Recensie

De kiekjes van toen vormen de kunst van nu

Tentoonstelling

De Duits-Amerikaanse verzamelaar Artur Walther toont in Foam zijn fascinatie voor fotografie in series, vaak door amateurs gemaakt, nooit bedoeld om als kunst aan de muur te hangen.

Foto uit ‘The Girlfriends’ Album’, in 1934 gemaakt door een anonieme fotograaf

We kunnen ervan uitgaan dat de vier vriendinnen die elkaar in 1934 fotografeerden op het platteland van Minnesota, niet de intentie hadden hun foto’s ooit te exposeren. De beelden waren ingeplakt in een album, zonder een handtekening van een maker, zonder een tekst waaruit zou kunnen blijken wat de identiteit van deze vrouwen was. De foto’s uit het album, dat wellicht decennialang in een stoffige lade van een dressoir heeft gelegen, zijn nu uitvergroot te zien aan de muren van het Amsterdamse fotomuseum Foam.

We zien de vrouwen door velden banjeren, in bomen klimmen, spelen met de hond. Het moet een prachtige zomerdag zijn geweest, zo lezen we af uit het overdadige licht, de luchtige kleding, de bomen vol in blad. Je voelt het plezier en het vertrouwen waarmee ze voor elkaar poseren, zeker in de opvallende, intieme serie waarin ze om beurten hun bloes uittrekken en hun blote rug, handen, voeten en hun gezichten en profil laten fotograferen.

Voor de Duits-Amerikaanse verzamelaar Artur Walther was deze typologische serie reden The Girlfriends’ Album in 2016 aan te kopen. Walther, door Artnet genoemd als een van de meest invloedrijke fotoverzamelaars van dit moment, liet eerder in tentoonstellingen als Typology, Taxonomy and Seriality (2014) en The Order of Things (2015) al zien hoe gefascineerd hij is door seriematige fotografie. In zijn eerste expositie in Nederland, Structures of Identity, toont hij nu voornamelijk series portretten, gemaakt door beroemdheden als Richard Avedon en August Sander en hedendaagse kunstenaars als Zanele Muholi, Guy Tillim en Grace Ndiritu.

Foto Zanele Muholi
Foto Zanele Muholi
Foto’s Zanele Muholi

Voor allen geldt dat het in hun werk niet gaat om dat ene beeld, maar om herhaling, structuur, rasters, een grid. Waardoor het voor de kijker mogelijk wordt te vergelijken, te zien hoe de een verschilt van de ander, of hoe mensen juist door hun overeenkomsten behoren tot een bepaalde groep. Die van macht en rijkdom bijvoorbeeld (Richard Avedon), Afrikaanse en zwarte leiders, sporters en muzikanten (Samuel Fosso) of de LGBT-gemeenschap (Zanele Muholi).

Behalve die interesse voor series wordt in de tentoonstelling ook duidelijk hoe groot de fascinatie van Artur Walther is voor vernacular fotografie; vaak van amateur- of commerciële fotografen, niet gemaakt met de bedoeling dat het ‘kunst’ zou zijn. Foto’s zoals die uit The Girlfriends’ Album, maar ook de prachtige cartes de visites van circusartiesten, daguerreotypen van arbeiders, mugshots van gevangenen en de vermakelijk serie van mannen met baarden die, zoals te lezen is in de zaaltekst, wellicht afkomstig is van een kappersschool.

Door deze ‘vernacular’ fotografie van voornamelijk anonieme makers te mixen met het werk van beroemde kunstenaars zegt Walther dit: er is maar een dunne lijn tussen het conceptuele, artistieke oeuvre van een professioneel kunstenaar en dat van de amateur- of anonieme fotograaf, zowel wat de kwaliteit van het werk betreft als de aanpak. Door een serie te laten zien die ooit, bijna achteloos, gemaakt werd op een mooie zomerdag in Minnesota, bewijst hij dat de geschiedenis van fotografie veel dieper en gelaagder is dan de inmiddels goed onderzochte en overbekende mijlpalen.

    • Rianne van Dijck