"Ik ga nooit meer een bedrijf leiden. Het moet ophouden, anders ben ik over tien jaar dood."

Foto: Roger Cremers

Shawn Harris kwam met 100 dollar naar Nederland, nu is ze de avocadokoningin

Oprichter Nature’s Pride

Ze kwam op haar 25ste met 100 dollar, een fiets en twee koffers naar Nederland. Vorig jaar nam ze afscheid van haar eigenhandig opgebouwde groente- en fruitimperium. „Onrijpe avocado? Dan is-ie niet van ons.”

Prepare yourself, zeiden collega’s tegen Shawn Harris, kort voor ze feestelijk afscheid zou nemen van het bedrijf dat ze zelf had opgericht. O jee, ze gaan me in de maling nemen, dacht Harris toen. Zo gaat dat op Nederlandse recepties, wist ze inmiddels. Dan krijg je een lollige speech, of misschien zelfs een lied, met alle dingen die je ooit uitgehaald hebt.

Maar eenmaal op het feest kreeg Harris, nog voor ze precies doorhad wat er gebeurde, een lintje opgespeld. Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Omdat ze zich met Nature’s Pride, haar groente- en fruitbedrijf, had ingezet voor eerlijke handel. „Het is het leukste dat mij ooit is overkomen. En ik wist niet eens dat het kon, omdat ik Amerikaans ben.”

Bij Nature’s Pride, dat vorig jaar bijna 400 miljoen euro omzette, is Harris alleen nog betrokken als commissaris. Verder heeft ze tijd voor dingen die ze leuk vindt: jonge ondernemers adviseren bijvoorbeeld. Maar direct na haar afscheid nam ze eerst een flinke tijd vrij.

Harris – geboren in de Noord-Amerikaanse staat Wisconsin – is inmiddels behoorlijk Nederlands. Tien dagen nadat ze op 25-jarige leeftijd afstudeerde, verhuisde ze naar Leeuwarden. Voor de liefde: in de bar waar ze werkte, had ze een Nederlandse piloot ontmoet. De relatie hield geen stand, maar Harris bleef. Nederlands spreekt ze vloeiend. Schrijven is net iets lastiger. Uit angst voor spelfouten beantwoordt ze mails in het Engels.

Sinds vijftien jaar woont ze in een verbouwde boerderij aan de rand van Delft, die er net zo uitziet als zij: verzorgd en chic. Niet toevallig is dat óók aan de rand van het Westland. „Hier geldt: niet lullen maar poetsen. De mensen, they go for it. Als opeens nog een truck ’s avonds geladen moet worden, is er altijd iemand die zegt: ik doe het. Als de salarissen nog niet gedaan zijn, zegt iemand: ik blijf tot het af is. Ik ben op de juiste plek geland.”

Het in 2001 opgerichte Nature’s Pride verkoopt inmiddels 500 soorten exotische fruit en groente uit ruim 70 verschillende landen. Eetrijpe avocado’s zijn de troef van het bedrijf, met dank aan avocado op toast etende millennials.

Start-ups begeleiden

Harris is zó selfmade dat het bijna cliché is. Ze komt uit een grote familie: haar moeder kreeg tien kinderen, van wie er twee kort na de geboorte overleden. De boerderij waar ze als jong kind opgroeide, had geen stromend water en geen wc binnen. Ziek worden kon niet: het gezin was onverzekerd. Ze waren – kortom – arm, al heeft Harris dat als kind nooit zo ervaren.

Als eerste van haar familie ging ze studeren. Ze kreeg een gedeeltelijke studiebeurs, maar moest daarnaast ook lenen en werkte ruim 30 uur in de week om rond te kunnen komen.

Inmiddels is Harris ‘binnen’: ze verkocht haar aandelen voor enkele miljoenen (hoeveel precies, wil ze niet zeggen) aan een grote Noorse klant, Bama Gruppen.

