Opinie

    • Stine Jensen

Help, mijn dochter gelooft in God

Op naar ZieZo Marokko in het Tropenmuseum in Amsterdam, dat lijkt me een leerzaam uitje voor mijn dochter (8).

Bij aanvang krijgen de kinderen een Marokkaans paspoort, een koptelefoon en uitleg van een medewerker. Een Nederlands-Marokkaanse BN’er (Najib Amhali, Esmaa Alariachi, Fatima Essahsah of Yousef Gnaoui) zal ons door de tentoonstelling loodsen via een speelse speurtocht met vragen, maar eerst moeten we het vliegtuig in met zijn allen. Net echt, fasten your seatbelts, wat een goed begin. Ik hoop op Najib Amhali – een tocht met grapjes – , maar als we geland zijn, blijken we gekoppeld aan de ultragelovige Esmaa, een ex-meid van Halal. Het begint ontspannen, met een zoet kopje thee. Daarna voert de speurtocht ons langs onder meer de Koran („prachtig boek waar ik veel in lees”), de verschillen tussen hoofddoek en nikab („zoek maar een mooie sluier uit, verkleed je maar eens en maak een foto”) en de moskee („mijn thuis”).

Mijn dochter gaat er helemaal in op, vooral het verkleedpartijtje is een succes. Ik maak een foto van haar in een oversized djellaba en ze heeft een blauwe doek om haar hoofd geslagen. Esmaa heeft net uitgelegd dat zij altijd een hoofddoek draagt, maar dat we niet moeten denken dat ze een braaf meisje is. Als we klaar zijn met de speurtocht hebben we de vraagzin bij elkaar gepuzzeld : ‘Waar geloof jij in?’ Het antwoord moet je invullen op een ansichtkaart en er is een prijs te winnen: een reis met Esmaa door het Tropenmuseum.

Mijn dochter noteert ijverig: „in got.”

Ik kijk haar verbaasd aan. „In God?”

Het uitstapje roept bij mij inmiddels nogal wat vragen op. Heeft Esmaa mijn dochter tot een kleine meid van Halal bekeerd? Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst? (Gewetensvraag: had ik het ook erg gevonden als we in Tibet waren geweest en er een boeddhistische bekering had plaatsgevonden?)

Ik moest onwillekeurig denken aan Michel Houellebecqs cynische roman Soumission, waarin Frankrijk islamitisch wordt en ook de hoofdpersoon, een wetenschapper, zich uiteindelijk onderwerpt aan Allah en ontdekt dat dat de leukste prijsjes oplevert (in zijn geval: vier vrouwen).

Soms, als je de krant openslaat, dan lijkt die voorstelling van zaken ineens – althans in de beeldkeuze van de redactie – niet helemaal ondenkbaar. In Denemarken zijn er nu 25 zogenaamde getto-wijken. Van The New York Times tot Het Parool, overal dook afgelopen week een alarmerende foto op van zo’n wijk: drie vrouwen in zwarte nikabs in een Deense speeltuin. Er woedt een hevig debat of je het woord ‘getto-ouders’, ‘gettokinderen’ en ‘gettowijken’ wel mag gebruiken voor deze achterstandswijken. In plaats van ‘moslim’, ‘migrant’ of ‘allochtoon’ wordt nu een sociaal-economische term gebruikt, dat lijkt mij zo gek nog niet, maar ik associeer getto vooral met Afrika. Scandinavische getto’s lijken dan ineens een merkwaardige contradictio in terminis. Op de foto zie je keurige welvarende flats, en een dure glimmende laptop waarop een van de achterstandsvrouwen bezig is.

Terug naar de verkleedspeeltuin in het Tropenmuseum. Ik heb het over mijn ongemak met een medewerker van het museum als we de koptelefoon weer inleveren. Die wijst opgewekt op de mogelijkheid om weer terug te komen, wie weet heb je dan wel Najib Amhali! Slim, een soort spaaractie van gidsen. Maar we kunnen dus ook nog drie keer Esmaa Alariachi krijgen.

„In God?”, herhaal ik nog een keer streng, voordat mijn dochter de ansichtkaart inlevert.

Mijn dochter kijkt me onzeker aan. Ze pakt haar pen en vult aan: „in got en in mama en papa.”

Ai, nog veel opvoedwerk te doen, maar nu eerst met vakantie, naar het paradijselijke Denemarken.

Stine Jensen is filosoof en schrijver. Rosanne Hertzberger is met zwangerschapsverlof. Per toerbeurt wordt zij vervangen door Kiza Magendane, Stine Jensen, Emma Bruns, Bastiaan Rijpkema en Haroon Sheikh.

Correctie 17-7-2018: in deze column staat Najib Amhali vermeld als virtuele gids. Dat bleek onjuist. Lees de reactie van Esmaa Alariachi.

    • Stine Jensen