Het ‘vergaderkabinet’ zoekt nog een verhaal

Kabinet-Rutte III De bewindslieden van Rutte III gymmen samen, ze gunnen elkaar hun succesjes en dat ze samen regeren, vinden ze al heel wat. Maar er zijn ook zorgen in de coalitie. Wie weet nog wat het doel ook alweer was?

Het rumoerigst in de Trêveszaal zijn, tegenover premier Rutte (rechts): Wiebes, Koolmees, Schouten en De Jonge. Foto Robin Utrecht/ANP

Het kabinet-Rutte III is, als je de vier regeringspartijen er zelf over hoort, vooral heel veel níét. Het is „geen vechtkabinet”, de krappe meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer heeft nog niet tot grote problemen geleid, het is een regering met ideologische tegenpolen als D66 en ChristenUnie en dus is het een kabinet dat „niet polariseert”.

Wat voor kabinet is het dan wel?

Wat opvalt bij een rondgang langs de coalitiepartijen en bewindslieden: vooral D66 en de VVD zien na acht maanden nog steeds als belangrijkste verdienste van Rutte III dat het is gelukt om met deze vier partijen te gaan regeren.

„Het verhaal van dit kabinet”, zegt VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, „is dat het bestaat uit partijen die niet alleen roepen wat er moet gebeuren, maar ook bereid zijn om dingen voor elkaar te krijgen. Die de trend willen stoppen dat er per verkiezing méér stemmen gaan naar partijen die niet willen meedoen aan een regering.”

De regeerbaarheid van het land. Zo ziet ook de directeur van het wetenschappelijk instituut van D66, Coen Brummer, het: „Dit zijn de partijen die bereid zijn om die verantwoordelijkheid van regeren te dragen. Dat vind ik een heel groot verhaal, want vanzelfsprekend is het helemaal niet.” En D66-leider Alexander Pechtold zegt: „Dit is een van de laatste kansen van het politieke midden om dingen voor elkaar te krijgen.”


Kabinetsgym

Het valt de andere bewindslieden meteen op, bij het begin van Rutte III: ze zien geen spoor van vermoeidheid bij Mark Rutte, na een lange zomer van onderhandelen over zijn derde kabinet. „Mark leek juist op te veren,” zegt een minister, „door de nieuwe ploeg”.

De 24 ministers en staatssecretarissen, van wie maar vier VVD’ers ook in het vorige kabinet zaten, worden snel voor een informele kennismaking uitgenodigd in het Catshuis. Voor wie wil is er twee keer per week kabinetsgym in de sportzaal van het ministerie van Defensie – eerdere kabinetten deden ook aan fitness. Op dinsdagochtend trainen alleen Rutte, Sander Dekker, Ingrid van Engelshoven en Raymond Knops. Op vrijdag vóór de ministerraad hijsen nog zo’n tien anderen zich in sporttenue. Rutte komt bijna altijd net iets te laat en wie opvalt is Eric Wiebes. „Hij heeft een héél klein broekje aan,” zegt een van zijn collega’s, „en is zo lenig. Hij gooit zo zijn been in zijn nek.”


Pechtold zegt dat hij „waakzaam” is. In de plannen van het kabinet, vindt hij, moet idealisme doorklinken. „Het klimaat of Groningen, daar kun je over praten in percentages en jargon. Maar je moet raken aan de zorgen van mensen, aan hun leefwereld, en duidelijk maken dat je werkt aan het oplossen van hun problemen.”

Vindt hij dat het kabinet dat te weinig doet? „Dat zeg ik niet. Ze zijn nog maar net begonnen. Ik zeg: let op.”

CDA-leider Sybrand Buma noemt een paar keer, nog steeds zichtbaar geïrriteerd, de onwil van andere partijen om mee te doen aan een regering. „Die denken: ik eet lekker mijn buikje rond in de oppositie.”

Lees ook het afscheidsverhaal van redacteur Thijs Niemantsverdriet, die onlangs afscheid nam van het Binnenhof: Hoe de drank verdween van het Binnenhof

Maar hij noemt ook de eerste bladzijde van het regeerakkoord van Rutte III – over ‘mensen die nu het gevoel hebben dat de overheid er niet meer voor hen is’. „Onze focus moet niet zijn: wat wil het kabinet doen? Maar: merken de kleine luyden, zoals Abraham Kuyper ze noemde, wat we doen? De middeninkomens, de lage inkomens, mensen die hard werken.”

