28 jaar cel en tbs voor man die Anne Faber doodde

Justitie De rechtbank noemt dader Michael P. een „gewetenloze en nietsontziende man” die zijn „perverse wensen” voor andermans leven laat gaan.

De 28-jarige Michael P. is deze dinsdag door de rechtbank in Utrecht veroordeeld tot 28 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging voor de vrijheidsberoving, de verkrachting en het doden van de 25-jarige Anne Faber. De straf komt overeen met de eis van het Openbaar Ministerie twee weken geleden. P. was aanwezig tijdens de uitspraak en hoorde die onbewogen aan.

Anne Faber verdween op 29 september vorig jaar tijdens een fietstocht. Ze botste bij Den Dolder op P., die op een scooter reed. Onder bedreiging van een mes dwong hij haar een bospaadje in te lopen. Daar mishandelde en verkrachtte hij haar. Vervolgens nam hij haar mee naar Vliegbasis Soesterberg. Toen een fietser langsreed, begon Faber te schreeuwen. P. zette een mes op haar keel en doodde haar. Het lichaam begroef hij eerst bij de vliegbasis, later verplaatste hij het naar Zeewolde.

Volgens de rechtbank handelde P. niet met voorbedachten rade, waardoor van moord geen sprake is. De rechter: „De dood van Anne Faber was niet het gevolg van een vooropgezet plan.” De rechtbank acht wel gekwalificeerde doodslag bewezen; dit betekent dat doodslag volgde op een ander ernstig misdrijf. Daarnaast heeft P. „doelbewust gehandeld” en niet impulsief vanuit achterdocht en woede, zoals hij zelf eerder verklaarde in de rechtszaal. Zo brak hij de telefoon van Anne Faber en verplaatste haar lichaam, om zo sporen uit te wissen, volgens de rechtbank. De rechtbank noemt hem een „gewetenloze en nietsontziende man” die zijn eigen „perverse wensen” laat voorgaan boven het leven van anderen.

Heet hangijzer in deze zaak was: krijgt P. strafvermindering door de manier waarop hij werd aangehouden? De politie had hem tijdens zijn arrestatie op 8 oktober niet op zijn rechten gewezen, wat niet mag volgens de wet. Daarnaast had ze hem hardhandig gearresteerd (zijn schouder brak) en gedreigd de gemuilkorfde hond op hem los te laten als hij niet zou vertellen waar Anne Faber was. Volgens het OM was dit nodig, omdat het een zaak van leven op dood was. De advocaten bepleitten eerder dat strafvermindering op zijn plaats zou zijn bij deze „marteling”.

De rechtbank erkent dat rechten van de verdachte zijn geschonden, er is dus sprake van „vormverzuim”, maar vindt dat het recht op een eerlijk proces hiermee niet is geschaad. De verdachte hield immers na de aanpak van de politie zijn lippen op elkaar.

De rechtbank neemt het P. ontzettend kwalijk dat hij pas begon te praten nadat hij was geconfronteerd met onderzoeksbevindingen van de politie. Hij deed dat, volgens de rechtbank, niet uit medeleven met de familie en andere nabestaanden, maar omdat het een positieve invloed zou kunnen hebben op de verloop van zijn strafproces. De rechtbank: „Deze man moet zo lang mogelijk uit de maatschappij worden gehouden en mag niet terugkeren zonder eerst een langdurige behandeling.”

Hans Faber, oom van Anne, laat namens de familie weten dat de opgelegde straf „recht doet aan de gevoelens van de familie”. De advocaten van P. beraden zich op hoger beroep. Binnen twee weken moeten zij een beslissing nemen.

    • Martin Kuiper