Recensie

Toveren met embryo’s

Boekrecensie ●●●○○

In A Crack in Creation geeft de Amerikaanse microbiologe Jennifer Doudna een fascinerend overzicht van nieuwe genetische technieken. Van het wereldvoedselprobleem oplossen tot het maken van designerbaby’s.

3D-model van het DNA-knip- en plaksysteem CRISPR-Cas9 Foto Meletios Verras

De evolutie naar je hand zetten. Dat stelt een nieuwe genetische techniek ons in het vooruitzicht. Voor het eerst in de geschiedenis zijn we binnenkort in staat om gericht te sleutelen aan erfelijk materiaal. Dat opent grootse maar ook verwerpelijke vergezichten, van het genezen van erfelijke ziekten, het oplossen van het wereldvoedselprobleem tot het maken van designerbaby’s.

Een van de wetenschappers die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van CRISPR-Cas, het DNA-knip- en plaksysteem dat dit allemaal mogelijk maakt, is de Amerikaanse microbiologe Jennifer Doudna (1964). Zij is al jaren een gedoodverfde Nobelprijs-kandidaat. Maar zij is niet de enige: er zijn méér dan drie onderzoekers die de ontdekking claimen, en er woedt een hevige strijd over wie de technologie ‘bezit’ en er dus de vruchten van kan plukken.

In haar recent verschenen boek A Crack in Creation. The New Power to Control Evolution geeft Doudna een fascinerend overzicht van de wetenschappelijke achtergronden van haar ontdekking, de mogelijkheden die er mee worden geopend en de ethische consequenties ervan.

CRISPR-Cas is een mooi voorbeeld van de wederzijdse beïnvloeding en aanvulling van toegepaste en fundamentele wetenschap. Het begon allemaal in de laboratoria van het Deense Danisco, een bedrijf dat biologische toevoegingen maakt voor de voedingsindustrie. Onderzoekers wilden snappen hoe de bacteriën in yoghurtculturen zich tegen virussen verweren en kwamen een ingenieus afweersysteem op het spoor. Doudna, verbonden aan de universiteit van California in Berkeley, wilde weten hoe dat werkte, aanvankelijk puur gedreven door een zucht naar kennis. Maar toen bedacht ze dat datzelfde bacteriële systeem ook goede diensten zou kunnen doen bij het gericht veranderen van DNA, omdat het afweersysteem bepaalde stukken virus-DNA kan herkennen en daar op kan reageren. Dat liet ze voor het eerst zien in 2012, daarmee een revolutie ontketenend.

Toch is het interessante overzicht van de wetenschappelijke achtergronden niet het sterkste stuk van het boek: Doudna vliegt om zo te zeggen door de stof heen, en probeert alle betrokkenen én hun specifieke experimenten aandacht te schenken. Veel interessanter wordt het bij de mogelijke toepassingen. Want het wordt mogelijk om het leven op aarde op een fundamentele en onomkeerbare manier te veranderen en de eigenschappen van planten en dieren op onze wensen af te stemmen: tomaten die niet meer rotten, muggen die geen malaria meer kunnen overbrengen, varkens die twee keer zo veel vlees produceren of koeien zonder horens.

Een verschil met oudere technieken is dat CRISPR-Cas geen sporen achterlaat zodat genetische manipulatie op geen enkele manier meer is aan te tonen. Dat maakt het bijzonder lastig om toepassing en gebruik van genetisch gemodificeerde organismen te reguleren.

Helemaal controversieel wordt de techniek bij toepassing op menselijke cellen. Erfelijke ziekten vanwege fouten in het DNA, zoals cystische fibrose of sikkelcelanemie, kunnen in principe worden genezen door het herschrijven van het DNA in een menselijk embryo. Doudna is hier heel optimistisch over: ‘Het wordt moeilijk ziekten te vinden waarvoor de CRISPR-Cas techniek níét als een mogelijke therapie is aangemerkt.’ Maar van daar is het nog maar een kleine stap naar het naar believen genetisch veranderen en aanpassen van menselijke embryo’s. Regulering is dan ook geboden, want de wetenschap stoomt door: in China wordt al met embryo’s geëxperimenteerd en ook in Engeland willen onderzoekers genen in embryo’s gaan veranderen.

Een mede op initiatief van Doudna inderhaast bijeengeroepen conferentie, eind 2015 in Washington, eindigde met de oproep om het onderzoek aan menselijke embryo’s met CRISPR-Cas te stoppen. Persoonlijk vindt Doudna dat te ver gaan: onderzoek is de enige manier om te ontdekken of de techniek veilig kan worden toegepast. Het is het aloude dilemma: de wetenschap loopt altijd vooruit op maatschappelijke ontwikkelingen. De geschiedenis leert bovendien dat als er eenmaal een technologie beschikbaar is, deze gebruikt zal worden. Zijn we in staat om de voortbrengselen van onze geest te reguleren? Zijn wetenschappers in staat het menselijk genoom te verbeteren zonder dat dat tot ongewenste consequenties leidt?

Doudna deelt dit ongemak en spreekt zich ook uit: ‘Misschien heeft onze technologie het veranderen van genen wel té simpel gemaakt’, maar ze pleit uiteindelijk toch voor een behoedzaam voortgaan op de ingeslagen weg. Én voor het vieren van de wetenschap die het uiteindelijk allemaal mogelijk heeft gemaakt.

    • Rob van den Berg