300.000 euro per speler voor de winnaar van het WK voetbal

WK voetbal De FIFA en de deelnemende landen verdienen met elk WK weer meer geld. Waar ligt de grens?

Het logo van het WK op het Rode Plein in Moskou Foto Joeri Kotsjetkov/EPA

In de WK-finale tussen Frankrijk en Kroatië draait het zondagavond niet alleen om eer en eeuwige roem. Het gaat ook om iets heel aards: geld. De wereldkampioen krijgt van de organiserende wereldvoetbalbond FIFA 33 miljoen euro aan prijzengeld mee. Dat gaat in eerste instantie naar de nationale voetbalbond van het winnende land, die verdeelt een deel daarvan onder de spelers. Bij het vorige WK in Brazilië, met een hoofdprijs van 30 miljoen euro, kregen de 23 spelers van winnaar Duitsland elk 300.000 euro. Voor zeven keer 90 minuten voetballen – of op de bank zitten.

De verliezende finalist in Moskou krijgt een ‘troostprijs’ van 24 miljoen. De nummer drie krijgt 21 miljoen, de nummer vier 19 miljoen. Voor de kwartfinalisten is er 14 miljoen, de achtstefinalisten krijgen 10 miljoen. En voor elk land dat in de groepsfase afvalt, is er ook 7 miljoen euro. Bovendien krijgen alle deelnemende landen 1,3 miljoen euro voorbereidingsgeld, en gaat 293 miljoen euro naar de clubs waar de spelers onder contract staan. Die hebben immers geen beschikking over hun spelers gedurende het toernooi, en soms raken spelers op het WK langdurig geblesseerd. In totaal is daarmee op dit WK 680 miljoen euro te verdelen, onder 32 landen, 736 spelers en hun clubs.

Riante bonussen mogen maatschappelijk gevoelig liggen als het gaat om bankiersbeloningen, in het voetbal worden ze veelvuldig uitgedeeld – met vaak veel minder ophef tot gevolg. Sportwebsite Total Sportek zette in juni de lucratiefste sportevenementen op een rij, op basis van het hoogste totale prijzengeld in één toernooi of evenement, dus buiten reguliere competities. In de toptien vier grote voetbaltoernooien: het WK, het EK, de Champions League en de UEFA League. De resterende plekken zijn voor de World Series (honkbal), de Superbowl (American football), de FedEx Cup (golf), de Formule 1, de World Series of Poker en Wimbledon.

Het voetbal staat met afstand op plaats één. Bij de nummer één, de Champions League, is er 1,1 miljard euro te verdelen. Bij Wimbledon is dat 38 miljoen euro. De Tour de France keert dit jaar in totaal 2,5 miljoen uit – aan zo’n 200 renners. Dat is 270 keer minder dan bij het WK.

Bonusbonanza

Opvallend is hoe razendsnel die prijzenpotten in het voetbal steeds groter worden. Bij het vorige WK had de FIFA 495 miljoen euro uit te delen, zo’n 40 procent minder dan nu. Vooral de clubs kregen toen nog een stuk minder: 135 miljoen euro. In 1982, negen WK’s geleden, was de FIFA-pot nog 17 miljoen euro – 40 keer minder. Sinds die tijd is de prijzenpot dus élk WK met bijna de helft gestegen.

Overigens is de bonusbonanza wel vooral een westerse (lees: Europese) aangelegenheid. Bij het Afrikaanse landentoernooi krijgt de kampioen maar 3,5 miljoen euro. Afrikaanse landen die deelnamen aan dit WK krijgen al twee keer zo veel uitbetaald, zelfs als ze er na de eerste ronde uitlagen.

Waar komt al dat geld vandaan? En waar ligt de grens, financieel en maatschappelijk?

In Nederland wordt traditioneel kritisch gekeken naar topbeloningen – zowel in de publieke als in de private sector. Die worden ook steeds verder aan banden gelegd. De totale verknoping van voetbal en geld plaatsen de sport en de samenleving al regelmatig recht tegenover elkaar. Zo maakte de NPO maandag bekend dat het voor vele miljoenen de uitzendrechten voor de komende wedstrijden van het Nederlandse elftal had gekocht; voor hoeveel precies wil de NPO niet zeggen, maar er zou minstens 16 miljoen euro mee gemoeid zijn. Terwijl de NPO eerder juist had aangekondigd 64 miljoen te gaan bezuinigen, onder andere op journalistieke en levensbeschouwelijke programma’s. De NPO zat er zelf mee in de maag, meldde NRC, omdat de omroep bang was voor negatieve politieke en maatschappelijke reacties. Dat ‘Oranje’ wél wat mag kosten, ligt gevoelig.

Bij de FIFA is voorlopig geen financiële noodzaak om de bonussen te matigen. Bij het vorige wereldkampioenschap verdiende ze bijna 5 miljard dollar (4,1 miljard euro), vooral aan de verkoop van televisierechten (2,4 miljard), lucratieve sponsordeals (1,6 miljard) en de verkoop van kaartjes (517 miljoen). Met meer dan 3 miljard kijkers wereldwijd betaalt de liefhebber dus 1 dollar voor een WK, waarvan 15 cent naar de bonussen voor de voetballers gaat. Na aftrek van alle kosten, inclusief het prijzengeld, bleef er in 2014 2,6 miljard dollar winst over voor de FIFA.

Toenemende kritiek

De kosten voor de FIFA zijn sowieso betrekkelijk laag. De grootste uitgaven, bijvoorbeeld voor de bouw van nieuwe stadions, neemt de FIFA niet voor haar rekening; dat doen de landen waar een wereldkampioenschap wordt gehouden. Ondanks toenemende kritiek op die praktijk (gastlanden zouden kostbare publieke middelen verkwanselen, want na een WK gebeurt er vaak niks met die stadions) lijkt daar voorlopig geen verandering in te komen. Gastheer zijn van een WK vinden veel landen zo prestigieus dat ze elkaar verdringen om een WK binnen te slepen.

Ook dit WK koerst de FIFA af op een klinkend resultaat: de geschatte opbrengst is 6 miljard dollar. Met dank aan onder meer de miljoenen die omroepen betalen voor de uitzendrechten. Je kunt denken dat met 3 miljard fans de maximale kijkcijfers wel zijn bereikt. En dat adverteerders dus op een dag niet meer bereid zijn om steeds weer meer te betalen voor sponsoring. Maar het WK is zo in trek onder sponsors dat als een bedrijf zich terugtrekt, er tien andere klaarstaan. Dit jaar waren er opvallend veel Chinese sponsors. Vanaf 2024 doen er trouwens nog meer landen mee aan het WK. Dat trekt ongetwijfeld weer nieuwe sponsors aan.

De FIFA zelf is, niet geheel verrassend, positief over de toekomst. De prijzenpot voor het WK in Qatar, in 2022, is nog niet bekend. Maar het hoeft niet te verrassen als er opnieuw records worden gebroken.

    • Chris Hensen