‘Criminele weldoeners’ actief in één op drie Nederlandse gemeenten

De criminele weldoeners sponsoren voornamelijk sportclubs in het voetbal, concluderen onderzoekers.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Een op de drie gemeenten in Nederland kampt met ‘criminele weldoeners’. Deze personen met een dubieuze achtergrond sponsoren bijvoorbeeld sportclubs, gebruiken stichtingen als façade voor criminele activiteiten en organiseren evenementen voor goede doelen. Dat blijkt uit onderzoek van Tilburg University en Bureau Bruinsma, dat dinsdag gepubliceerd werd.

“Het is een structureel probleem”, zegt betrokken hoogleraar criminologie Toine Spapens van de Tilburgse universiteit. De onderzoekers baseerden zich op informatie van gemeenten en Regionale Informatie en Expertisecentra (RIEC), waar informatie vanuit het openbaar bestuur, belastingdienst, politie en het Openbaar Ministerie samenkomt. In 60 van 167 onderzochte gemeenten zijn criminele weldoeners actief.

Tot op heden ontbrak systematisch onderzoek naar deze vorm van ondermijning, schrijven de onderzoekers. De activiteiten van de weldoeners - vaak (voormalige) drugscriminelen, leden van motorbendes en witteboordencriminelen - legitimeren volgens de onderzoekers “maatschappelijke ongewenst gedrag” en hebben een aanzuigende werking op de jeugd, die vaak het doel zijn van de goede werken.

Spapens waarschuwt ook voor “korte lijntjes met bestuurders”, waardoor bestuurders volgens hem niet geneigd zijn om in te grijpen. “Zolang er niks bewezen is, gunnen de bestuurders de weldoeners het voordeel van de twijfel.”

Ruim vijftig voorbeelden

Het onderzoek leverde volgens Spapens 52 voorbeelden op, waarvan twintig “diepgaand” onderzocht werden. De weldoeners sponsoren hoofdzakelijk sportclubs, voornamelijk in het voetbal. Dat varieert van het kopen van reclameborden tot het betalen van de complete jeugdopleiding, schrijven de onderzoekers.

Daarnaast financieren criminelen evenementen en blijken stichtingen de meest uiteenlopende goede doelen te ondersteunen. Die stichtingen zijn echter een façade voor criminele activiteiten, schrijven de onderzoekers. Een aparte groep fraudeert in de zorg met persoonsgebonden budgetten. Als voorbeeld noemen de onderzoekers een omvangrijke fraude in de Turks-Nederlandse gemeenschap, waarbij een weldoener pgb-budgetten voor zijn cliënten regelde en het geld zelf in zijn zak stak. Justitie schat volgens de onderzoekers in dat de totale schade van deze affaire in de tientallen miljoenen euro’s liep.

Ook constateerden de onderzoekers drie gevallen van zogenaamde ‘wijkkoningen’. Zij gedragen zich als burgemeester van hun eigen wijk en behartigen de belangen van de buurtbewoners in ruil voor loyaliteit en zwijgzaamheid. De onderzoekers beschrijven een geval van een wijkkoning in Oost-Brabant, waarbij buurtbewoners direct begonnen te bellen als een politieauto langsreed.

De criminelen zetten hun positieve daden soms strategisch in, schrijven de onderzoekers. Motorbendeleden proberen zo bewust een imago van “gezellig broederschap van grote kerels met kleine hartjes” te cultiveren. Het onderzoek wijst naar het Groningse chapter van de motorbende Satudarah, dat jaarlijks benefietavonden organiseert voor goede doelen.

Vaker in grote dan in kleine gemeenten

De meeste criminele weldoeners werden in Gelderland en Noord-Brabant gemeld. Grotere gemeenten zijn vaker bekend met zulke weldoeners dan kleinere. Dat kan te maken hebben met het hogere inwoneraantal of dat kleine gemeenten minder alert zijn op dit type ondermijning, stellen de onderzoekers. “Omgekeerd kan de drempel om de ‘vuile was’ buiten te hangen in de kleine gemeenten hoger zijn.”

De weldoeners die het onderzoek identificeerde hebben niet noodzakelijkerwijs een strafblad. Spapens: “Meldingen komen ook uit de gemeente zelf. Dan willen mensen allerlei leuke evenementen organiseren, maar dan heeft de gemeente daar een naar onderbuikgevoel bij.” Het harde stempel ‘crimineel’ onderbreekt dan, zegt Spapens: “Maar als je dan in de achtergrond duikt, kom je toch wel wat tegen.”

Spapens vindt dat gemeenten waakzamer moeten zijn op deze vorm van ondermijning. De onderzoekers adviseren om eerder dossiers op te bouwen. Maar, erkennen de onderzoekers in het rapport: “Het blijft lastig om tot verdenkingen te komen die zwaar genoeg zijn voor onmiddellijke strafrechtelijke actie, zeker als er geen duidelijke signalen zijn dat de weldoener actief is in de zware misdaad.”

    • Rik Wassens