Hebben Nederlanders die ‘focus’ al genoeg gezien? „Nog lang niet”, zegt Buma. En dan, net als Pechtold: „We zijn ook nog maar net begonnen.”

Of het kabinet voor de kiezers één duidelijke ‘boodschap’ heeft, daar wordt Buma „niet warm of koud van”. „Ik vind: als je de ChristenUnie en D66 naast elkaar zet, moet je hun het recht geven om een verhaal met verschillende accenten te vertellen. Anders bestaat dit kabinet niet.”

En als je met vier partijen bent, moet je véél met elkaar praten. „Dit is een vergaderkabinet, we overleggen ontzettend veel. We hebben onenigheden waarbij we dolblij zijn dat we ze oplossen.”


Discussies afhameren

In de Trêveszaal hamert Rutte lastige discussies doorgaans snel af. Die kunnen ook bilateraal, vindt hij. Een van de bewindslieden: „Ik denk soms: geef ons iets meer ruimte, laten we ook hier ingewikkelde kwesties doorspreken. Mark heeft daar niet altijd het geduld voor. Hij wil vooral geen gedoe.”

Het ‘gedoe’ is voor al het vooroverleg. Op maandag is er ‘coalitieoverleg’ op het ministerie van VWS van CDA’er en vicepremier Hugo de Jonge. Daar komen ook de andere vicepremiers, Kajsa Ollongren en Carola Schouten, de vier fractievoorzitters en, als het over geld gaat, ook minister van Financiën Wopke Hoekstra. En natuurlijk Rutte. Op dinsdag komen de vicepremiers bij hem lunchen op Algemene Zaken, daar vergaderen die dag ook clubjes van ministers en staatssecretarissen in ‘onderraden’. Op donderdagavond hebben de partijen een bijeenkomst met hun eigen bewindslieden.


ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers is ongeduldig. Op een congres van zijn partij, vorige maand, zei hij dat hij een stortvloed van plannen van dit kabinet zag. Maar had nog iemand door wat het doel achter al die plannen samen was?

Segers zucht als hij hoort dat collega’s de ‘regeerbaarheid van Nederland’ als verhaal van Rutte III noemen. „Dat is natuurlijk een opgave en het is waar dat het steeds moeilijker wordt. Maar je moet oppassen met zo’n smeekbede om medelijden, het gaat niet om ons. En being there is niet genoeg. Wat dóé je op die stoeltjes?”

Dit kabinet moet vaker vertellen, vindt Segers, dat het er is voor „de mensen die de zwaarste klappen hebben gekregen in de crisis, voor de mensen die sceptisch zijn geworden over de politiek.”

Maar als je terugkijkt: er was tot nu toe vooral veel aandacht voor het plan van Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen.


Begrotingsregels erin slijpen

Er zijn bewindslieden die vinden dat het kabinet uit ‘doeners’ bestaat. Volgens de een omdat er veel Rotterdammers in zitten, volgens de ander door de vele ex-wethouders die direct resultaat willen zien. Hugo de Jonge (Rotterdam) en Sander Dekker (Den Haag) kennen elkaar nog uit die wethouderstijd, ze werkten nauw samen.

Er zijn er meer die elkaar al kennen. Vicepremier Ollongren was als ambtenaar een naaste collega van Wiebes en werd daarna secretaris-generaal van Rutte op Algemene Zaken. Schouten, Wouter Koolmees en Mark Harbers waren in de vorige kabinetsperiode als Tweede Kamerlid woordvoerder Financiën. Minister Hoekstra krijgt nu steun van deze drie, bijvoorbeeld toen hij in de eerste maanden de strenge begrotingsregels erin probeerde te slijpen bij collega’s.


Segers noemt „de kloven” in Nederland die dit kabinet volgens hem kleiner zou maken – in de kabinetsformatie was SCP-directeur Kim Putters een paar keer aan tafel komen vertellen over de groeiende tegenstellingen.

„Goeie analyses,” zegt VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff daar nu over, „en het was verstandig om hem erbij te halen. Maar het is veel ingewikkelder dan dat je kunt zeggen: jullie zijn groep A en jullie groep B en de afstand tussen jullie moet worden overbrugd. Je moet beleid voeren dat mensen stimuleert om goed te leven”.

