Recensie

Avontuurlijk King Crimson hard en spectaculair in Concertgebouw

Concert Wanneer de cocktail van rock, jazz, avant-garde en vrije impro klopt, is King Crimson imposant als altijd. Zaterdagavond speelt de bijna 50 jaar oude rockband weer in het Concertgebouw.

King Crimson

Vijfenveertig jaar geleden stond progrockers King Crimson al eens in het Concertgebouw, voor wat een legendarisch optreden zou blijken. Het concert van vrijdagavond begon, net als in 1973, met ‘Larks’ tongues in aspic, part I’ – indertijd brandnieuw, nu een klassieker. Wat volgde was een ruim drie uur durend, erg hard, bij vlagen spectaculair carrièreoverzicht.

King Crimsons geschiedenis is een aaneenschakeling van wisselende formaties en hiaten, met gitarist Robert Fripp als enige constante. Lovenswaardig, en tamelijk zeldzaam in de eredivisie van rockdinosauriërs, is dat de band zich door de jaren telkens opnieuw heeft uitgevonden. Sinds 2013 bestaat King Crimson weer, momenteel als octet met maar liefst drie drummers – vooraan op het podium – en Jakko Jakszyk als zanger en tweede gitarist. Deze incarnatie heeft weliswaar nieuw werk opgeleverd (in Amsterdam klonken ‘Radical action’ en ‘Meltdown’), maar plotseling verschijnen ook nummers uit de beginperiode weer op de setlist.

Oude fans waren in de meerderheid in het Concertgebouw. Gejuich ging op bij het intro van ‘The court of the crimson king’ uit 1969, met de strijkers imiterende mellotron van Fripp. Toch was King Crimson het sterkst wanneer nostalgie niet de boventoon voerde, zoals in het flink op de schop genomen ‘Indiscipline’ (1981). Ronduit sensationeel was daarin de geïmproviseerde slagwerkestafette van de drie topdrummers (o.a. Pat Mastelotto en Gavin Harrison), elk met een net iets andere beleving van de muzikale tijd. De interactie in de ritmesectie, met oudgediende Tony Levin op bas en Chapmanstick, maakte ook het slepende middendeel van toegift ‘Starless’ tot een traktatie.

Soms bleek de veelzijdigheid een valkuil. Mel Collins’ sopraansax was niet altijd zuiver, zijn krachtpatstenor werd eentonig. De elektrische piano van drummer Jeremy Stacey had een lelijke klank. Maar wanneer de cocktail van rock, jazz, avant-garde en vrije impro klopte, zoals in ‘One more red nightmare’ of ‘Level Five’, imponeerde King Crimson nog altijd. De knarsende, piepende, puffende groove en avontuurlijke solo’s van ‘Easy money’ waren exemplarisch.

Correctie 14 juli 2018: In eerste instantie werd het nummer ‘VROOOM’ in dit artikel genoemd. Dat is niet gespeeld. Op die plek staat nu het vergelijkbare nummer ‘Level Five’. De juiste titel van het nummer ‘Red’ is ‘One more red nightmare’. Deze titel is aangepast.

    • Joep Stapel