Opinie

Het voetbal kan best verkassen naar de commerciële omroep

Oranje is het nieuwe goud. Trots meldde de publieke omroep deze week dat alle wedstrijden van het Nederlands elftal de komende vier jaar te zien zijn bij de NOS. Oranje hoort bij de NOS, bij de publieke omroep, aldus NOS-directeur Gerard Timmer. Sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder zijn volgens hem in staat „mensen in alle geledingen van de samenleving te verbinden”.

Timmer vertelde er niet bij dat de omroep miljoenen euro’s investeert in de uitzendrechten van Oranje. Veel meer, zeggen deskundigen, dan wat je kunt verdienen met reclame rond een wedstrijd. En daarmee rijst de vraag of die miljoenen de investering waard zijn; zeker in het licht van de aankomende bezuinigingen in Hilversum.

Voetbal is nog steeds populair, en live voetbal zeker. De FIFA verdient elk jaar meer geld met de uitzendrechten van het WK, aldus onderzoeksbureau Nielsen. Het WK in Rusland levert de voetbalbond circa 3 miljard dollar (2,6 miljard euro) op aan tv-rechten, tegen 2,4 miljard dollar bij het vorige WK.

‘Verbinden’? Brengt voetbal Nederlanders werkelijk zo veel dichter bij elkaar?

Maar ‘verbinden’? Brengt voetbal Nederlanders echt dichter bij elkaar? We praten over het WK op school, op het werk en op de sociale media. Maar het is vluchtig, er is zoveel voetbal op tv.

Bovendien hoeft dit verbinden niet het exclusieve terrein te zijn van de publieke omroep. Net als kwaliteitsjournalistiek niet alleen bij de NPO wordt bedreven. Een live verslag van een voetbalwedstrijd kun je prima overlaten aan de commerciële omroep. Waar andere programma’s die van NPO naar RTL of SBS verhuizen een duidelijk commercieel stempel krijgen, kan het voetbal gemakkelijker verkassen.

Programma- of in dit geval wedstrijdonderbrekende reclame accepteert de kijker niet. Kritiek op de commentator is er altijd, ongeacht de zender. En de fletse voor- en nabeschouwingen bij de NOS tijdens dit WK tonen dat diepgravende voetbaljournalistiek op tv niet per se het domein is van de Nederlandse publieke omroep. Ja, zal de NOS zeggen, we hebben nu eenmaal weinig tijd om het getoonde spel uitvoerig te analyseren. Dat klopt: dat komt door wat ze lang de ‘boodschappen’ noemden. Rond de wedstrijd moeten commercials worden uitgezonden.

En dat zegt alles: voor tv-zenders is voetbal vooral commercie. Het argument van de NOS om de voetbalrechten te kopen is in de eerste plaats commercieel. Met live voetbal trek je kijkers van alle leeftijden, en dus adverteerders. Niet alleen direct maar ook indirect. Als ze beslissen waar ze hun reclamegelden besteden, kijken adverteerders ook naar het zenderaandeel. En dan helpt het voetbal.

Commerciële redenen lijken ook aan de basis te liggen van andere inhoudelijke keuzes van de NPO: er wordt minder geïnvesteerd in journalistieke en levensbeschouwelijke programma’s op NPO 2 en NPO 3 die relatief weinig kijkers trekken. Maar wat is relatief weinig kijkers als je alleen de ouderwetse kijkcijfers meet en zeer beperkt de impact van programma’s via digitale kanalen?

Dat de NPO nu commerciëlere keuzes lijkt te maken en daarvoor kritiek krijgt van onder meer de politiek, hebben minister Slob (Media, CU) en daarvoor staatssecretaris Dekker (VVD) deels aan zichzelf te wijten. Dekker riep de omroepen op andere inkomsten te zoeken dan de rijkssubsidie. En Slob legde een direct verband tussen de reclame-inkomsten en het budget van de landelijke publieke omroep. Dan kies je vanzelf voor het lucratieve voetbal. Maar dat is niet de meest publieke of maatschappelijk gewenste keuze.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.