In Zagreb zijn ze trots op voetbalhelden: Hajde!

Kroatië

Ondanks de verloren finale overheerst in het kleine, jonge Kroatië feestvreugde. ‘Mijn Kroatië/als ik je zie/brandt mijn hart’.

Een Kroatische fan in Zagreb, tijdens de WK-finale. Foto Marko Drobnjakovic/AP

„Wij schrijven historie, of we nu winnen of niet. Natuurlijk gaan we winnen, we hebben al gewonnen!”, brult de uitzinnige Anto Senic: geblokte pet, geblokt shirt, rood-wit-blauwe schmink op de wangen.

Met zijn natgeregende outfit vormt de twintiger een van de duizenden blokjes die samen de rood-witte deken vormen die deze zondag over het centrale Ban Jelacić-plein van Zagreb is uitgespreid. Zelfs de vele toeristen in de Kroatische hoofdstad hebben zich uitgedost in de kleuren van de sahovnica, het schaakbordmotief van het middeleeuwse Kroatische wapen.

Anto wordt geflankeerd door zijn hossende familieleden: ooms, tantes, neven en nichten. Tijdens de burgeroorlog vluchtten ze naar Oostenrijk en Duitsland, voor deze historische dag zijn alle Senić naar hun thuisland teruggekeerd om het nationale team met bier en gezang aan te moedigen. „We zingen over ons land, ons land betekent alles voor ons!”, lacht Anto’s neef Lukas, terwijl Anto zich met zijn bierpul in het feestgedruis stort. Met een oorverdovende knal gaat ergens een vuurwerkbom af, rode rook kringelt rond het bronzen beeld van de achttiende-eeuwse generaal Josip Jelacić, wiens paard voor de gelegenheid is getooid met een enorme rood-witte blokjesvlag.

Lees ook de column van Wilfried de Jong:De sluipmoordenaar van het WK

Geen beter gevoel

Ook de wolkbreuk kan de feestvreugde niet drukken, op deze WK-zondag is er „geen beter gevoel dan Kroaat te zijn”, zoals middenvelder Ivan Rakitic het in aanloop naar de finale verwoordde; miljoenen Kroaten zijn het er roerend mee eens.

Alsof het van hogerhand is afgesproken, drogen de kletsnatte straten van Zagreb kort voor het begin van de wedstrijd op en breekt een stralend zonnetje door. Paraplu’s en wegwerp-regencapes maken plaats voor nationale vlaggen, geblokte waterpolomutsjes en toeters.

In de met biertenten gevulde Tkalciceva-straat wordt stevig ingenomen. Na het eerste doelpunt van Frankrijk wordt de sfeer verbeten. ‘Hajde! Kom op!’ klinkt het bij elke aanval uit duizenden kelen. Bij de Kroatische gelijkmaker klinkt een oorverdovend gejuich.

Ivan Houdijk en Hida Bahadin doen vrolijk mee. De twee Nederlanders vierden vakantie in de regio, toen Kroatië ineens de finale bereikte. Ze besloten naar Zagreb te reizen, maar de bus vanuit Ljubljana in het naburige Slovenië zat overvol. „Toen hebben we met zo’n vijftig man een eigen bus geregeld”, vertelt Utrechter Hida.

Naarmate Frankrijk uitloopt verslechtert de stemming in Zagreb. Wanneer de nederlaag onafwendbaar is, laat maar een enkeling een traan. Wat na het fluitsignaal overheerst, is het gejuich en geklap alsof Kroatië vandaag wél de wereldbeker binnenhaalde. Terwijl president Grabar-Kitarović op de grote schermen ‘haar’ spelers in Moskou omhelst, dansen meisjes op tafels, hangen mannen in de lantaarnpalen en zingt iedereen uitbundig mee: ‘mijn Kroatië/als ik je zie/brandt mijn hart’. Het is de trots van een klein en jong landje dat op verrassende wijze doordrong tot de WK-finale. Maandag wordt het elftal gehuldigd. De spoorwegen bieden korting aan op de trein naar Zagreb.

Op een bankje staan de beschonken Pero Kelava en zijn vriend Ivan zondagavond te zwaaien met een enorme vlag. Zijn ze verdrietig? „Welnee!”, roept Kelava. „Ons kleine Kroatië, tweede van de wereld – wie had dat ooit gedacht!”

    • Eva Cukier