„Ik begreep maar niet waarom ik daar opgesloten zat”

Joke de Smit (1946) zat opgesloten bij de zusters in Bloemendaal en Zoeterwoude van 1961 tot 1965.

Foto Merlijn Doomernik

Ome Piet, haar stiefvader, misbruikte haar als kind thuis in Rotterdam. Toen ze vijftien was, werd Joke de Smit (72) door de kinderbescherming weggehaald. Ome Piet verdween in de cel. „Hij kreeg negen maanden. Ik vier jaar.”

Ze werd opgenomen in het observatiehuis van de Zuster van de Goede Herder in Bloemendaal. Het was niets minder dan een jeugdgevangenis, zegt Joke. Dat pikte ze niet. Joke liep weg, samen met een ander meisje. De vrijheid was van korte duur. Een motoragent zag het duo en stopte. „Waar gaan de dames naar toe?”, vroeg hij. Een half uur later was Joke weer terug.

’s Avonds volgde een nieuwe ontsnapping. Nu bereikte ze al liftend Rotterdam. Maar de volgende dag zat ze alweer in een arrestantenbusje richting Bloemendaal. Het was tijd voor Zoeterwoude, oordeelden de nonnen. Dat was een goed bewaakt gesticht.

Zoeterwoude betekende flink werken. Joke moest strijken en wassen en werkte op de boerderij. Dat laatste vond ze het minst erg. Daar had ze van doen met een lieve non, zuster Lutgardis. „Een lief mens. Heb ik jaren contact mee gehouden.”

Joke herinnert zich hoe opstandig ze was. Dat ze de nonnen het leven zuur maakte. „Ik begreep maar niet waarom ik daar opgesloten zat. Ik had toch niets misdaan?” De vrouwen en meisjes moesten werken voor bedrijven. „Ik herinner mij Noorse truien van V&D, die wij moesten afwerken. En zakjes vullen met kinderpostzegels.”

Negentien jaar oud mocht ze naar het tehuis voor werkende meisjes, dat was ook van de zusters. Later ging ze terug naar Rotterdam waar ze trouwde. Het werd geen gelukkig huwelijk. Nu heeft ze zeven kinderen en zet ze zich in de jeugdzorg in als pleegmoeder. „Ik weet immers hoe het is.”

Het verleden blijft haar achtervolgen. Haar woede op de nonnen die haar opsloten groeide naarmate ze ouder werd. Twee jaar geleden ging ze terug naar de zusters. Ze sprak met twee van hen in een bejaardentehuis in Heemstede-Aerdenhout. „Ik heb twee uur mijn gal gespuugd. Ze moesten weten wat ze gedaan hadden.”

Het luchtte niet op. Ook de 3.000 euro die ze kreeg vanwege het geweld tijdens haar verblijf in de tehuizen, deed haar niks. „Ik heb het gelijk weggegeven. De schuld voor mijn verpeste leven werd voor een schijntje afgekocht.”

    • Joep Dohmen