13-jarige steelt blikje fris: urenlang de cel in

Politie Als kinderen iets stelen, zitten ze soms een nacht in een politiecel. Een dubieuze praktijk, vinden advocaten en kinderrechtenorganisaties. Zorg in ieder geval voor een kindvriendelijke cel.

Politiecel waar verdachten worden opgesloten op het bureau in Den Bosch. Foto Berlinda van Dam/HH

Vorige maand op het politiebureau: een advocaat en zijn cliënt. Die laatste zat vast op verdenking van betrokkenheid bij fietsendiefstal. Hij had net een nacht in de politiecel doorgebracht. Zijn leeftijd: 13 jaar en één maand. „Een huilend jongetje”, aldus de advocaat.

De jongen verklaarde niets te hebben gestolen, maar juist te hebben geprobeerd zijn vrienden terug te fluiten en de eigenaar van de fiets te helpen. Tot verbijstering van de advocaat hield de politie de jongen een tweede nacht vast op het bureau – „tegen al het beleid in”. De advocaat mailde de officier van justitie, die in het antwoord, in handen van NRC, van een vergissing spreekt. De officier: „Dit had niet zo mogen gebeuren, waarvoor mijn excuses.”

Het vasthouden van kinderen op het politiebureau staat in de publieke belangstelling. De aandacht werd aangewakkerd door Volkskrant-journalist Toine Heijmans, die in een column verhaalde over de arrestatie van zijn zoon – ook 13 jaar. Die zat onlangs 6,5 uur in een politiecel, moest een papieren broek zonder koordjes aantrekken en kreeg bijstand van een advocaat gespecialiseerd in, onder meer, moord en doodslag. Het vergrijp van de jongen: diefstal van een pak koekjes. „Ik werd dus behandeld als echt een volwassen crimineel”, zei de jongen later in het Jeugdjournaal, dat ook twee meisjes van dertien aan het woord liet die waren gearresteerd op verdenking van het stelen van een lippenstift. Eén van de meisjes over het contact met de politie: „Toen ik vragen ging stellen, zeiden ze dat het een domme vraag was en dat ik niet zo dom moest doen.” Ze scholden haar uit, „zeiden de hele tijd ‘jezus christus’”, en dreigden met het vooruitzicht van een nacht in de cel.

Hoe kan het dat het justitieel systeem dit soort situaties mogelijk maakt? Wat zijn de regels en praktijken rond het vasthouden van kinderen om relatief kleine vergrijpen?

Het VN-Kinderrechtenverdrag zegt dat de „aanhouding” en „inhechtenisneming” van kinderen alleen is toegestaan als „uiterste maatregel”, „voor de kortst mogelijke passende duur”. Nederland is een van de ondertekenaars van dat verdrag.

Kinderen komen vast te zitten om het stelen van klein grut, zeggen advocaten. Een blikje fris. Een doos paaseitjes. Een croissant. Lippenstift. Zodra het winkelpersoneel hen heeft gesnapt en heeft overgedragen aan de politie, treedt een systeem in werking dat voor iedereen van twaalf jaar en ouder gelijk is: bij een ‘redelijk vermoeden van schuld’ mag de politie verdachten van een misdrijf negen uur ‘ophouden voor verhoor’ op het bureau.

Superkaal en hufterproof

Verdachten – jonge kruimeldieven net zo goed als roofovervallers – brengen de tijd door in een politiecel: een kleine ruimte met een metalen toilet en een kunststofmatrasje op een bed van beton. „Superkaal” zegt de ene advocaat. „Alles hufterproof”, zegt de ander.

De negen uur dat iemand mag worden vastgehouden, gebruikt de politie onder meer voor onderzoek naar het delict en het verhoren van verdachten. Jonge verdachten worden standaard bijgestaan door een advocaat. Die moet eerst worden opgeroepen: de politie moet daarvoor tal van persoons- en delictgegevens invullen op een formulier, dat opsturen naar een piketcentrale van de Raad voor Rechtsbijstand, en die mailt de advocaat die dienst heeft. Soms kunnen de dienstdoende advocaten niet meteen naar het politiebureau komen. „Ik probeer altijd snel te zijn”, zegt Magrete van der Steeg, strafrechtadvocaat in Deventer. „Maar soms zit ik in een gesprek of in een zitting, en duurt het noodgedwongen even.” Zo rijgen de uren in de politiecel zich voor de jonge verdachten aaneen.

Binnen negen uur weten ze doorgaans waar ze aan toe zijn. Strafrechtadvocaat Ralph Takens: „Meestal mogen ze naar huis en kunnen ze rekenen op een leer- of werkstraf bij Halt.” Halt is een buitenrechtelijke en dus strafbladloze maatregel voor minderjarigen, om grensoverschrijdend gedrag vroeg te stoppen.