Voor wie het kabinet er volgens hém is? „Voor de mensen die hun best doen om een bijdrage te leveren aan de samenleving.”


Eén uitstraling

De tafelschikking in de Trêveszaal is altijd hetzelfde. Het meeste geroezemoes en gelach komt van het rijtje schuin tegenover de premier: De Jonge, Schouten, Koolmees, Wiebes. Als Wiebes het woord neemt, zegt een collega, gaat iedereen ervoor zitten. „Eric is een woordkunstenaar”, zegt een ander. Over de kritiek die hij kreeg uit Groningen zei hij een keer: „Ik ben weer dagenlang gemarteld, maar heb het gewillig ondergaan.” Iedereen vindt hem leuk, zeggen collega’s. „Daarom denken we allemaal met hem mee als hij het moeilijk heeft.”

Populair is ook Carola Schouten, die veel aandacht heeft voor anderen en opvalt omdat ze over veel onderwerpen veel weet. Samen met Koolmees voorziet zij snel hoe gevoelige kwesties vallen in het parlement. Ferdinand Grapperhaus is bij collega’s ook wel geliefd, al wordt hij „onervaren” genoemd en irriteerde hij collega’s door in het voorjaar niet openlijk toe te geven dat hij fout had gezeten op televisie: daar suggereerde hij dat kinderen van Nederlandse jihadisten konden worden teruggehaald uit Syrië en Irak. Dat was géén kabinetsbeleid en als iemand dat wist, zeggen anderen, was híj het.


Mark Rutte is zich bewust van de kwetsbaarheid van zijn coalitie. Hij probeert opponenten te vriend te houden. Lees ook: Rutte III is deemoediger dan Rutte I&II

Eén ‘groot verhaal’ heeft Rutte III volgens Dijkhoff niet nodig. „Je wilt met zijn vieren wel toegroeien naar één uitstraling. Dat je bereid bent om vanuit verschillende uitgangspunten dingen gedaan te krijgen. Nederland bestaat ook niet uit één verhaal.”

En toch: op initiatief van Segers zat de coalitie op maandagavond 18 juni bij elkaar in het Johan de Witthuis in Den Haag, waar vorige zomer moeizaam en soms hard was onderhandeld tussen VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie. Nu stelden ze met zijn vieren vast dat het nodig was duidelijker te laten zien wat, in de woorden van Mark Rutte, de „burning platforms” zijn, urgente thema’s die grote veranderingen vereisen: klimaat, integratie, pensioen, arbeidsmarkt.

Sinds die tijd zitten bij het ‘coalitieoverleg’ op maandag ook steeds een paar ministers om over hun plannen te praten. Het idee is dat ze met z’n allen bedenken hoe die passen in wat het kabinet als geheel wil en wat de politieke risico’s zijn. „Minder brandjes blussen,” zegt iemand die er elke week bij zit, „maar laten zien wat ons antwoord is op grote problemen”.


‘Geen rivaliteit’

Niet alleen over Grapperhaus klinkt kritiek in de kabinetsploeg. D66’er Ollongren staat bekend als afstandelijk en koel, en soms wat breedsprakig. Hugo de Jonge is volgens sommigen wel erg druk met zijn eigen pr: „Daar heb je hem weer met zijn actieplannen.”

En toch: er wordt niet geklaagd over de sfeer. „We vallen elkaar niet verliefd in de armen,” zegt een minister, „maar de collegialiteit is groot. Er is geen narigheid of rivaliteit”. Zeker de helft van het kabinet was bij de uitvaart van de dochter van staatssecretaris Paul Blokhuis in het voorjaar, zijn verlies raakte het hele kabinet.

Bij moeilijke debatten sturen bewindslieden elkaar berichtjes, zoals aan Ollongren die de afschaffing van het raadgevend referendum moest verdedigen. En als iets goed gaat – de onderwijs-cao van Arie Slob – zijn er felicitaties. Een staatssecretaris: „In de ministerraad wordt vaak gejoeld en geklapt.”

    • Petra de Koning
    • Barbara Rijlaarsdam
    • Philip de Witt Wijnen