Recensie

Van intiem en sprookjesachtig naar orkestrale afrobeat op bloedheet North Sea Jazz

North Sea Jazz De 43ste editie van North Sea Jazz draaide op bekende popshows, het vieren van Afrikaanse en Caribische muziekcultuur en spannende, jonge artiesten. Op zondagavond maakte headliner N.E.R.D. indruk met hun opzwepende punkenergie.

N.E.R.D. Foto Andreas Terlaak

Een van de intiemste en sprookjesachtigste optredens op de 43ste editie van North Sea Jazz was dat van de 28-jarige Moses Sumney. De mysterieuze Amerikaanse zanger zong op de derde festivaldag vanachter effectapparaten, gaf zijn ijle falset steeds een andere klankkleur mee en liet zijn hoge vocalen in loops naar zich terugkaatsen. Sumney zong intens en vol dramatiek en emotie, in een donkere Darling-zaal, en zijn gelaagde composities waren betoverend, slepend en spannend.

Nu was de Darling-zaal sowieso al de plek waar deze zonovergoten editie van North Sea Jazz drie dagen lang het muzikale avontuur te vinden was. Vrijdag bij de zinderende Frans-Cubaanse zusjes van Ibeyi en de dromerig intelligente elektronische soulmuziek van Moonchild. Zaterdag bij een brede lichting jonge Britse urbanjazzartiesten met composities die bulkten van Caribische invloeden, Londense broken beat en afrobeat. En zondag naast Moses Sumney ook bij Vlaamse rapster Coely en de internationaal aan de weg timmerende Sevdaliza uit Rotterdam.

Bekijk de volledige fotoreportage die muziekfotograaf Andreas Terlaak maakte op het North Sea Jazz Festival 2018.

Het was afgelopen weekend een bloedhete editie van het jazzfestival, waar 25.000 mensen per dag steeds in beweging waren, en puffend en zich met waaiers koelte toewuivend door de gangen stroomden, om maar geen headliners of belofte te missen. Dat leidde tot zalen die na het begin van een optreden alweer snel leegliepen, die zo vol waren dat beveiligingsmedewerkers het publiek met verkeersborden naar andere podia wezen, en overal lange rijen.

Publiek wacht tot ze de zaal in kunnen voor het optreden van DeJohnette, Scofield, Medeski en Colley.
Foto Andreas Terlaak
Moses Sumney.
Foto Andreas Terlaak
Moses Sumney.
Foto’s Andreas Terlaak

Headliners zonder verrassingen

Veel publiek trokken de headliners-op-herhaling, zoals Nile Rodgers & Chic, gitarist Pat Metheny, Roy Hargrove en Earth, Wind & Fire. Zij voelden zich duidelijk comfortabel op het festival en deden nog eens hun kunstje, zonder verrassing of experiment. Zo was het als ‘The Roots & Friends’ aangekondigde concert, op enkele gastoptredens na, toch vooral de show die we kennen van de hiphopband die al jaren een vaste waarde is op North Sea Jazz. Bekende elementen keerden terug: een cover van ‘Sweet Child O’ Mine’, knallend virtuoze solo’s op beatmachines, hit ‘You Got Me’, vlammende raps van de meesterlijke MC Black Thought en een stuwende groove.

Ook de reputatie van de regelmatig op het festival geprogrammeerde Chaka Khan zorgde zondag weer voor een propvolle zaal, maar puur op kwaliteit is het een raadsel waarom ze steeds opnieuw gevraagd wordt. Ze haalt al jaren haar oorspronkelijke kracht en zuiverheid niet meer en maakte een routineuze, uitgebluste indruk, waarbij haar achtergrondkoor de echte uithalen moest overnemen, en het Metropole Orkest de melodieën in haar hits versterkte ten koste van de oorspronkelijke groove.

Chaka Khan.
Foto Andreas Terlaak
Queen of Sheba met Ibrahim Maalouf en Angelique Kidjo.
Foto Andreas Terlaak
Chaka Kahn en Queen of Shiba met Angelique Kidjo en Ibrahim Maalouf.
Foto’s Andreas Terlaak

Afrikaanse en Afro-Caribische muziekcultuur

Dan liever de Frans-Libanese trompettist Ibrahim Maalouf die zondag, springend en pompend met een gebalde vuist in de lucht, beurtelings het 64-koppige Belgische Casco Phil-orkest en het publiek dirigeerde. Het resultaat klonk als magische, orkestrale afrobeat, voortgestuwd door percussie en de afgemeten halen van tientallen strijkstokken tegelijk. Angélique Kidjo, de Beninse diva van de afropop, zong in zeven krachtige composities het verhaal van de koningin van Sheba.

Het overrompelende project van Maalouf en Kidjo was een van de pronkstukken van een thema dat North Sea Jazz dit weekend kleur gaf: dat van de Afrikaanse en Afro-Caribische muziekcultuur. Er klonk zondag salsa van Rubén Blades, en Afro-Cubaanse jazz van Harold López-Nussa en Ramón Valle. Ook artist in residence Michael League sloot aan in die trend met zijn trio met drummer Antonio Sánchez en de Cubaanse percussionist Pedrito Martinez. Hij gaf een knallende wereldpremière van zijn project ‘Elipsis’, met West-Afrikaanse Yoruba-ritmes en schelle chants als basis voor experimenten vol percussie. Zijn groep Bokanté op zondag kwam met zwakke vocalen minder sterk uit de verf, ondanks de drie Afrikaanse snaarvirtuozen die League hielpen in zijn zoektocht naar de blues. Over de volle drie dagen genomen – League opende vrijdag weinig indrukwekkend met zijn eigen Snarky Puppy en het Metropole Orkest – was zijn artistieke invulling te weinig avontuurlijk.

