Opinie

    • Marike Stellinga

Kan de vervuiler echt niet betalen?

Heel mooi dat principe van ‘de vervuiler betaalt’ dat economen propageren, maar wat als andere landen de vervuiler niet laten betalen? Zeg maar dag met je handje tegen de industrie! Die bedrijven stoten veel broeikasgas CO2 uit maar concurreren ook op een wereldmarkt. Voor je het weet jagen we ze weg.

Je hoorde het deze week weer bij de presentatie van het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord dat bedrijven, belangenclubs en actiegroepen schreven. Je las het ook in de begeleidende brief van klimaatminister Eric Wiebes (VVD) aan de Tweede Kamer: ja, volgens economen is een „brede CO2-heffing” een topplan om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Want „het stelt de markt in staat de meest kosteneffectieve maatregelen te nemen.” Maar helaas, schrijft Wiebes, „beprijzen in een open economie zoals de Nederlandse is lang niet altijd goed mogelijk. Waar het internationale gelijke speelveld in het geding komt, kan nationale beprijzing heel verkeerd uitpakken.”

Aan de ‘industrietafel’ waar Nederlandse industriebedrijven onderhandelen over wat zij kunnen doen om de uitstoot te beperken, klonk hetzelfde bezwaar. Er was vooral subsidie nodig om hun uitstoot te verminderen, naar de effecten van een CO2-heffing moest verder onderzoek worden gedaan.

Een gelijk speelveld behouden, een level playing field, is het meest gehoorde argument tegen het invoeren van een belasting op de uitstoot van CO2 voor het bedrijfsleven, en dan met name de industrie. (Ik zou wel eens heel precies uitgezocht willen zien hoe gelijk dat speelveld nu dan is. Elk land kent zo zijn eigen voordeeltjes en Nederland helemaal, is mijn vermoeden.) Maar als er ooit een moment was dat veel seinen op groen staan voor zo’n heffing dan is het nu.

Zo willen steeds meer (belangrijke) landen zo’n heffing invoeren, voor het hele bedrijfsleven of een deel: de Wereldbank noemt in een rapport uit april bijvoorbeeld onze buurlanden Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Bedrijven als Akzo Nobel en DSM rekenen er al mee bij hun besluiten over investeringen. En steeds meer grote bedrijven vragen zelfs om zo’n heffing. Shell zegt in een filmpje op zijn website dat het een krachtige manier is om investeringen in schone energie en productie rendabel te maken. Zo’n CO2-prijs moet wel wereldwijd ingevoerd, vindt Shell.

Feike Sijbesma, de topman van DSM, gaat een stap verder. Hij is medevoorzitter van een internationaal comité dat beprijzing op CO2-uitstoot bepleit: de Carbon Pricing Leadership Coalition. Sijbesma vindt dat leiders van grote bedrijven ook nationaal een CO2-prijs moeten steunen. „Een universele prijs zal niet snel ontstaan,” zegt Sijbesma. „De afgelopen jaren hebben tientallen landen een prijs op CO2 gezet, verschillend maar met steeds meer gelijkenis”. Uiteindelijk is er geen ontkomen aan een CO2-prijs, zegt hij.

Dikke kans dus dat Nederland helemaal niet zo alleen staat als het langzaam een CO2-prijs invoert die hoger is dan de lage prijs die nu geldt in het Europese emissiehandelsysteem. Een lobby van een onconventionele minister als Wiebes in de buurlanden zou zomaar kunnen aanslaan.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.
    • Marike Stellinga