Welke masochist heeft dit verzonnen?

Strafschoppen

Twee keer werd een WK-finale beslist door penalty’s. Wat als het zondag weer is? Een blik in de psyche van de nemer. ‘Die wandeling is het ergst.’

De Italiaan Roberto Baggio legt de bal op de stip bij de stafschoppenserie in de WK-finale tegen Brazilië in 1994. Hij mist. Foto Bob Thomas/Getty

Het wordt de een of de ander. Nooit de een én de ander. Nog enkele minuten. Dan ben je voor altijd wereldkampioen – of voor altijd verliezend finalist. Nu nog die eenzame wandeling. Die eindeloze 32,35 meter vanaf de middencirkel naar de plek waar volwassen mannen soms huilend weer van terugkeerden.

Achtervolgd door een misser

Nooit in de WK-geschiedenis schoot iemand zó mis als Roberto Baggio in 1994. Het gebeurde op een snikhete middag in Californië, waar 94.194 paar ogen waren gericht op een man met waarschijnlijk de mooiste bijnaam van alle spelers op het WK. De Goddelijke Paardenstaart.

In de Rose Bowl van Pasadena zijn die middag acht strafschoppen genomen als Baggio aanlegt voor een penalty die hij niet mag missen. Dat hebben Franco Baresi en Daniele Massaro al gedaan. Mist hij, dan is Brazilië wereldkampioen.

Missen is niets voor Baggio. Hij is de ster van Italië, de man die de Azurri met vijf goals in de knock-outfase bijna persoonlijk naar de finale heeft geschoten. Bovendien is hij een gekend penaltynemer: in de Italiaanse Serie A ging 87 procent van zijn pogingen erin.

„Ik was zo helder als ik kon zijn”, zei Baggio later in zijn biografie A goal in the sky. „Ik wist dat Taffarel altijd dook, dus besloot ik om halverwege het midden te schieten, zodat hij er niet met zijn voeten bij kon. Het was een intelligente beslissing, want Taffarel dook naar links.”

Om onduidelijke redenen – zijn eigen woorden – vliegt de bal drie meter over het doel. Nog zes spelers schoten hun strafschop over in een penaltyserie op een WK, maar geen van allen was minder accuraat dan Baggio. Nog kan hij amper accepteren wat hem die dag overkwam. „Maar ik nam wel mijn verantwoordelijkheid. Alleen zij die de moed hebben een penalty te nemen, missen hem.”

De penalty en de prefrontale cortex

Die wandeling. Nog zo’n twintig meter verwijderd van wat een routinematige handeling zou moeten zijn. Hoek kiezen, afdrukken. En toch zijn ze er, die onheilspellende gedachten. De tranen van Baggio, de ontreddering bij David Trezeguet. Probeer de stress maar eens de baas te zijn. Hoe dan?

Wat gaat er om in het brein van een speler die vanaf de stip een WK-finale kan beslissen? „Acute stress”, zegt Nederlands bekendste neuropsycholoog Erik Scherder van de Vrije Universiteit. „Bij iedere speler die hem neemt. Alleen bestaan er twee manieren om dat te verwerken.”

Scherder, bekend van zijn boeken en van DWDD, wijst op Harry Kane. „Als je ziet hoe feilloos hij ze binnenschiet, zie ik iemand bij wie acute stress een positieve werking heeft. Zijn prefrontale cortex, het voorste deel van je hersenen dat met de pariëtale lob taken uitvoert, is zeer actief, terwijl gebieden die een cruciale rol spelen bij emoties gedeactiveerd worden. Denk aan een moeder wier kind wat overkomt. Zij haast zich met kind naar het ziekenhuis, pas later barst ze in huilen uit. Haar angst was gedeactiveerd.”

De andere reactie? „Choken. Zoals bij tennisster Jana Novotná. Als je haar finale op Wimbledon terugziet, springen de tranen in je ogen. Hoe groter de beloning, hoe groter de kans op choken. Het brein raakt overbelast met die beloning.”

„Choken neemt de remmende werking in je prefrontale cortex weg. Daarmee kun je normaal irrelevante zaken weghouden, zoals letten op je techniek bij hardlopen of je backhand bij tennis. Maar bij choken word je overal van bewust. Een voetballer vraagt zich af of hij de bal wel goed zal raken, ook al heeft hij het een miljoen keer geoefend.”

„Neem dit gesprek. Buiten rijden er auto’s voorbij, maar ik focus me op het gesprek. Mijn remmende vermogen is geactiveerd. Ik rem irrelevantie informatie weg en zie daardoor niet wat voor type auto’s voorbijrijden. Is je remvermogen aangetast, dan let je op alles en word je afgeleid van de taak die je moet volbrengen.”

„Oplossingen zijn niet eenvoudig. Bewegen is er een. Dat stimuleert het systeem dat zorgt voor het weghouden van irrelevante zaken. Mede daarom gaan sommige mensen vanzelf lopen als ze bellen. Ik snap niet dat voetballers blijven zitten of staan als de anderen hun penalty’s nemen. Je stofwisseling wordt minder. Meer stofwisseling betekent meer controle over je remmingsysteem.”

