Brieven

Brieven

Meer dan een eeuw lang plaatsten ouders, regering, voogdijverenigingen en kinderbescherming ‘gevallen’ meisjes in internaten van de zusters van De Goede Herder, waar ze moesten werken voor de kost (De meisjes van de goede herder, 14/7) . Wie wegliep, werd door de politie teruggebracht. Dat doet de politie met weggelopen kinderen. De opdrachten voor de ateliers kwamen van particulieren, bedrijven, instellingen en vermoedelijk de overheid en het koninklijk huis. Pas in 1978 werd in het toenmalige verlichte linkse Nederland de gedwongen arbeid verboden. Nu eisen de slachtoffers erkenning, excuses en natuurlijk schadeloosstelling. Al hun pijlen zijn gericht op de zustersorde en de Katholieke Kerk. Toch fungeerde de orde slechts als uitvoeringsorgaan van regeringsbeleid waarvoor kennelijk draagvlak was. De meisjes werden afgeknepen door de zusters, omdat niemand wist waarheen met die moeilijke gevallen. En de opvang was gratis. Dominee en kruidenier tevreden. Een democratische regering vertegenwoordigt het volk. De Ierse regering begrijpt dat en heeft schadevergoeding aan vrouwen betaald. In Nederland richt de selectieve verontwaardiging zich weer op de katholieke instituties, waar misschien nog wat te halen valt. Dat die terughoudend reageren, is begrijpelijk. Door meteen te betalen zouden zij de hun opgedrongen rol van zondebok aanvaarden en zouden andere betrokken partijen buiten schot blijven.

    • Raphaël de Rue