Krijgen we ons ID op de smartphone?

Digitalisering BZK wil vooroplopen met digitalisering. Utrecht en Eindhoven krijgen een proef: identificatie op de smartphone.

Foto Getty

Inwoners van Eindhoven en Utrecht kunnen zich binnenkort bij wijze van proef identificeren met een digitaal identiteitsbewijs. De methode – die gebruikmaakt van gezichtsherkenningtechnologie en blockchain – is ontwikkeld door onder meer de TU Delft. Is de proef succesvol, dan wordt de methode landelijk ingevoerd. Mensen die vaak internationaal vliegen zullen zich in de toekomst bovendien mogelijk kunnen identificeren via hun smartphone.

Vrijdag presenteerde staatssecretaris Raymond Knops (CDA) van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn Agenda Digitale Overheid: een bundel van digitaliseringsplannen, eerder die dag door de ministerraad goedgekeurd. Het ministerie wil bijvoorbeeld MijnOverheid.nl uitbouwen tot centraal punt waar burgers kunnen communiceren met overheidsorganisaties.

Het meest in het oog springende plan is de proef met de digitale identiteitskaart in Eindhoven en Utrecht. De precieze startdatum is nog niet bekend; het streven is na de zomer te beginnen. Burgers die mee willen doen kunnen een app downloaden en op het gemeentehuis aan de balie een opname laten maken van zijn of haar gezicht.

Wil die persoon zich ergens identificeren, bijvoorbeeld bij een slijterij, dan moet dat in de toekomst kunnen met gezichtsherkenning op de smartphone. De app genereert dan een QR-code die de winkelier kan scannen. Het is de bedoeling dat dan alleen de relevante persoonsgegevens in beeld verschijnen. Er wordt momenteel onder meer gesproken met uitgaansgelegenheden en casino's in de steden om ze voor te bereiden op de proef.

Hotelketens

Volgens de ontwikkelaars is dit net zo veilig als een paspoort of rijbewijs. Ze dromen er zelfs van dat de techniek uitgroeit tot universeel digitaal identificatiemiddel. „Er hebben zich al hotelketens gemeld die heel blij zouden worden van een veilige digitale handtekening”, zegt projectleider Johan Pouwelse, oprichter van het blockchainlab van TU Delft.

De ontwikkelaars maken gebruik van ‘Trustchain’, een zelf ontwikkelde variatie op blockchaintechnologie. Gegevens worden in een soort digitaal kasboek bijgehouden en gecontroleerd, om zo makkelijker fraude op te sporen.

In Estland bestaat al een variant: een pasje met chip waarmee Esten zich online kunnen identificeren. Staatssecretaris Knops was medio juni op bezoek in het land. Hij vond het inspirerend, maar „dat betekent niet dat wij het precies zo gaan doen”. „Wij leggen bijvoorbeeld meer de nadruk op privacy”, zegt hij.

Lek

Overigens gaat er ook wel eens wat mis met de technologie: 760 duizend Esten moesten in het najaar hun ID updaten vanwege een lek. De proef roept dan ook een vraag op: identiteit is een wezenlijke zaak, is het wel het terrein om te experimenteren? „We schalen het pas op als de techniek waterdicht is”, zegt Knops. „Wij zijn altijd al een ondernemend land geweest. Als je niet voorop loopt, pakken andere landen de regie.”

Het ministerie heeft meer plannen beschreven in de Agenda. Zo zouden burgers en ondernemers op MijnOverheid.nl niet alleen hun persoonlijke gegevens moeten kunnen inzien, maar indien nodig ook laten corrigeren. Bovendien moeten ze op de site kunnen terugmailen naar overheidsinstanties. En het moet persoonlijker: bijvoorbeeld met updates over hun woonomgeving.

Het ministerie wil verder bijvoorbeeld ook dat overheidsorganisaties niet meer een brief mogen eisen van burgers, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst soms doet. Er moet altijd een manier van digitaal communiceren worden aangeboden.

    • Liza van Lonkhuyzen