„Ik wil niet slimmer zijn dan trainers, maar spelers zouden een rondje moeten gaan lopen voor hun strafschop. Blijven lopen pept je systeem op. En dan een aanloop. Hoppakee.”

Vertwijfeling aan de stip

Ogen in de rug. Ogen van opzij. Ogen overal. Stuart Pearce zei het al in zijn biografie, dat die wandeling het ergste is van de strafschop. Dat alleen God mag weten welke masochist dat heeft verzonnen. Nog tien meter.

Het Nederlands elftal is bezig aan een fantastisch WK als Ronald de Boer in de halve finale tegen Brazilië aan een wandeling begint die voor zijn gevoel „een eeuwigheid” duurt. De Boer dacht dat hij erop voorbereid was, totdat Phillip Cocu weer voor hem stond. Wit weggetrokken gezicht, bevreesde blik. Namens Oranje had Cocu zojuist de derde strafschop gemist. En doordat de Brazilianen daarna ook hun vierde strafschop benutten, mocht De Boer niet missen.

De strafschop die hij moest nemen is er een met een onheilspellende achtergrond. Uit cijfers van Opta blijkt dat op een WK de achtste penalty (de vierde van het land dat als tweede schiet) het vaakst wordt gemist. Twee van de vijf. De psychologische druk van het vermijden van verlies of een achterstand lijkt hierbij een rol te spelen. De London School of Economics onderzocht 2.820 strafschoppen tussen 1970 en 2008: 60 procent van de series wordt gewonnen door het team dat mag beginnen.

„De misser van Cocu veranderde alles”, zegt De Boer. „Als hij had gescoord en ik zou missen, leefden we nog. Had Brazilië na hem gemist, dan óók. Nu lag alle druk bij mij. Je hoort 60.000 mensen fluiten. Hoe denk je dat dat voelt?”

In de halve finale van het WK 1982 tegen Duitsland dacht de Fransman Alain Bossis dat hij een lafaard was als hij niet zou nemen. Hij miste en nam er nooit meer een. In diezelfde serie moest de ingestorte Uli Stielike door zijn keeper Harald Schumacher van de grond worden getild. Nog altijd is Stielike de enige Duitser ooit die in een penaltyserie op een WK heeft gemist.

In Marseille dacht Ronald de Boer het continu. „Niet missen. Terwijl ik ze vaak scoorde, hè. Meestal op instinct. Vlak van tevoren besluiten en het zo doen. Nu veranderde ik drie keer van gedachte. Eerst strak rechtsonder. Toen met de wreef door het midden, zoals met Ajax tegen Gremio. Uiteindelijk besloot ik te wachten tot Taffarel een hoek zou kiezen. Nam ik de andere hoek.”

Er was alleen een probleem: Claudio Taffarel bewoog niet. Hij wachtte net zo lang totdat De Boer gedwongen werd zelf te kiezen. Vertwijfeld schoot hij mis.

Achteraf denkt hij dat bondscoach Guus Hiddink de volgorde had moeten wijzigen. „We hebben er niet veel over gesproken. Pierre van Hooijdonk zou de vijfde nemen. Van hem wist je: die mist niet. Hij had beter de vierde kunnen nemen. Ik zie veel spelers die hem nemen uit een bepaalde trots. Uit egocentrisme, zodat zij er goed op staan. Zo was ik niet. Je moet eerlijk zijn naar elkaar.”

„Hoe het voelde? Alsof je voor het eerst een heel grote groep mensen toespreekt. Je bent volledig uit je comfortzone. Hoe vaak kom je op een punt dat je een halve finale op het WK kan beslissen?”

De penaltyconsultant

Bij elkaar zal het nog geen minuut duren en toch kan dit ene moment hele carrières voor altijd overschaduwen. Triomf en tragiek, van elkaar gescheiden door wat sommige trainers nog altijd beschouwen als het fortuin van enkele individuen. Een kwestie van geluk. Een loterij. Nog vijf meter.

Als Geir Jordet inmiddels iets weet, is het dat het nemen van een goede penalty geen momentopname is. „Het proces begint veel eerder. Niet enkele dagen. Niet enkele weken. Maanden van tevoren.”

Als professor aan de Norwegian School of Sport Sciences analyseerde hij bijna 500 penalty’s tussen 1976 en 2010 op WK’s, EK’s en in de Champions League. Ook sprak hij met tien van de twaalf spelers die deelnamen aan de penaltyserie tussen Nederland en Zweden op het EK in 2004. In 2006 voorzag hij bondscoach Marco van Basten van tips voor het WK 2006. Later schakelden onder meer Belgische clubs Anderlecht en Zulte-Waregem hem in als penaltyconsulent.