Sommige artiesten kregen al een staande ovatie door alleen maar het podium op te lopen. Jazzsaxofonist Pharoah Sanders (77) is weliswaar jong noch vlammend en moest tijdens zijn concert vaak even gaan zitten. Maar hij wist met zijn spirituele jazz het publiek vakkundig geboeid én in de zaal te houden.

Oumou Sangare.
Foto Andreas Terlaak
Een van de muzikanten van Oumou Sangare.
Foto Andreas Terlaak
Oumou Sangare.
Foto’s Andreas Terlaak

Indrukwekkende Jett Rebel

North Sea Jazz bood deze editie als vanouds soulmuziek in alle kleuren en maten, van legendes The O’Jays die voor het eerst in Nederland stonden, tot de strakke, stuwende en stijlvolle soulshow van Leon Bridges met zijn door de grote, klassieke soulmannen beïnvloedde stem. Van Taj Mahals dochter Deva Mahal, met haar door blues, soul en gospelgeschiedenis gekleurde, krachtige stem, onder meer gesteund door een zuigend orgel en een gitarist die er hier en daar een reggaecadans doorheen weefde. Van Aloe Blacc, die het publiek vakkundig meenam, en ook een blokje reggae inbouwde, „want reggae is voor mij ook soulmuziek”. En van Maxwell, die een sympathieke, soepele soulshow gaf, met een zanger in smetteloos wit die met dames in het publiek knuffelde en hen handkussen gaf en vertelde hoeveel hij van iedereen hield.

Hoogtepunten onder de popheadliners waren onder meer de shows van Jett Rebel, die indruk maakte met zijn subtiele, vocaal krachtige bewerking van Whitney Houstons ‘I Have Nothing’, en Anderson .Paak, die het lekkerst in zijn vel zat wanneer hij achter zijn drumstel plaatsnam, rappend en zingend opging in de muziek en met zijn band goed op stoom kwam, met onder meer een mooi ingetogen uitvoering van ‘The Bird’ en een verrassingsoptreden van Cee Lo Green, die zondag zelf op het festivalprogramma stond.

Het hoogtepunt van de jazzroute voltrok zich, uiteraard, in de Darling-zaal. Daar sloot saxofonist en mentor van de scene Shabaka Hutchings het Britse urbanjazzprogramma af met zijn Sons of Kemet. Gesteund door tubaspeler Theon Cross en twee drummers nam hij de zaal dansend mee op een hard groovend avontuur langs afrobeat en Londens grotestadsjazz.

Khalid.
Foto Andreas Terlaak
Bokanté.
Foto Andreas Terlaak
Khalid en Steven Brezet van Bokanté.
Foto’s Andreas Terlaak

Zondagavond

Publiekslieveling Cécile McLorin Salvant liet haar vocale perfectie horen. Bluesklassieker ‘Spoonful’ zong ze tegen het einde van de avond traag, als in een trance. Maar vooral tijdens de oeroude murder ballad ‘Omie Wise’ die ze a capella zong, pakte ze de zaal volledig in. Wie zin had in nog een solide jazzafsluiter, kon afronden met het Billy Hart Quartet met saxofonist Joshua Redman. Die laatste klom behendig, soms euforisch de toonladders omhoog en omlaag, terwijl de 77-jarige Hart de boel onverstoorbaar ontregelde met zijn eigenzinnige drumspel.

Met de net 20-jarige R&B-ster Khalid had het festival een tiener-popidool met een grote toekomst op het podium, met zijn in felgekleurde kostuums gestoken danseressen en een rij gillende jonge popfans vooraan bij het podium. Vooral bij de langzamere nummers liet Khalid zijn stem bezield en ingetogen stralen. Soms wreekte het feit zich dat hij nog weinig echt sterke nummers in zijn repertoire heeft voor een dergelijk prominente show.

Billy Hart.
Foto Andreas Terlaak
Joshua Redman tijdens zijn concert met Billy Hart Quartet.
Foto Andreas Terlaak
Billy Hartman en Joshua Redman.
Foto’s Andreas Terlaak

N.E.R.D. heeft juist een ijzersterk repertoire. De band heeft een wat rauwer en steviger rockend geluid dan de hits-show waar voorman Pharrell Williams de afgelopen jaren North Sea Jazz aandeed. Het optreden had bij vlagen een opzwepende punkenergie, en bij de grote hits van zowel The Neptunes als N.E.R.D. zelf kreeg de groep de zaal met zich mee. Maar te lange praatjes tussendoor en publieksparticipaties haalden de vaart eruit en de minder bekende tracks sloegen wat dood.

Mooi was hoe Williams eindeloos de moshpit probeerde te introduceren op het jazzfestival, waarbij het publiek zich in cirkels formeert en wild tegen elkaar op springt. De cirkels lukten, maar wanneer de muziek losging, bleven veel bezoekers staan, en keken ze elkaar vragend aan. Een paar bezoekers begonnen dan maar sierlijk in het midden van de cirkel te dansen.

Drie bier, alstublieft

Volgooien, alstublieft? Foto Andreas Terlaak

Aanvulling (16-07-2018): Dit artikel is maandagochtend aangevuld met een verslag van de laatste optredens op zondagavond.

    • Leendert van der Valk
    • Saul van Stapele