Hoe ziet de Brexit eruit, over 255 dagen? Vier scenario’s

Brexit-onderhandelingen Over 255 dagen moeten de Britten de EU verlaten. Iedere betrokkene bij de onderhandelingen weet: Mays plan voor een zachte Brexit gaat het niet halen. Maar wat dan wel?

Theresa May legt op 6 juli haar Brexitkoers uit aan haar kabinet. Twee dagen later namen twee belangrijke ministers uit onvrede ontslag. Foto AFP

Deze zomer geen koele rosé op Provençaalse terrassen, maar Brusselse vergaderzaaltjes met filterkoffie, weten Britse onderhandelaars. Deze week zijn er in zowel Brussel als Londen weer cruciale stemmingen en overleggen over de Brexit. De nood is aan de man. Als er enige kans is om op tijd een akkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU te hebben over de Brexit, moet er gebuffeld moet worden. Met 255 dagen tot de Britten uittreden is er geen zekerheid hoe die Brexit eruitziet. Dit zijn de scenario’s.

  1. Zachte Brexit

    Iedere betrokkene bij de onderhandelingen weet: het huidige plan van premier Theresa May gaat het niet halen. Ze wil te veel de krenten uit de pap pikken. Haar voorstel om een douane-unie met de EU na te bootsen om zo de voordelen daarvan te kunnen genieten, stuit op verzet. Staten die meedoen aan zo’n douane-unie spreken af in de handel onderling geen invoertarieven te heffen. Dat ziet May wel zitten, want Britse bedrijven kunnen dan moeiteloos hun goederen afzetten in de EU. Voor de handel met de rest van de wereld rekenen alle leden van een douane-unie een gemeenschappelijk invoertarief. Daar wil May niet aan, want die verplichting belemmert de Britten op eigen houtje gewenste handelsakkoorden te sluiten met de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland.

    Om dat probleem te omzeilen heeft May een ingewikkelde constructie bedacht waar de Britse en Europese handelstarieven verrekend worden. Mocht een Aziatisch bedrijf via Britse havens smartphones vervoeren naar Nederland, dan belooft May dat de Britse douane het EU-tarief int en dat overmaakt. Dit systeem vindt de EU te ingewikkeld en bovendien hebben de Britten na een aantal grote fraudezaken met invoertarieven een slechte reputatie op dit gebied.

    De komende maanden moet duidelijk worden hoe de Britten hun leven zien na hun uittreding. Blijven ze toch in de Europese douane-unie? Lees hierover: Langzamerhand komt het moment dat Theresa May kleur moet bekennen

    May beloofde dat haar plan geen openingsbod is voor meer onderhandelingen, maar als ze een Brexit wil bereiken die geen economische catastrofe aanricht, zal ze moeten bewegen. De vraag is hoe de EU reageert op May’s plannen. Het compleet afschieten is de doodsteek voor May, zorgt voor politieke turbulentie en is slecht voor het Europese bedrijfsleven.

    De EU zal dus een manier zoeken om May de onderhandelingen in te trekken. Het wordt volgens ingevoerden pas interessant als May voorstelt dat de Britten in de praktijk voor de handel in goederen in een douane-unie met de EU blijven, Europese regelgeving voor productstandaarden overnemen, de rechtsmacht van het EU-hof erkennen en meebetalen aan relevante delen van de Europese begroting.

    In dit geval doen de Britten nog steeds aan cherry picking, want May wil niet dat het Verenigd Koninkrijk zich, zoals iedere EU-lidstaat, aan de gemeenschappelijke regels voor diensten houdt. Dat May deze uitzonderingspositie wil is logisch. Circa 80 procent van de Britse economie bestaat uit het leveren van diensten. Daar kunnen de Britten dan eigen regels voor opstellen. Dit scenario slaagt alleen als ze haar partijgenoten, die eisen dat de Brexit een grotere mate van soevereiniteit betekent, kan overtuigen dat de Britten de vrijheid krijgen het grootste deel van hun economie naar eigen inzicht in te richten. Ze moet daarbij het woord douane-unie mijden, dat is politiek giftig want het riekt naar stiekem lid blijven van de EU. De EU vindt het prima als May het plan een andere naam geeft, al noemt ze het een douane-komkommer. Zolang ze de principes maar erkent.

    In het Britse Lager- en Hogerhuis is een meerderheid te vinden voor een zachte Brexit. Dat werkt in Mays voordeel. Alles staat of valt met het verzet binnen haar eigen partij. Trotseert ze de aanvallen van Boris Johnson, Jacob Rees-Mogg en zestig harde Brexiteers, en overtuigt ze de grotere gematigde vleugel van haar fractie dat de economische schade zo het meest beperkt blijft, dan kan ze speelruimte winnen.

    Lees ook het interview met Jacob Rees-Mogg: ‘De EU is een schijnheilig en achterhaald model’

    Cruciaal is dat Brussel laat merken dat er ruimte is om af te wijken van de twee voorgestelde opties waarvan May eerder liet weten dat ze onacceptabel voor haar waren: totale deelname aan de interne markt (inclusief vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal accepteren, zoals Noorwegen dat doet) of een standaard handelsverdrag (Canada). De EU moet besluiten of de Britse handel (65 miljoen consumenten) en een goede relatie met een belangrijke strategische partner in de trumpiaanse wereldorde het waard zijn om eerdere bezwaren tegen cherry picking te laten varen.

  2. Harde Brexit

    Als de EU vasthoudt aan het huidige standpunt — Noorwegen of Canada — en May geen ruimte ziet haar partij richting een douane-unie te sturen, zal het politiek schier onmogelijk worden om een zachte Brexit te bereiken. Bij de Tories, in het gehele Lagerhuis en in Brussel stuit ‘Noorwegen’ op grote bezwaren. De Commissie vreest dat als de Britten geen stem meer hebben in Brussel, maar wel verplicht alle EU-regels moeten volgen, ze nog grotere lastpakken worden. Het gemarchandeer zal continu zijn.

    De Britse politiek zal in ieder geval eisen dat de Brexit een einde maakt aan vrij verkeer van personen. Een vorm van controle terugkrijgen, al is het maar op papier, over het migratiebeleid is noodzakelijk. Noorwegen valt dan af.

    De EU en 10 Downing Street bewegen dan richting een standaard handelsovereenkomst. Een afstandelijke relatie lijkt makkelijker te regelen. Lastige kwesties die bij een zachtere Brexit spelen, vallen weg. De economische schade is echter groot en de barrières aan de grens zijn aanzienlijk.

    Dat zorgt voor een enorm probleem. Een standaarddeal is niet goed genoeg om de grens tussen Noord-Ierland (een Britse provincie) en Ierland even onzichtbaar te houden als nu, zoals May in december afsprak. De EU zal eisen dat de zogenoemde backstop — een woord zo beladen dat Britse politici er spontaan migraine van krijgen — in werking treedt na Brexit. Deze achtervang betekent dat Noord-Ierland als uitzondering onderdeel blijft van de interne markt en de douane-unie.

    De Britten overwegen na de Brexit toetreding tot de Europese Vrijhandelsassociatie, met Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein en IJsland. Lees hierover: Na de Brexit toch maar het Noorse model?

    Voor handel komt de echte Europese buitengrens dan in de Ierse Zee, tussen Belfast en Liverpool, te liggen. Op deze manier het VK opknippen is onacceptabel voor veel Tories, ook gematigden, en de Noord-Ierse protestanten van de DUP, die May in het parlement gedoogsteun verlenen. De Brexit draait om geld, industriepolitiek en strategische belangen, maar de Ierse grens gaat om een beladen geschiedenis en emotie. Dat maakt een oplossing heel moeilijk.

  3. No Deal

    Blijft overeenstemming over de Ierse grens uit, dan gaan de onderhandelaars richting een scenario waar ze niet willen komen: no deal. Dat betekent dat de Britten en de EU voor 29 maart 2019 geen akkoord sluiten.

    Zonder afspraken over hoe de Brexit verloopt, komt er ook geen overgangsperiode tot eind 2020, die bedoeld is om overheden en het bedrijfsleven tijd te gunnen zich aan te passen. No deal betekent chaos: Britse vliegtuigen die niet op Europa kunnen vliegen, Nederlandse vrachtwagens met bloemen die niet kunnen lossen, lege schappen in Welshe supermarkten, ontwrichting.

    Dit rampscenario is een enorme stok achter de deur om dit scenario te vermijden. Toch neemt de kans hierop toe, naarmate de standpunten aan weerszijden meer ingegraven raken. Het Europees Parlement en het Lager- en Hogerhuis moeten het akkoord goedkeuren. Als de onderhandelingen te langzaam verlopen en zij pas op het laatste moment een stem krijgen, kunnen er onverwachte dingen gebeuren.

    In Westminster vreest men voor de accidental no deal: niemand die het wil, maar in de draaikolk die de Britse politiek kan zijn, stemt een meerderheid van het Lagerhuis een eindvoorstel weg. Dat kan gebeuren als Labour geen medeverantwoordelijkheid wil dragen en genoeg Conservatieven de deal te hard of zacht vinden om mee in te stemmen.

  4. No Brexit

    Is er nog een weg terug? Hangt ervan af wie je het vraagt. Europese juristen zijn verdeeld of de formele uittredingsprocedure (artikel 50 van het EU-verdrag) stopgezet kan worden. Als de Britten willen, zal dat in Brussel alleen bespreekbaar zijn als het VK alle uitzonderingen opgeeft, dus geen rebate meer, geen opt-outs.

    In Westminster is daar weinig animo voor. Labour en de Tories vinden dat de kiezer gesproken heeft en dat hun oordeel uitgevoerd moet worden. De enige denkbare manier waarop politici durven op stop te drukken is als ze zich gesteund voelen door het electoraat. Als May de controle verliest over haar partij en moet aftreden, zijn nieuwe verkiezingen mogelijk. Ook kan ze verkiezingen overwegen als ze denkt dat haar Brexitstrategie aan de kiezers voorleggen de enige manier is om er steun voor te krijgen binnen haar partij. Dat is riskant, want May is geen sterke campagnepoliticus. Ze kan de verkiezingen verliezen van Labour.

    Peilingen wijzen structureel uit dat Britten ontevreden zijn over Mays koers en inzien dat zij in de onderhandelingen met Brussel het onderspit delft. De verhoudingen tussen voor- en tegenstanders van uittreden zijn in grote lijnen gelijk met juni 2016. Als gevolg is de kans dus het grootst dat het Verenigd Koninkrijk op 29 maart 2019, om 23.00 uur ’s avonds, de EU vaarwel zegt.

    • Melle Garschagen