En nu betaalt ze de studie van haar neven en nichten. Zodat zij níét 30 uur hoeven te werken naast hun studie. Misschien is dat een beetje verwend, zegt Harris. „Maar het is beter zo. Ik had het zelf ook best makkelijker willen hebben.”

Nu bent u miljonair. Is dat een gek gevoel?

Harris: „Ja, tuurlijk. Ik kwam met 100 dollar, een fiets en twee koffers. Het is wel een prettig gevoel. Niet dat geld, maar dat je het gedáán hebt. Dat is kicken.”

Uw zakenpartner Adriëlle Dankier, met wie u jarenlang heeft samengewerkt, betwijfelde of het u zou lukken rustiger aan te doen.

„Jawel hoor. Ik deel mijn leven nu zo in dat ik twee weken werk en dan twee weken vrij heb. Ik ga nooit meer een bedrijf leiden. Dan wordt het weer 70 uur per week. Dat heb ik al gedaan. Het moest ophouden, anders …” Harris zegt het lachend „… ben ik over tien jaar dood. Zestien jaar was ik alleen maar gericht op Nature’s Pride. Nu denk ik: wie ben ik, wat wil ik?”

Inmiddels heeft u een aantal maanden vrij gehad. Is er al een antwoord op die vraag?

„Jazeker, ik heb superleuke familie in Wisconsin. Daar kan ik nu veel heen. Zij wonen tien kilometer bij elkaar vandaan, ik ben de vreemde eend die heel ver weg verhuisd is.

„En ik vind traden heerlijk. Aandelen, valuta, zilver, olie. Dat is echt een hobby van mij, waar ik dagelijks mee bezig ben. Ook zit ik in verschillende start-ups. Als het maar fun is. Ik zeg het heel eerlijk: ik wil geen assholes begeleiden. Maar ik vind het leuk om ondernemers te ondersteunen die gezellig, energiek en kansrijk zijn. Want toen ik begon had ik ook geen geld. Ik heb moeten lenen bij bedrijven. De bank wil in die eerste jaren niet met je praten.”

U heeft ook geïnvesteerd in de Avocadoshow, een avocadorestaurant in Amsterdam.

„Ja, toen ze live gingen kreeg ik, als avocadokoningin, natuurlijk meteen een stuk of tien berichtjes. Aan hoe ze het aanpakten op sociale media zag ik meteen dat ze veel volgers zouden krijgen. Ik zei tegen Adriëlle: ik wil die two guys ontmoeten. Ze hadden geen flauw idee wie we waren, maar het was meteen raak. Twee jonge mannen en twee … eh … wijzere vrouwen. We konden ze veel leren. ‘Oh my god’, zeiden ze. ‘Avocado’s zijn nog veel groter dan we dachten.’”

Avocado-revolutie

Eetrijpe avocado’s maken ongeveer eenderde uit van de omzet van Nature’s Pride. Je kunt thuis ook een avocado rijpen, zegt Harris. Een kwestie van een paar dagen op het aanrecht laten liggen. Maar daar hebben we het geduld niet meer voor. Dus vroeg Harris’ grootste klant, de Noorse importeur en verkoper Bama Gruppen, ruim tien jaar geleden of ze avocado’s (en ook mango’s) eetrijp konden leveren. Harris: „Niemand deed het in Europa. Maar ik wist dat bananen ook kunstmatig gerijpt werden, dus het moest kunnen.”

“Mijn collega’s zeiden: die is gek geworden. Eetrijpe avocado’s zijn te duur, die gaat niemand kopen.”

Met een bananenexpert ging Harris aan de slag: eerst langzaam opwarmen, dan weer langzaam afkoelen. Klinkt niet veel moeilijker dan de aanrechtmethode, maar dat ís het wel, zegt Harris. Heb je te weinig geduld, dan is alleen de buitenkant rijp. Maar te lang is ook niet goed. Want zo’n avocado willen we ook een paar dagen kunnen laten liggen.

