Opinie

Voetbal

Het WK van Rusland, Frankrijk én de video-arbiter

Tussen de openingswedstrijd en de finale van het grootste en meest succesvolle sportevenement dat zijn land ooit organiseerde, was Vladimir Poetin de afgelopen vier weken opvallend afwezig. Opmerkelijk, want er was alle aanleiding om te pronken met het voetbaltoernooi dat hem door de FIFA van Sepp Blatter was geschonken, met een van de favorieten, Frankrijk, als de nieuwe wereldkampioen, na een spectaculaire 4-2 overwinning op Kroatië.

Terwijl de Russen na een aanvankelijk collectieve desinteresse steeds enthousiaster werden over de prestaties van hun nationale ploeg, ontbrak de president zelfs bij de knock-outduels van Rusland waarin het verrassend oud-wereldkampioen Spanje uitschakelde en waarin op het nippertje werd verloren van de latere finalist Kroatië. Nadat Gianni Infantino vorige week zijn eerste WK als FIFA-baas het beste ooit had genoemd, met alle credits voor het gastland, bedankte Poetin hem aan de vooravond van de finale in het Bolsjoi-theater in Moskou.

De voetbalkoning en de president kunnen terugkijken op een vlekkeloos georganiseerd toernooi, een sportfeest dat een maand duurde – ook al was Rusland om tal van redenen (MH17, de Krim, mensenrechten, dopingschandaal, novitsjok-affaire) omstreden als WK-organisator.

Voorspelde incidenten rond racistisch gedrag van Russische supporters waren er niet, van hooligans werd niets vernomen en ook aanslagen bleven uit. De enige wanklank buiten de lijnen betrof seksisme, met enkele tientallen meldingen van vrouwen die op straat werden lastiggevallen. En als het aan de FIFA ligt, was dit de laatste keer dat de tv-camera’s zich verlekkeren aan vrouwen op de tribunes. Op de valreep een incident binnen de lijnen: het viertal toeschouwers dat in de finale het veld op rende; een actie waarvoor Poetins luis in de pels Pussy Riot de verantwoordelijkheid opeiste.

Spannend en vermakelijk was het, maar het 21ste WK zal niet de geschiedenisboeken ingaan om het hoogstaande voetbal. Natuurlijk was er wél het attractieve spel van de Belgen, die in tegenstelling tot in 1986 de troostfinale wonnen, met de onnavolgbare acties van aanvoerder Eden Hazard; de drie goals van Portugals Ronaldo in de groepsfase tegen Spanje – en de snel daaropvolgende uitschakeling van beide landen; de ontmaskering door Kroatië van Argentinië en de uitschakeling in de groepsfase van titelhouder Duitsland. En de bloedstollende strafschoppenseries.

En dan die mooie finale, met de aanvankelijk dominerende Kroaten onder aanvoering van de beste speler van het toernooi, ‘de Kroatische Cruijff’ Luka Modric, die in de tweede helft werden gevloerd door Paul Pogba en Kylian Mbappé, de 19-jarige aanvaller die als eerste tiener sinds Pelé in 1958 scoorde in de WK-finale.

Coach Didier Deschamps leidde de ploeg die niet het meest aanvallende voetbal speelde, maar die wel de compleetste van de 32 deelnemers was. Deschamps was er in 1998 als aanvoerder bij toen Frankrijk zijn eerste en tot zondag enige wereldtitel veroverde – aan het eind van dat jaar werd Mbappé geboren, de jonge ster die Ronaldo, Messi en Neymar deed vergeten.

Wat dit WK memorabel maakte: het debuut van de video-arbitrage (VAR), waarbij de scheidsrechter behalve door zijn helpers op het veld wordt geassisteerd door arbiters achter tv-schermen. De VAR heeft het voetbal eerlijker gemaakt. Al is het voor verbetering vatbaar en nemen scheidsrechters nog verschillende beslissingen bij vergelijkbare overtredingen nadat de beelden langs de lijn bekeken zijn; dat maakte ook de doelpuntrijke WK-finale in Moskou pijnlijk duidelijk.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.