Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Messiaans

Gesprekken over zonnepanelen, windenergie of energietransitie lopen met mij nou nooit eens soepel. Ik straal dat ook uit. Zaterdag was ik in Leeuwarden om verslag te doen van een kilometerslange optocht van voertuigen die niet op fossiele brandstof rijden.

Het was niet mijn dag.

Dat straalde ik ook uit.

Ja, zegt de kritische lezer dan terecht, daar had je dan wel een beetje om gevraagd. Waarom stond je daar eigenlijk? Had ik zonder na te denken ‘ja’ gezegd tegen een extra grijpstuiver, leek het me gewoon leuk om weer eens in Leeuwarden te zijn of was het toch zelfhaat?

Ik hield me met fotograaf op bij de finish. Op een gegeven moment stond ik zelfs een twaalfjarige te interviewen die samen met zijn vader een skelter had gebouwd waaraan een enorm zonnepaneel hing.

Die vader, voor hij wegliep om een gratis broodje met ei van een elektrisch karretje van de Lidl te gaan pakken: „Binnenkort gaan we er nog een zonnepaneel op zetten.”

Ik was braaf aan het noteren wat de twaalfjarige daarna allemaal zei, dat zijn skelter 39 kilometer per uur kon bijvoorbeeld, toen zich een man tussen ons drong. Ik geloof dat hij vond dat hij ook geïnterviewd moest worden. Onverholen trots: hij had zijn hele buurt aan de zonnepanelen geholpen. Of bijna de hele buurt, 28 van de 31 huishoudens deden mee.

„Aanbellen, praten, koffiedrinken, soms ook doordrammen. Want het gaat niet om mezelf, maar om mijn kinderen en om de kinderen van mijn kinderen. En misschien ook wel om de kinderen daar weer van.”

Met die messiaanse gedachte in het achterhoofd was doordrammen wel geoorloofd, vond hij. Waarom heb ik een afkeer van particulieren die hun duurzame levenshouding aan me proberen op te dringen? Op ieder feestje zit er tegenwoordig wel een die ongevraagd vindt dat er ‘nu’ iets moet veranderen. Altijd types met de energie van Diederik Samsom en de uitstraling van Ed Nijpels.

De dag dat de deurbel gaat en zo iemand met me wil praten over zonnepanelen op ons dak, een duurzaam buurtinitiatief of misschien wel een gezamenlijk aan te schaffen windmolen komt hard hollend dichterbij en ik kijk daar niet naar uit.

Ik keek in de ogen van een niet af te stoppen zendeling, mijn hart brak voor de drie huishoudens die de deur voor hem dicht hielden. Als Nederland toch nog onder water loopt en ze leven nog, zal hij niet nalaten om ze als schuldige aan te wijzen en tot het zover is blijft hij bij ze aanbellen.

Het thuisfront stuurde me foto’s. De dochters zaten in hun blootje in het badje in de achtertuin. Hij keek mee en zag wel een dak maar geen zonnepanelen. Ik zei tegen de twaalfjarige dat hij maar beter even weg kon rijden met zijn skelter.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen