Justitie wil liever tbs voor Michael P. dan levenslang

Strafeis in de zaak-Anne Faber Tegen Michael P., de man die bekend heeft Anne Faber te hebben gedood, is geen levenslang geëist. Vier vragen over de mogelijke straf.

Politie en burgers zoeken naar de vermiste Anne Faber in de bossen ten zuiden van Soest, oktober 2017. Foto Goos van der Veen/Hollandse Hoogte

De rechtbank in Utrecht doet deze dinsdag uitspraak in de strafzaak tegen Michael P. (28), die terechtstaat wegens de moord op Anne Faber. Haar lichaam werd vorig jaar op 12 oktober gevonden, dertien dagen na haar verdwijning.

De 25-jarige studente raakte vermist tijdens een fietstocht. Bij een grootscheepse zoekactie vonden vrienden haar jas, met daarop P.’s DNA. Hij verbleef op dat moment in een forensische kliniek in Den Dolder waar hij zich na een gevangenisstraf voorbereidde op terugkeer in de maatschappij. Op afgesproken tijdstippen mocht hij daar weg.

Nog tijdens het zoeken naar Anne Faber werd P. opgepakt. Op 11 oktober, na drie dagen verhoor, bekende hij haar te hebben verkracht en vermoord. P. vertelde de politie waar hij haar lichaam had begraven.

  1. Welke straf is tegen Michael P. geëist?

    Het Openbaar Ministerie (OM) heeft op 12 juni tegen Michael P. 28 jaar cel met tbs en dwangverpleging geëist „voor de verkrachting en dood van Anne Faber”. Tijdens de bespreking van de strafmaat zei officier van justitie Hester Leepel dat P. „niet zonder behandeling mag terugkeren in de maatschappij”. Het OM heeft geen levenslang geëist; bij die straf moet na 25 jaar worden gekeken of iemand in aanmerking komt voor reïntegratie, en dan zou P. zonder behandeling kunnen terugkomen in de maatschappij. De advocaten van P. willen een kortere gevangenisstraf, zodat hij eerder kan worden behandeld.

    Lees ook: Voor de ouders voelt elke straf onrechtvaardig

    Michael P. wordt ook verdacht van schoppen, slaan en bijten van vijf medewerkers van het Pieter Baan Centrum, de psychiatrische observatiekliniek waar hij eerder dit jaar was opgenomen. Van een medewerker moest P. stoppen met telefoneren, waarop P. woedend werd.

  2. P. wordt niet vervolgd voor moord. Waarom niet?

    Het OM acht gekwalificeerde doodslag bewezen; dat betekent dat de doodslag volgde op een ander ernstig misdrijf. Michael P. wordt dus niet vervolgd voor moord – doden met voorbedachten rade. Dit is omdat volgens het OM niet kan worden vastgesteld wanneer precies P. besloot Faber om te brengen.

    Uit de politiereconstructie blijkt bijvoorbeeld dat P. mogelijk minutenlang op Anne Faber heeft staan wachten. Omdat hij haar in de gaten hield, vermoedt het OM.

    P. ontkent dat, hij zegt dat ze tegen elkaar op botsten. Volgens P. ontstond het idee voor de verkrachting pas toen Anne Faber hem vroeg of hij haar ging verkrachten.

  3. Eerder kreeg P. geen tbs. Waarom kan dat nu wel?

    Tijdens een vorige rechtszaak, waarin P. terechtstond voor verkrachting van twee meisjes in 2010, weigerde hij mee te werken aan een onderzoek naar zijn psyche. Dan komt er geen rapportage en legt de rechter vaak geen tbs op. In dit proces heeft P. tot nu toe meegewerkt met het onderzoek van het Pieter Baan Centrum.

  4. P. is hardhandig gearresteerd. Kan dat tot strafvermindering leiden?

    Toen P. op 8 oktober werd gearresteerd, pakten de agenten hem heel stevig aan. Hierover was overleg met het OM geweest; de hoop was dat hij iets zou loslaten over de verblijfplaats van Anne Faber.

    Lees ook: Was zo’n harde arrestatie toelaatbaar?

    P. werd ‘met kracht verplaatst’ en kreeg ‘pijnprikkels’ doordat agenten de handboeien strak aandraaiden. Het politieteam dreigde een gemuilkorfde politiehond op hem los te laten. Ook kreeg hij foto’s te zien van zijn moeder, met de vraag: wil je haar ooit nog zien? Om de kans Faber snel te vinden te vergroten, werd P. niet op zijn zwijgrecht gewezen.

    Het OM vindt dat er naar behoren is gehandeld, de advocaten noemen het „marteling”. Als de rechtbank besluit dat daar gevolgen aan moeten worden verbonden, kan ze besluiten tot strafvermindering. Van bijvoorbeeld een maand, zei de officier van justitie tijdens de zitting.

    • Kim Bos