Titel Les Bleus zat er aan te komen

Finale

Frankrijk, dat barst van het talent, versloeg Kroatië met 4-2 in de finale van het WK. De belofte van een topgeneratie is ingelost.

De spelers van Frankrijk jonassen hun coach Didier Deschamps, die zelf als speler in 1998 wereldkampioen werd met Frankrijk, na het behalen van de wereldtitel. Foto Francisco Seco/AP

Toen het stof neerdaalde na een uur voetbal vol Kroatisch elan en flegmatiek voetbal van Franse zijde, was ineens het WK beslist met twee rake trappen van Paul Pogba en Kylian Mbappé. 3-1, 4-1. Klaar. Dag spectaculaire finale, welkom voorspelbare winnaar.

De Franse keeper Hugo Lloris blunderde nog, 4-2 werd de eindstand dus. Het was de eindstrijd die dit toernooi verdiende. In het Loezjniki-stadion in Moskou werd de voetbalwereld met een overtrokken ingreep op advies van de videoscheidsrechter voor rust danig in verwarring gestuurd, maar dat alles werd gelukkig overvleugeld door bijvoorbeeld de ontboezeming van de voetbalsensatie Mbappé als eerste scorende tiener in een WK-finale in zestig jaar.

Een „ultieme bekroning”, sprak coach Didier Deschamps, die zich als derde man liet kronen tot WK-winnend speler én trainer. Met de Franse titel is de hiërarchie van het WK bestendigd, het groepje van grote landen waartoe het zo moeilijk doordringen is - vraag maar aan Nederland. De cup is na de Braziliaanse titel van 2002 met een tournee bezig langs alle grote Europese voetballanden.

Frankrijk, borrelende vulkaan van toptalent, was aan de beurt en behaalde zijn tweede wereldtitel in twintig jaar. Twee van elkaar losstaande generaties die excelleren, dan doe je iets goed – en tussendoor ook heel veel verkeerd. „We zijn nu vier jaar de beste van de wereld’, sprak Deschamps. „We kunnen nu het verleden laten rusten.”

Wilfried de Jong genoot van Modric, maar gunt het Griezmann toch: de sluipmoordenaar van het WK

Onbegrensde potentie

Wat zegt dit over de Fransen? De potentie lis bijna onbegrensd met – op de backs na dan – een driedubbele topbezetting. Met zulke opwindende spelers wacht de wereld nog wel op een optreden van de Fransen dat de verbeelding prikkelt. Al is Deschamps daar niet de coach naar. Jammer voor de wereld.

De Spaanse overheersing op het EK 2008, WK 2010, en EK 2012 was inspirerend door het sublieme combinatievoetbal. De Duitse wereldtitel in 2014 was het sluitstuk van een decennium waarin halve finales op toernooien weer de norm werden voor de Mannschaft, maar nu met aantrekkelijk voetbal dat gepaard ging aan de Duitse deugden van weleer. Maar Frankrijk heeft niet de pretentie gidsland te zijn. Het is wel een samenballing van topspelers, in elke linie minimaal één wereldtopper.

De wereldtitel dus als onontkoombare resultante van de overvloed aan jongens van allerlei gezindten uit de voorsteden met gezegende voeten en een droom. Dat rauwe surplus wordt, mits opgepikt, gegoten in een centralistisch opleidingssysteem, al waren de alumni van opleidingsinsitituut Clairfontaine met Mbappé en Blaise Matuidi in de basis tijdens de finale zeker niet oververtegenwoordigd. Sterren Antoine Griezmann en Paul Pogba vonden andere wegen naar de top. Net als N’Golo Kanté, de ultieme balafpakker.

Ook prettig voor de doorstroming een Franse competitie die sterk genoeg is om sportief te wedijveren met de Europese top maar (nog) niet zo protserig is dat de instroom van internationale elitespelers jongens van eigen bodem kapot concurreert.

Ja, Les Bleus hebben zich het afgelopen decennium laten terugwerpen met onverkwikkelijke affaires en sfeerbederf door vedettes. Maar nu, met Deschamps steeds comfortabeler in de functie van bondscoach, wordt de belofte van een nieuwe topgeneratie precies op tijd ingelost – zij het twee jaar na de van Portugal verloren EK-finale in het Stade de France.

De uitvoering was vrijwel vlekkeloos, maar vaak sober. De groepsfase werd afgesloten met een saai gelijkspel tegen Denemarken, samen door naar de volgende ronde. Maar ere wie ere toekomt: nooit werkelijk in de problemen gekomen in wat toch het zware deel van het toernooischema was. Argentinië ging ten onder in een spektakelduel, Uruguay en België kregen een ontmoedigende demonstratie van doelmatigheid. De Franse organisatiegraad was van de hoogste orde.

In Zagreb zijn ze trots op hun voetbalhelden: Hajde!

Uitdager Kroatië

Maar uitdager Kroatië ging furieus van start met de vertrouwde elf van bondscoach Zlatko Dalic. Als bevolkingspopulatie maatgevend is voor kapitaalkracht in clubvoetbal dan was de finaleplaats van Kroatië vergelijkbaar met FC Groningen in de eindstrijd van de Champions League. Die vergelijking gaat mank want talentvolle generaties zijn door afkomst gebonden en zo kan een jonge, kleine, trotse en sportmaffe natie (4,3 miljoen inwoners) ondanks al zijn tekortkomingen in het plaatselijke voetbalmilieu zich een prestatie voor de eeuwigheid leveren. Op basis van wil, intelligentie, ervaring, raffinement. Samengebald in de Kroatische aanvoerder Luka Modric, zondag in het Loezjniki-stadion uitgeroepen tot speler van het toernooi.

De videoscheids was in zijn eerste WK-finale de underdog slecht gezind. Scheidsrechter Pitana ging op advies van de ‘VAR’ naar de kant en besloot tot een strafschop voor een niet te vermijden handsbal van Ivan Perisic (strafschop: 2-1). Frankrijk had al niet te klagen gehad over de vrije trap voor een schopje tegen de duikelende Antoine Griezmann. Mario Mandzukic kopte uit de vrije trap in eigen doel. De knappe 1-1 van Perisic gaf brandstof aan het gevoel dat Kroatië veel meer had verdiend, maar dat gevoel verstomde in de tweede helft langzaam. De veldbestormers van de Russische anti-Poetin protestgroep Pussy Riot verzorgden voor het oog van de Russische leider een dissonant, tot slot van het organisatorische hoogstandje dat het WK was.

    • Bart Hinke