Opinie

    • Hugo Camps

Finale

column; Hugo Camps; columnist

De WK-finale tussen Frankrijk en Kroatië lijkt een Europees onderonsje, maar is het niet. In de kleedkamer van de Kroaten weerklinkt soms een strijdlied uit de Balkanoorlog, in de Franse vestiaire wordt het ritmische ‘yéyé’ van de banlieue nagebootst. Niet Georges Brassens en Leo Ferré zijn het klankkussen voor Les Bleus, maar Maghrebijnse rappers en Afrikaanse combo’s. In beide kleedkamers weerkaatst activistisch nationalisme.

Op het veld is het contrast groter. De Fransen spelen compact en defensief, de Kroaten fladderen artistiekeriger onder regie van Luka Modric. Een cruijffiaanse strateeg met schraal vogelkopje. Beide elftallen zijn een compositie van minderheden. Het tekent de beleving.

Als België deze zaterdag van Engeland wint – de logica zelve – zijn twee van de drie landen aan de top van het internationale voetbal kleine enclaves. Prutslanden in oppervlakte en in bevolkingsregisters. Maar ze hadden wel de beste spelers van het eindtoernooi in hun midden. Ze zijn niet meer van de jongsten, maar hun geeuwhonger naar succes was groter dan van de arrivés uit grote voetballanden. De Fransen continueren de traditie van ervaring en grandeur, de Kroaten zijn een zootje ongeregeld dat zich ontworsteld heeft aan de Balkanoorlog en vervolgens onder de molensteen van meedogenloze corruptie verzeilde. Gebutste staatsburgers.

Het WK in Rusland heeft niet teleurgesteld. De finalisten zijn geen fremdkörper, hebben voetbaltraditie en raspaardjes. Als Kylian Mbappé scoort, wordt hij met zijn negentien jaar dé speler van het toernooi. Al wordt hij dicht op de hielen gezeten door Luka Modric en Eden Hazard. De strijd gaat tussen de Fransen als cynisch collectief en de Kroaten als kamikazes in strijdlust en onverzettelijkheid. Geen van beiden heeft de finaleplaats gestolen.

Sommigen spreken van een saai toernooi zonder echte godenzonen. Saai op de tribunes, gortdroog op de velden. Dat oordeel is te streng. Een hoogmis van individuele virtuositeit en dribbelkunst is het niet geworden, maar een ondoordringbaar blok zoals de Fransen kan ook mooi zijn. De kunst van het verdedigen heeft de bravoure van spitsen weer even ingehaald. Al vielen er beeldschone doelpunten, zoals die twee van de Uruguayaan Cavani en de loeiers van de Rus Denis Tsjerysjev. Romelu Lukaku was een kunstwerk in zijn eentje.

De wedstrijd Kroatië-Engeland was een slijtageslag met Perisic, Modric en Rakitic als verfijnde samoerai in de hoofdrol. De Belgen speelden het mooiste voetbal onder de artistieke impulsen van Eden Hazard en hadden in Thibaut Courtois de beste keeper.

De stadions in Moskou, Sint-Petersburg en Kazan waren een streling voor het oog. Dat waren ook de mensen op de tribunes die hun blote bierpensen en vulgaire attributen thuis hadden gelaten en soms de muzikaliteit van het Kozakkenkoor benaderden. Oerwoudgeluiden bleven achterwege. Of het WK ook ontroerde? Ja, maar dan vooral in de hopeloosheid van de gevierde vedetten. Messi, Neymar, Ronaldo, de hele Mannschaft; ze vielen op zichzelf terug als een sputterende motor. Deze keer konden ze het verschil niet maken.

Wie mij het meest ontroerde, was de Uruguayaanse coach Oscar Tabárez. Sinds 2006 trainer van het nationale elftal. Alreeds zeventiger met een spierziekte. Zijn krukken staan als Griekse zuilen naast hem in de dug-out. Als incarnatie van passie was Tabárez het gezicht van dit toernooi. Ook nog tien keer beschaafder dan Luis Suárez.

Voetbal een feest? De Russen hebben er alvast alles aan gedaan.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps