‘Importheffingen? Geen punt, maar alleen op vuile producten’

Milieu Een groep onderzoekers pleit in Nature voor importheffingen op producten die schadelijk zijn voor het klimaat.

Foto Simon Dawson / Bloomberg

Waarom zou je protectionisme niet bestrijden met klimaatbeleid? In een deze maandag gepubliceerd commentaar in het wetenschappelijk tijdschrift Nature wordt gesuggereerd om van de nood een deugd te maken, en het huidige handelsconflict van de VS versus China en de Europese Unie te benutten voor de invoer van importheffingen op producten die slecht zijn voor het klimaat.

Volgens het commentaar kan met dit soort heffingen worden voorkomen dat vervuilende bedrijven uitwijken naar landen waar milieunormen minder streng zijn. Ook helpen ze bestaande onvolkomenheden in de klimaatonderhandelingen te bestrijden.

Het artikel is geschreven door een groep onderzoekers onder leiding van Michael Mehling van het Amerikaanse Center for Energy and Environmental Policy Research van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Eind vorig jaar schreven zij een stevig rapport waarin ze de onvolkomenheden beschrijven van de klimaatonderhandelingen en hoe dit soort heffingen, die bekendstaan als ‘border carbon adjustments’ (BCA’s), kunnen bijdragen om die op te lossen.

Landen die niet of nauwelijks meedoen aan het klimaatakkoord dat eind 2015 in Parijs werd gesloten, profiteren gratis van de (vaak kostbare) maatregelen van andere landen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Ook kunnen landen hun eigen uitstoot gemakkelijk laten dalen door vervuilende producten elders te kopen – iets wat voor het klimaat niets oplevert.

Onontbeerlijk

Volgens de Franse president Emmanuel Macron zijn klimaatheffingen op buitenlandse producten daarom ‘onontbeerlijk’ als Europa zijn leiderschap op het gebied van klimaatbeleid waar wil maken. Ook Mexico, die BCA’s heeft opgenomen in zijn plannen voor het terugdringen van broeikasgassen, en Canada voelen wel voor een importbelasting volgens het principe dat de vervuiler betaalt.

Op dit moment kent alleen Californië een echte klimaatheffing. Voor stroom die wordt ingevoerd uit buurstaten gelden sinds 2013 dezelfde strenge klimaatnormen als voor Californische elektriciteitsmaatschappijen zelf. De regeling heeft succes, concluderen de onderzoekers. Bedrijven wijken niet langer uit naar buurstaten met minder stringente klimaatwetgeving.

Er is veel verzet tegen klimaatheffingen. Volgens critici zijn ze in strijd met de regels van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Zo mogen landen geen onderscheid maken tussen geïmporteerde producten en vergelijkbare producten uit eigen land. Maar de onderzoekers stellen dat de WTO-regels zelf een uitweg bieden. Handelsbeperkingen en heffingen zijn toegestaan om mensen, dieren en planten te beschermen of als het gaat om het behoud van eindige natuurlijke hulpbronnen.

In hun artikel in Nature richten de onderzoekers hun pijlen op de Verenigde Staten. President Trump heeft aangekondigd uit het klimaatakkoord te stappen en dreigt met een handelsoorlog om de eigen staal- en aluminiumproductie te beschermen. Europa en China hebben gereageerd met importheffingen op min of meer willekeurige producten.

Waarom, vragen de wetenschappers zich af, zou je niet juist importheffingen invoeren op ‘koolstof-intensieve’ producten? „In plaats van de huidige spiraal van vergeldingsmaatregelen voort te zetten”, schrijven ze, „zouden landen deze beginnende handelsoorlog kunnen omzetten in meer klimaatambitie”.

Eerlijk speelveld

Toch is het de vraag of China veel voelt voor dit soort heffingen. Harro van Asselt, klimaatjurist bij het Stockholm Environment Institute en een van de auteurs, verwacht dat ook China baat heeft bij het creëren van een ‘eerlijk speelveld’. In een reactie per e-mail schrijft Van Asselt: ‘Zolang China kan laten zien dat het klimaatbeleid aan het invoeren is, zal het in een betere positie zijn dan een land zonder beleid. En dat laatste geldt meer en meer in de VS op nationaal niveau.’

Bovendien krijgen volgens Van Asselt in hun voorstel individuele bedrijven de kans om te bewijzen dat ze schoner zijn dan de ‘maatstaf voor koolstofintensiteit’ in de betreffende sector. ‘Behoorlijk wat Chinese fabrieken zijn inmiddels nieuwer en schoner dan oudere fabrieken in de Rust Belt van de VS’, aldus Van Asselt.

Maar het gaat niet alleen om China of Europa en de VS. Het uiteindelijke doel is een dekkend systeem voor alle landen, schrijft Van Asselt. Zeker als de inkomsten gebruikt worden om de uitstoot van broeikasgassen verder te verminderen en om landen aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, kunnen klimaatheffingen leiden tot een ambitieuzer beleid waarbij nieuwe markten ontstaan voor schone technologie.

    • Paul Luttikhuis