Een penaltyserie is een psychologisch spel, zegt hij, waarover een coach lang van tevoren het gesprek moet aangaan. „Wat doen we als we scoren? Wat als we missen? Uitbundig juichen na een strafschop kan je tegenstander ontmoedigen, maar dat moet je dan wel afspreken.”

Als het over lichaamstaal gaat, wijst Jordet vaak naar de Nederland-Zweden op het EK. Hij zag daarin hoe Roy Makaay juichend terugliep na zijn strafschop, terwijl Christian Wilhelmsson na zijn geslaagde poging terug wandelde met een blik alsof hij had gemist. Teamgenoot Olov Mellberg miste de penalty erna. Slechte lichaamstaal betekent slechte invloed op anderen. „Je ziet vaak dat een speler na een misser alleen wordt gelaten, anderen denken dat hij daar behoefte aan heeft. Dat heeft juist een slecht effect op de spelers die nog moeten.”

Lees wat de Portugese doelman Ricardo hierover zegt in het boek Elf meter: de kunst en psychologie van de perfecte penalty van Ben Lyttleton. Ricardo is de penaltykiller van Engeland op Euro 2004. „Ik zei tegen de jongens: als ik de eerste pak, winnen we. (..) Ik stopte die van Lampard en ik zag de blikken van Rio Ferdinand en Steven Gerrard naar beneden gaan. Pffff. Hun beste man had gemist. Wat voor kans hadden ze nog?”

Jordet deed onderzoek naar het Engelse penaltytrauma. Na 1990 zes keer uitgeschakeld vanaf de stip: hoé kon dat? Onder meer doordat de Engelsen hun penalty het snelst nemen van iedereen. „Alsof ze ervan af wilden zijn. Haast betekent niet dat je mist, maar wie de tijd neemt heeft meer kans.”

Jordet merkte ook dat een historie van missers het zelfvertrouwen aantast. Na twee verloren series op rij is de kans dat een speler een penalty benut 58 procent. Na twee gewonnen series 89 procent.

Dit WK hebben de Engelsen die vicieuze cirkel doorbroken. Jordet: „Je zag dat er maanden werk in zat. Voorheen betekende een goede voorbereiding dat een keeper wist in welke hoek spelers graag schoten. Ook dat hoort erbij, maar het is gelimiteerd. Dit was de benadering van de toekomst, met routines die maanden van tevoren zijn bepaald.”

Volgens Jordet is een penaltyserie als een loterij beschouwen het „domste” wat je kunt doen. „Al helpt het om te erkennen dat geluk een factor is. De Zweedse skiër Ingemar Stenmark zei ooit: ‘Ik weet niets van geluk. Alleen dat hoe meer ik train, hoe meer geluk ik heb.’”

De man aan de andere kant

De doelman. Wat zal er door hem heengaan? Wat heeft hij te verliezen als men denkt dat de nemer toch wel scoort? Zou hij weten dat ik denk dat hij weet in welke hoek ik zal schieten, waardoor ik dus beter in de andere hoek kan schieten?

Er zijn keepers die Frans Hoek niets hoeft te leren. Dat zijn degenen die al meerdere strafschoppen hebben gepakt en weten hoe dat moet. De killers.

Er zijn ook doelmannen met wie Nederlands bekendste keeperstrainer bijna vanaf nul moet beginnen. Dat zijn degenen die minder bekend zijn met de (psychologische) technieken waarmee ze hun kansen daarop vergroten. Want, zoals Hoek zegt: „Voor een keeper hoeven penalty’s helemaal niet lastig te zijn.”

„De druk ligt altijd bij de nemer’’, zegt de man die onder meer bij Manchester United en Bayern München werkte, als assistent van Louis van Gaal. „De speler is de schlemiel als hij mist. Hij moet. De keeper kan een held worden. Hij mag.”

„Toch vind ik dat keepers meer kansen hebben dan men denkt. Door de druk bij de nemer kan de keeper ontspannen zijn. Dat is stap één. Stap twee is het opvoeren van de druk door tijd te rekken. Hoe meer uitstel, hoe meer de nemer gaat nadenken. Hij kan gaan twijfelen.”

Hoek is een van de architecten achter de wissel van Jasper Cillessen in de verlenging van de kwartfinale op het WK 2014. De inbreng van Tim Krul zette Costa Rica op een mentale achterstand. Want wat voor killer moest Krul wel niet zijn dat Louis van Gaal hem inbracht? Krul stopte er twee. Mastermind.

Hoek: „Het uitstellen, dat een spel is met de scheidsrechter en de nemer, heeft toen in perfectie uitgevoerd. De speler lang in de ogen blijven kijken, de bal zo lang mogelijk vasthouden voor de penalty.”

„Gokken raad ik in elk geval af. Als je links duikt laat je rechts en het midden vrij. Als je wel de goede hoek hebt, wil dat absoluut niet zeggen dat je hem pakt. Je hebt minder dan dertig procent kans.”

    • Fabian van der Poll