarder worden als ze creatief én ondernemender denken. In het hele land heeft dat een verbeterde continuïteit en verhoogde bezoekersaantallen laten zien.

Het ‘versterk de grotere musea’ komt op een moment waarop stadsbestuur en bevolking klagen dat Amsterdam overvol is. Het logiesaanbod, de aanmeerfrequentie van cruiseschepen en monocultuur van winkels moet ingeperkt worden. De hoofdstedelijke grachtengordel beleeft van april tot en met oktober een bezoekersinfarct.

Daamen stelt dat de groei komt „van een handvol grotere musea”. Onzin: dat handjevol musea profiteert juist van de groei van het toerisme naar Amsterdam, ze zijn als gemaksproduct op ooghoogte in het schap komen liggen. Wie hun website afschuimt, ziet de exportwaarde van het Van Gogh Museum: een wereldwijde merchandise. Vanwege het handelssucces en het sterke merk heeft het de miljoenen extra subsidie wellicht niet nodig. Het vraagt er ook niet om.

Wie voorbij knooppunt Diemen kijkt, vindt tal van culturele instellingen – Rijksmuseum Twenthe, Museum de Fundatie Zwolle, het Drents Museum, het Groninger Museum – die door te ondernemen een vernieuwend en inspirerend programma bieden dat ook niet misstaat hoog in het schap. Deze kaskrakers zouden juist van nut kunnen zijn voor de spreiding van toeristen over het land.

Entrepreneur Daamen moet met sprankelender ideeën komen dan plaatselijke verhoging van belasting en wederom schuiven met subsidiemiddelen. Meer geld naar de Randstad toe harken is eerder contraproductief gebleken.