Recensie

Lichtenvoorde lijkt soms meer op Teheran dan op Gomorra

Zwarte Cross Het lijkt alsof alles kan op de Zwarte Cross, maar de beveiligers zijn streng. Blote buiken zijn niet overal toegestaan op het festival.

Foto Eric Brinkhorst/ANP

Het is muisstil op de Zwarte Cross. Ook al zijn er 220.000 bezoekers, op vrijdagavond acht uur lijkt het festivalterrein uitgestorven. Reden: de zogeheten Levendenherdenking. Na vijftig seconden stilte – ‘een massaal eresaluut aan het leven’ – volgt een tien tellen durende collectieve ontlading van hysterisch gekrijs.

Het is typisch zo’n actie die hoort bij de driedaagse Achterhoekse braspartij die dit jaar het thema ‘Leven voor de dood’ kreeg. De brandende zon veranderde Lichtenvoorde in een dorre prairie. Naast het gebruikelijk dieet (decibellen vreten, lever nathouden) betekende dat dus ook: stof happen en de schaduw opzoeken.

Wie last heeft van keuzestress heeft op Zwarte Cross niets te zoeken. Zwalkend tussen de twintig podia kan er zomaar een backflippende motorcrosser over je hoofd vliegen, of word je opeens ingehaald door een als stoomlocomotief uitgedoste praalwagen vol bierdouchende zatlappen.

Het grootste festival van Nederland moet het niet hebben van de grote namen. Daarom staan er op het vuurspuwende motorblok dat dienst doet als hoofdpodium ongevaarlijke (en afgezaagde) festivalstamgasten als Kaiser Chiefs, Di-rect en Jett Rebel. Wie wil, loopt zo ongestoord tot aan de voorste rijen, zó immens is het veld. Alleen bij Volbeat staat het er ramvol. Jammer dat de Deense kitschrockers er plichtmatig en met zo weinig mogelijk charisma hun meezingers afdraaien.

Foto Eric Brinkhorst/ANP

Maar ook dát is Zwarte Cross. Hier wordt de hoogmis gevierd van de doodgewone Nederlander. Bij de entree van het festival verraden zo’n acht voetbalvelden aan fietsenstalling de bloedband met de regio. Trendy festivalnomaden zijn in de minderheid: nergens is veganistische avocado-quinoasalade te krijgen, overal zijn Broodjes Unox te koop. Je struikelt er over de gezinnen en boerenzonen op houten klompen. Sommigen hebben een zelfgezaagd dienblad bij zich met daarin tien cirkels. Duurzaam én praktisch: je verspilt geen kartonnen traytje én je kunt vier extra biertjes dragen.

Sfeerbeheer

Je zou zomaar kunnen denken dat alles kan, in het Wilde Oosten. Maar soms lijkt Lichtenvoorde meer op Teheran dan op Gomorra. De in blauwe hesjes gehesen beveiligers, die eufemistisch ‘Sfeerbeheer’ heten, hebben hun handen vol om de kledingwetten te handhaven. Blote buiken zijn bij de kleinere podia verboden, ook al tikt de thermometer bijna dertig graden aan. In de Roadhouse, waar rockfans worden gegrild onder een golfplaten dak, krijgt iedereen zonder shirt een beveiliger achter zich aan. De rockschuur mag dan ‘Barn to be wild’ zijn gedoopt, rokers worden weggestuurd. Op het balkon kijken met een biertje erbij? Verboden! Je cocktail meenemen naar de wc? Mag niet! Wel weer typisch Zwarte Cross: om de kritiek op deze betutteling bij voorbaat te pareren hangt tussen de talloze tegeltjeswijsheden die over het hele terrein zijn verspreid ook de tekst: „Nog even … en dit bord mag ook al niet meer.”

Bekijk ook de fotoserie: De Zwarte Cross: muziek, motorcross, en massa’s bier

Normaal. Doen. Dus. En dat is ook te horen. Daarom puilen de Megatent (met lokale helden als Bökkers, The Heinoos en De Motorband) en de Undercovertent (Blondie, AC/DC, The Cure) voortdurend uit. Is dat erg? Welnee! Want door te profiteren van de wet der grote getallen is er in de krochten van de Zwarte Cross juist veel moois te beleven. Kijk hoe het grimmige blackmetaltrio Galg in metalcafé De Baterbar hun gitzwarte zielen uit hun zwetende lijven staat te schreeuwen, voor tweeëntwintig toeschouwers. Of brul mee met Tusky, de luistervriendelijke doorstart van John Coffey, die met hun festivalhit ‘Going Out’ de eerste circle pit van het weekend laat rondtollen.

Foto Eric Brinkhorst/ANP

Nieuw dit jaar: de hiphoploods De Noaberhood, waar de rappers van Zwart Licht eerst keihard ‘BOEREN!’ schreeuwen om de stugge massa mee te krijgen en vervolgens toch overtuigen. En wat een heerlijk intiem optreden geeft Tim Knol op de porch van de Bayou, een saloon waar het ruikt naar bourbon en barbecue. „Ik heb ontzettend zin in een koud biertje”, zegt Knol terwijl hij het intro van zijn grootste hit ‘Sam’ bruut onderbreekt. „Moet ook gebeuren, hè?”

Magisch moment: tijdens de psychedelische trip van Death Alley hijst het publiek een fan in een rolstoel omhoog. Zanger Douwe Truijens klimt over alle handen naar hem toe om een high five te geven.

Calvinistische Nick Cave

Absoluut hoogtepunt: de zinderende eredienst van Claw Boys Claw. Op zaterdagavond laten de Amsterdamse rockers de Roadhouse opstijgen. Zanger Peter te Bos ontpopt zich tot een calvinistische versie van Nick Cave die zijn grijze haren niet zwart hoeft te verven om rock-’n-roll te blijven. „Het is hier godverdomme te gek”, concludeert hij heupwiegend op zijn zwarte cowboylaarzen. En terwijl gitarist John Cameron zijn gitaar laat jengelen als een slangenbezweerder, duikt de 67-jarige zanger zo het publiek in. Als hij na een rondje crowdsurfen terug op het podium wordt afgeleverd, springt hij opnieuw omlaag om dit keer pogoënd zijn weg naar buiten te vervolgen. „We willen graag de directie van de Zwarte Cross bedanken dat we hier na 34 jaar zeuren eindelijk mogen staan”, jubelt hij na afloop. „Tot volgend jaar!”

    • Frank Provoost