Maar met een beetje pech duurt het ophouden voor verhoor veel langer dan negen uur. De uren van middernacht tot negen uur ’s ochtends tellen namelijk niet mee: dan heeft de politie nachtrust.

Stel, de politie stopt een tijdens koopavond betrapte T-shirtdief om tien uur ’s avonds in de cel, dan zijn bij het aanbreken van de nachtrust pas twee van de negen wettelijke uren verstreken. De volgende ochtend, na elf uur in de politiecel, mag de politie de verdachte dus nog zeven uur vasthouden. Achttien uur vastzitten is dus mogelijk. Bovendien loopt de piketdienst van de advocaten tot acht uur ’s avonds. Geregeld weten agenten en advocaten elkaar na dat tijdstip te bereiken, maar lang niet altijd. „Dan kom ik er de volgende ochtend achter dat een verdachte al een nacht heeft vastgezeten”, zegt advocaat Cindy Koole, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten.

Een ‘verhard systeem’

De huilende fietsendief van dertien bleef zelfs ná de fase van ‘ophouden voor verhoor’ vastzitten. Dat kan: de politie mag verdachten nog eens maximaal drie dagen ‘in verzekering stellen’ als dat in het belang is van het onderzoek. Kruimeldiefstallen vergen echter zelden uitgebreid onderzoek. Maar in dit geval wilde justitie uitsluiten dat hij zou praten met verdachten die nog niet waren aangehouden. Dat besluit maakte de advocaat van de jongen woedend, blijkt uit de mailwisseling: „Dus omdat politie hen niet kan vinden, moet cliënt met zijn 13 jaar daarvoor boeten?” Waarna de officier van justitie door het stof ging.

Kinderen komen op het politiebureau terecht in een „verhard systeem”, zegt Takens. „Kinderen kunnen agenten tegenover zich hebben die een dag eerder een junk totaal uit zijn plaat hebben zien gaan. Ze zijn op hun hoede: je weet het nooit, ook niet met deze dertienjarige. Dat kan leiden tot een bitse bejegening.”

Zeker, vinden advocaten en kinderrechtenorganisaties: kinderen moeten snappen dat stelen niet mag. „Maar is dit de manier om het te leren?”, zegt Koole, zelf advocaat in Zeeland. „Voorkomen dat ze criminelen worden doe je door hen een goed gesprek te laten voeren met de politie, met de ouders. Je wilt hen niet zo schaden dat het ze allemaal niets meer kan schelen.”

Vergeet niet, zegt Kinderombudsman Margrite Kalverboer, „het zoeken of het overschrijden van grenzen hoort bij een gezonde ontwikkeling van kinderen”. Advocaat Van der Steeg: „Het zijn kinderen die impulsief iets doen en de gevolgen nog niet kunnen overzien.”

Maartje Berger van Defence for Children: „Je hoeft kinderen helemaal niet urenlang vast te houden op het bureau om hen te laten wachten op een advocaat. Dat wachten kunnen ze prima thuis doen. Om de volgende dag op afspraak de advocaat te ontmoeten. Komt het kind niet, dan moeten de ouders worden aangesproken op hun rol – al dan niet met jeugdzorg erbij.”

Koole: „Bij elk aangehouden kind moeten bij de politie de alarmbellen afgaan. Dat ze te maken hebben met een zeer kwetsbare verdachte. Bij een tiener die op het bureau al huilt van spijt om het jatten van een T-shirt moet de politie zich afvragen: is vasthouden wel nodig?”

Houdt de politie het kind toch vast op het bureau, dan graag in een kindvriendelijke cel, zeggen advocaten en kinderrechtenorganisaties. Met meer kleur aan de muur, een zitzak, wat Donald Ducks. Takens: „Dat helpt de politie om te onthouden dat daar een kind zit.”

De politie laat weten dat bij een licht vergrijp van een first offender „een reprimande” zonder verblijf in een cel een „prima oplossing” kan zijn, en dat daar ook „vaak” voor wordt gekozen. Cijfers noemt de politie niet. Het „beeld van een verhard systeem” herkent de politie niet. „Politiemensen zijn getraind om met alle leeftijden om te kunnen gaan; of dat nu iemand van 85 is of van 13. En dat gaat in de meeste gevallen goed, ook bij kinderen.”

Correctie 31-07-2018: Een eerdere versie van dit artikel kan de suggestie hebben gewekt dat de twee meisjes schuldig zijn aan het stelen van lippenstift. Dit bleken zij niet te hebben gedaan, het ging uitsluitend om een verdenking. Dat is hierboven aangepast.

    • Ingmar Vriesema