Het circus van de FIFA trekt weer verder

WK-erfenis

Het WK zorgde bij de Russen 32 dagen lang voor enthousiasme en trots. Het toernooi leverde ze ook negen grotendeels overbodige voetbalstadions op.

De Mordovia Arena in Saransk, waar een club gaat spelen die het voorbije seizoen 2.406 toeschouwers per wedstrijd trok.

Er is geen WK voetbal waar hij niet opduikt. De witte olifant. Zo’n geldverslindend object, ontworpen om voor korte tijd een specifiek doel te dienen, maar waar, als het moment voorbij is, niemand op zit te wachten.

Zo’n project, vernoemd naar de heilige witte olifanten die Aziatische vorsten cadeau deden en waar de ontvangers niet meer vanaf kwamen, vind je in de mangrove bij het Braziliaanse vissersdorp Santo André. Hier liet de Duitse voetbalbond DFB in 2014 een gloednieuw hotel verrijzen nadat bestuurders de hotels van de WK-organisatie hadden afgewezen.

De DFB ging voor een miljoenen kostend complex, gemodelleerd naar de wensen van een wereldkampioen in wording. Ontworpen door een Duitse ingenieur, behangen met Duitse kunst en betaald met Duits geld. In hun strandvilla’s met uitzicht op de Atlantische Oceaan werden de spelers ’s ochtends gewekt door het gezang van tropenvogels. Trainen deden ze op een veld waar de mangrove was geweken voor Duits gras. Ontspannen kon in het met palmbomen omringde zwembad.

Wat voor hen een paradijs was, is nu een uitgestorven oord. Een journalist van de Süddeutsche Zeitung was de enige gast toen hij er onlangs een kijkje nam. Op het met prikkeldraad omheinde trainingsveld was na 2014 nooit meer gevoetbald, terwijl de dorpsclub het moet doen met een veld zonder douches en licht. Sommige burgers waren nog boos over de gekapte bomen, de meesten waren juist trots dat zij Duitsland hadden mogen ontvangen.

12 miljard aan infrastructuur

Hoe zal dat in Rusland zijn? Wat volgt daar op het enthousiasme van de laatste weken? Hoewel 12 miljard euro is uitgegeven aan – niet per se noodzakelijke – infrastructuur, zullen de meeste Russen met trots aan dit WK terugdenken. Niemand die hun „het beste WK ooit” nog afneemt.

Toeschouwers verlaten het stadion van Spartak in Moskou na het groepsduel tussen België en Tunesië. Foto Christian Hartmann/Reuters

De woorden zijn van FIFA-voorzitter Gianni Infantino. „Dit land is een echt voetballand geworden”, zei hij vrijdag. „Een land waar voetbal deel van het DNA en de cultuur is geworden. Iedereen heeft een prachtig land ontdekt, een land vol mensen die de wereld graag laten zien dat wat weleens wordt gezegd, hier niet gebeurt.”

Cryptische zinnen van een man die zich op zijn persconferentie had gehuld in eenzelfde outfit als de 17.000 WK-vrijwilligers. Infantino en de Russen: verbonden door de tomeloze ijver om de wereld een show vol amusement te bieden.

Voor de meesten zal het WK als een vakantieliefde zijn: een zoete herinnering aan een periode die nooit meer terugkomt. Nu de kreten van ruim een miljoen bezoekers zijn weggestorven, rest de Russen trots, weemoed én twaalf blinkende stadions. Waarover Infantino zei dat er „concrete plannen” zijn om de bouwwerken hun doel te laten behouden.

Vorige WK’s hebben geleerd dat dat nauwelijks opgaat. Zoals in het vissersdorp Santo André een overbodig hotel leegstaat, zo bracht het WK 2014 Brazilië ook meerdere spookstadions.

Spookstadions kosten veel geld

Al die stadions kostten meer dan ze opleveren. In een wanhopige poging de verliezen tegen te gaan, werd van het stadion in Cuiabá een school gemaakt: de parkeerplaats dient als stalling voor stadsbussen. De stadions in Natal en Recife, waar kleine clubjes spelen, proberen geld te verdienen met bruiloften en kinderfeestjes. In het Zuid-Afrikaanse Durban springen bungeejumpers van het Moses Mahbida Stadion om het stadion van het WK 2010 nog enigszins te benutten.

In het Maracana in Rio werden na de olympische finale van 2016 de flatscreens van de muren gejat. Stoeltjes verdwenen van de tribunes. Dertigduizend toeschouwers moeten hier bij een wedstrijd zitten om break-even te kunnen draaien. Een aantal dat geen club in Rio haalt, dus wil niemand er spelen.

In Rusland zal het niet anders zijn. Van de twaalf WK-stadions hebben drie een passende bestemming. Het Loezhnjiki (nationaal stadion in Moskou), de Otkritie Arena van Spartak Moskou en het door Noord-Koreanen gebouwde Krestovski Stadion van Zenit St. Petersburg.

Anders is het in speelsteden als Nizhny Novgorod. Daar staat een fraai bouwwerk voor 45.000 toeschouwers, de helft van het aantal dat beoogd bespeler FK Nizhny Novgorod in een heel jaar trok in de tweede divisie. Zelfde verhaal in Kaliningrad, Samara en Volgograd. In stadions met meer dan 40.000 plaatsen gaan tweededivisieclubs spelen die gemiddeld 7.500 fans trekken, in de hoop dat de nieuwe arena’s meer publiek lokken.

Ruslands grootste witte olifant zal in Saransk te bewonderen zijn. In de KGB-stad, waar vroeger geen buitenlanders mochten komen, werd het WK omarmd als de komst van het eerste buitenlandse restaurant. Inwoners lieten hun reserves varen en vierden het leven met Denen en Panamezen. Na vier groepsduels herinnert alleen nog de Mordovia Arena aan het WK. Een stadion waar tweedeklasser Mordovia Saransk, die nog geen tiende kan vullen van de 28.000 stoeltjes, gaat spelen. Topvoetbal zal hier voorlopig niet te zien zijn.

Circus FIFA trekt verder, naar een volgend land dat zich wil wagen aan de megalomanie van het WK.

    • Fabian van der Poll