Recensie

‘Mamma Mia!’: daar gaan we weer, maar met minder overtuigingskracht

Musical Het vervolg op de hitmusical ‘Mamma Mia!’ heeft niet zo’n vanzelfsprekende plot en moet genoegen nemen met de minder bekende liedjes van Abba.

Het origineel was vernuftig verzonnen. De dochter van een alleenstaande moeder gaat trouwen, maar die moeder heeft haar nooit verteld wie haar vader was. En dus nodigt het aanstaande bruidje alle drie kandidaten uit voor het huwelijksfeest. Met als gevolg dat de moeder opeens weer oog in oog staat met haar drie ex-minnaars. Waarbij de Abba-songs zo goed in dit verhaaltje bleken te passen dat Mamma Mia! een van de meest succesvolle theatermusicals van de laatste twintig jaar werd.

Zo wordt Mamma Mia! nog altijd avond aan avond gespeeld in een van de grote theaters in Londen – nu al negentien jaar lang. En vanaf dit najaar is in Utrecht een nieuwe Nederlandse versie te zien – de derde alweer. De film, die 600 miljoen dollar heeft opgebracht, heeft de theatershow dus niet overbodig gemaakt.

Maar nu doet zich iets ongebruikelijks voor. Terwijl de originele Mamma Mia! in de theaters een onveranderd kassucces is, heeft de film een vervolg gekregen (en de theaterhit niet).

Al is vervolg misschien niet het goede woord. Mamma Mia! Here We Go Again gaat over het verleden en het heden. In filmjargon: een prequel/sequel. We zien hoe de jonge vrouw die later de moeder is, in het verleden haar drie minnaars heeft ontmoet – en waarom geen van hen bij haar bleef. En die scènes worden door schrijver-regisseur Ol Parker afgewisseld met scènes uit het heden: na de dood van de moeder wil de dochter haar eren door het ooit door haar op een Grieks eiland gestichte restaurantje in geheel gerenoveerde staat te heropenen. Dat leidt tot een party met tal van onverwachte gasten, opnieuw oplaaiende romances en abrupte gevallen van inkeer. Inclusief een door Cher gespeelde oma die in het laatste kwartier een entree als een finalenummer maakt. Haar song is de Abba-hit Fernando. Waarna ook de opnieuw door Meryl Streep vertolkte moeder ondanks haar dood toch nog even opduikt als zingende geestverschijning.

In de eerste film, Mamma Mia! The Movie, ontbrak de feestelijke eenvoud van de theaterversie, waarin één decortje genoeg was om alle locaties te verbeelden. De film zocht het veeleer in de glamour van authentieke exotische oorden en massale zang en dans in de Griekse buitenlucht. Maar de intrige hield de aandacht adequaat vast, want zou de dochter haar echte vader nog vinden?

Nu is er van zo’n pakkende plot geen sprake. De makers hebben zich in duizend bochten gewrongen om de onwaarschijnlijke wendingen zo waarschijnlijk mogelijk te maken. De vanzelfsprekende logica van de originele intrige is hier ver te zoeken.

Bovendien is het niet helemaal waar, zoals wordt beweerd, dat er nog voldoende ongebruikt Abba-repertoire op de plank lag om voor de tweede keer een greatest hits-effect te bereiken. Het ditmaal als groepsgezang fungerende Dancing Queen zat al in de eerste film. Daarnaast omvat dit tweede deel diverse nummers met minder draagkracht dan de grote hits. Al valt ook over minder bekende Abba-songs weinig te klagen.

    • Henk van Gelder