Opinie

lokaal bestuur

Brede colleges tonen veelbelovende ambities

All politics is local, luidt het beroemde, uit de Verenigde Staten afkomstige gezegde. Als de komende jaren gewerkt gaat worden aan herstel van vertrouwen in het bestuur – een voornemen dat prominent staat verwoord in het regeerakkoord van het derde kabinet Rutte – kan dat niet alleen vanuit Den Haag georganiseerd worden maar zullen gemeenten daarbij volop moeten worden betrokken. Dan is nodig dat gemeenten door coherente colleges worden bestuurd.

Aan de samenstelling van die colleges is de afgelopen maanden hard gewerkt. Samen is het meest terugkerende woord in de honderden bestuursakkoorden die in Nederlandse gemeenten tussen politieke partijen zijn gesloten. De burgers zullen volop bij het beleid worden betrokken en alles zal zoveel mogelijk duurzaam zijn. Lokaal Nederland is er klaar voor. Waarbij het woord lokaal zeer letterlijk moet worden genomen, want meer dan ooit zijn de lokale partijen behalve in de gemeenteraad ook in de colleges van burgemeester en wethouders vertegenwoordigd.

Tot zover de trends die vallen te destilleren uit het onderhandelingsproces dat zich na de raadsverkiezingen van 21 maart in 355 gemeenten heeft voltrokken. In NRC werd vrijdag de balans opgemaakt. Wat naast de opmars van de lokalen opvalt is dat GroenLinks de winst bij de verkiezingen in raadszetels ook heeft weten om te zetten in wethouders. Het CDA blijft zijn koppositie behouden als partij die met het hoogste aantal wethouders. Maar wordt het inwonertal meegerekend dan zit de VVD beter. Aan de andere kant van het spectrum staan D66 en SP. Beide partijen hebben ten opzichte van 2014 wethoudersmacht ingeleverd. De PvdA heeft zich ondanks het slechte verkiezingsresultaat redelijk weten te handhaven.

Juist omdat het om lokaal bestuur gaat zouden landelijke tendensen eigenlijk geen rol moeten spelen. Maar echo’s van het landelijk politiek-maatschappelijke debat zijn volop te vinden in de collegeprogramma’s. Dat geldt zeker voor het klimaatbeleid waaraan veel gemeenten de komende jaren op hun eigen manier willen bijdragen. Terecht, want dat er op dit punt het nodige wordt verwacht bewijzen de deze week gepresenteerde hoofdlijnen van het nationaal klimaatakkoord waar op veel terreinen een taak is weggelegd voor gemeenten.

Weinig akkoorden laten het thema integratie onbenoemd. Ook dit is volkomen begrijpelijk want concrete resultaten zullen toch allereerst in de wijken moeten worden geboekt. Zorg dreigt al gauw een abstract containerbegrip te worden. Maar zeker na de grootscheepse overheveling van taken van het Rijk naar lokale overheden spelen lokale politici bij de uitvoering een sleutelrol. En tenslotte de burger participatie. Uitgaande van de vele akkoorden wordt deze – althans op papier – serieus genomen.

Of dat zo is zal vanzelfsprekend de komende jaren moeten blijken. Maar de intensieve en constructieve wijze waarop in de meeste gemeenten partijen – vaak met behulp van buitenstaanders – met elkaar in gesprek zijn gegaan was in elk geval een veelbelovende aanzet daartoe. Voor de lokale politiek is te hopen dat hun werk ook zal leiden tot meer betrokkenheid van de burgers. Want dat vier maanden geleden maar net iets meer dan de helft van de stemgerechtigden (55 procent) is komen stemmen blijft zorgelijk.

Het is inmiddels zestien jaar geleden dat de dualisering in het Nederlandse gemeentebestuur werd ingevoerd. Uitvoerende en controlerende macht werden hierdoor gescheiden. Het college van burgemeester en wethouders kwam los te staan van de gemeenteraad. De operatie moest bijdragen aan een professionalisering van het bestuur. Of dat overal zo heeft uitgepakt, valt te betwijfelen maar de scheiding der machten was daarvoor wel een belangrijke voorwaarde en heeft zeker zijn nut gehad.

Er is de afgelopen maanden in veel gemeenten langdurig onderhandeld. Wat dit betreft deed de stad niet onder voor de landspolitiek. Het kon haast niet anders want de politieke versplintering in gemeenten betekent dat veel partijen nodig zijn voor de noodzakelijke meerderheid. Aan alle coalities nu de taak te tonen dat het tevens een werkbare meerderheid zal zijn.