Brieven

Brieven

Melle Daamen houdt een pleidooi om de positie van de grote musea nóg sterker te maken, en dat ten koste van kleinere musea (Versterk de grote musea, subsidie per ticket graag, 11/7). Wat mij betreft een onzalige gedachte. Kwaliteit wordt stelselmatig verward met kwantiteit. Dat moet zeker niet gaan gebeuren in de museumwereld. Kunst zonder experiment lijkt me dodelijk voor de ontwikkeling ervan, en risicovolle experimenten (vaker in kleinere musea) trekken minder bezoekers dan risicoloze blockbusters (vaker in grote musea). Daarnaast: kleinere musea hebben nu al veel minder geld dan hun grotere broers om nieuw werk aan te kopen. In het voorstel van Daamen zou een gewijzigde subsidieverdeling die kloof nog veel groter maken. Dat lijkt me niet terecht, en niet verdiend als je kijkt naar gedurfd en vernieuwend beleid van een aantal kleintjes. Ook daarom ben ik blij met de recente komst van een aantal nieuwe kleinere musea zoals Voorlinden in Wassenaar, MORE in Gorssel en Ruurlo en No Hero in Delden. Gelukkig gespreid over Nederland. Want: bevoordeling van de grote, bijna allemaal in het westen gelegen musea zou een nóg grotere concentratie van exposities in de hand werken. In plaats van de geïnteresseerde cultuurliefhebber steeds maar weer naar het westen te laten reizen zou ik willen pleiten voor meer reizende tentoonstellingen die kleinere musea in de provincie aandoen en de kunst dichterbij de mensen brengen. Goed voor het milieu én goed voor het culturele klimaat buiten de Randstad.

    • Opiauteur