„Liefde en warmte, het is mij niet geleerd door de zusters”

Gusta Soetekouw (1956) zat opgesloten bij de zusters in Almelo van 1969 tot 1972.

Foto Merlijn Doomernik

„Ik heb een foto van drie wiegjes die op een rijtje staan. In een van die wiegjes moet ik gelegen hebben.” De foto is kostbaar voor Gusta Soetekouw (61) uit het Limburgse Roosteren. Het is de enige tastbare herinnering aan haar kindertijd.

Ze kwam in 1956 ter wereld in een tehuis voor ongehuwde moeders. Haar vader en moeder mochten niet trouwen omdat hij niet katholiek was. „De herinneringen aan mijn jeugd vertonen hiaten. Maar ik weet dat ik in 1969 naar de Zusters van de Goede Herder in Almelo ben gebracht.” Ze was dertien. Vanaf dat moment moest ze werken, ook al gold er op dat moment al een leerplicht tot vijftien jaar.

Gusta raakte haar naam kwijt, kreeg gestichtskleren en moest een nummer in al haar kleding naaien. Na het eten en de kerk begon het dagelijkse werk. Een deel van de meisjes moest poetsen en schrobben. De rest moest werken op de naaikamers. De meiden werkten tot 12 uur. Dan was er tijd voor een boterham. Om 13 uur moesten ze weer aan het werk, tot het avondeten. Op de naaikamers zat Gusta hele dagen dezelfde kleur handdoeken te naaien. Later operatiekleding. „Daar zaten we zo braaf mogelijk te wezen. Praten tijdens het werk was streng verboden.”

Ze maakte series van gele, oranje, roze of blauwe handdoeken. Je moest het fatsoenlijk doen, want zat je er ook maar even naast dan moest je het stiksel weer uithalen. Seahorse was het merk. „Je werd aangespoord om meters per dag te maken. Lummelen aan die industriële machines was er niet bij.”

Gusta werd verplicht ook ander handwerk te doen, zoals het inpakken van koetjesrepen. Twaalf repen in een zakje, veertig in een doos. Dat was een andere commerciële klus die de zusters binnenhaalden.

Onderwijs was er niet eind jaren zestig. Toen ze later ging solliciteren, kreeg ze de vraag welke opleiding ze had gedaan. Niets dus. „Op de huishoudschool kreeg je tenminste nog Nederlands, Engels of rekenen.”

Meisjes kregen ongevraagd medicijnen toegediend, blijkt uit haar verhaal. Ze kreeg „te pas en te onpas” pillen, zeker als ze opstandig was. Gusta herinnert zich de dag dat ze een brief van haar voogdes niet kreeg omdat ze niet gehoorzaam genoeg was geweest. „Ik ging over de rooie. Zij was mijn enige connectie met de buitenwereld. Toen sprongen vijf nonnen op mij. Ik werd met een injectienaald geprikt. Drie dagen later werd ik in het ziekenhuis van Almelo wakker in een dwangbuis.”

Gusta ontsnapte uit het ziekenhuis. Haar vrijheid was van korte duur. De politie bracht haar terug naar het gesticht. Het was niet voor het eerst, maar deze keer was de straf extra zwaar. „Twee maanden eenzame opsluiting. In de kamer stond alleen een bed. De deur zat op slot. Het eten en drinken werd gebracht. Ik mocht alleen onder begeleiding naar de wc op de gang.”

Straffen waren er vaker. Ze zat nachten op haar knieën op de koude vloer van de badkamer. Wat had ze gedaan? „Geen zware vergrijpen, maar een verkeerd weerwoord, stiekem gepraat. Let wel: dit was niet vóór de oorlog of in de jaren vijftig, dit speelde zich af rond 1970.”

Almelo had het strengste regime van alle plekken waar ze was. Ze was overgeleverd aan de wil van de nonnen. Achter de hoge muren kwam niemand controleren. De arbeidsinspectie heeft ze nooit gezien. Haar voogd één keer. Zij kwam niet verder dan de spreekkamer. Na een half uurtje was ze weer weg.

Na Almelo volgde een tehuis in Zeist. Geld kreeg ze niet mee, maar dat deerde haar niet. Ze ging de vrijheid tegemoet. Weg van de nonnen en het gedwongen werk. „In Zeist mocht ik zelfs buitenshuis naar een disco-avond.”

Nu ze ouder is, ziet ze dat ze iets belangrijks mist. Ze kan geen warmte geven, niet echt van iemand houden. „Ik zie om mij heen trotse moeders die hun kinderen liefdevol strelen. Heb ik nooit gekund. Liefde en warmte, het is mij niet geleerd door de zusters. Toen ik mijn zoon kreeg, kon ik hem geen moederliefde geven. Ik ben heel hard geworden.”

Luister ook naar een interview met Gusta Soetekouw:

    • Joep Dohmen