Met haar eetrijpe mango’s en avocado’s ging Harris vervolgens naar een vakbeurs. „Mijn collega’s zeiden: die is gek geworden. Dat is te duur, dat gaat niemand kopen. Maar alle retailers wilden het.” Iedereen ging avocado’s en mango’s rijpen, zegt Harris, ook de leveranciers van marktleider Albert Heijn en nummer twee Jumbo. Maar Nature’s Pride had een voordeel: het bedrijf had al een jaar ervaring.

Volgens Harris is de avocadorevolutie pas net begonnen. „Noren eten jaarlijks gemiddeld elf avocado’s. In Nederland zitten we geloof ik op drie.” Ongeveer eenderde van de Nederlandse supermarkten, zoals Plus, Spar en Dirk van den Broek, verkopen eetrijpe Nature’s Pride-avocado’s. Ze liggen ook op de markt en in de Marqt.

Maar na alle lof voor het nieuwe superfood, volgde ook kritiek. Die begon met het Duitse weekblad Die Zeit, dat eind 2016 schreef over ontbossing en waterverbruik. Een „eenzijdig verhaal”, vindt Harris. Uit regio’s waar dit problemen zijn, haalt Nature’s Pride volgens haar geen avocado’s. „En avocado’s verbruiken nog steeds minder water dan vlees en kaas.”

Over eetrijpe avocado’s wordt ook veel geklaagd omdat ze zwart van binnen zijn, of niet rijp.

„Soms krijg je een onrijpe avocado. Dan worden mensen boos en daar hebben ze groot gelijk in. Maar als-ie onrijp is, dan is het geen Nature’s Pride-avocado, dat kan ik beloven. En zwarte avocado’s, ja, dat kan af en toe gebeuren. Maar alleen aan het einde van het seizoen, als er meer olie in de avocado’s zit. Avocado’s zijn het moeilijkste fruit dat er is, het blijft ingewikkeld.”

Waarom heeft de avocado een belachelijk grote pit? Wetenschapsredacteur Lucas Brouwers het uit:

U begon in groente en fruit toen u naar Nederland verhuisde. Wist u er iets van?

„Helemaal niets. Ik ben afgestudeerd in finance. Maar in Leeuwarden kende ik niemand en ik kon geen baan vinden. Via een vriend kwam ik in contact met een vrouw die vanuit Miami mango’s, aardbeien en asperges naar Europa exporteerde in de winter. Zo ben ik in de groente en fruit beland.

„In 2001 begon ik voor mezelf, omdat ik dacht dat ik het beter kon dan mijn conculega’s. Vooral op het gebied van versheid. Daarmee ga je het winnen.”

Wat heeft u gedaan om arbeidsomstandigheden te verbeteren?

„Ik vloog de hele wereld over en zag heel veel armoede. En ik vroeg me af: waarom eigenlijk? Zo’n tien jaar geleden hebben we besloten al onze grotere telers te laten doorlichten. Hebben werknemers een contract? Hoeveel uren werken ze? Wat is hun loon? De telers kregen een drie, vier of vijf: drie was goed genoeg, maar het jaar daarop moest je een vier halen. Kinderarbeid of onder het minimumloon betalen was taboe. Dat kost wel geld natuurlijk. Je betaalt je teler iets meer en de retailer betaalt ons iets meer.”

Jullie halen wel groente en fruit van over de hele wereld hiernaartoe. Erg duurzaam is dat niet.

„Ik begrijp dat sommige mensen zeggen: niet eten. Maar het meeste van wat wij halen komt per boot. Dat is minder slecht voor het milieu dan vliegen. Mango’s en avocado’s worden alleen gevlogen als er tekorten zijn. Maar vijgen of haricots verts, ja, die komen altijd met het vliegtuig. Die zijn te kwetsbaar voor een boot. Als je daar op tegen bent, dan moet je ze niet eten. Soms maak ik me er ook zorgen over. Dan denk ik: is dit nodig? Maar je doet ook iets goeds. Als je een mango koopt dan help je mensen in het armste deel van Peru. En je hebt de lekkerste mango van de wereld.”

    • Geertje Tuenter