„Het is ongelooflijk dat ik dwangarbeid heb moeten doen omdat ik een lastige puber was”

Joke Molenaar (1951) zat opgesloten bij de zusters in Almelo van 1967 tot 1969.

„Als er weer een spoedopdracht kwam, moesten er opeens veel washandjes genaaid worden.” Deze foto is ter illustratie gemaakt in het Museum van de 20ste eeuw in Hoorn. Foto Merlijn Doomernik

Bij Joke Molenaar thuis werd niet geslagen. Haar vader was een toonbeeld van matigheid. Hij dronk nooit meer dan één glas alcohol per week. Als hij op zondag na de hoogmis de platenspeler opstelde en één van de weinige lp’s opzette - Rhapsody in Blue van George Gershwin - nam hij één glaasje cognac en één sigaar, merk De Huifkar.

Misschien was het wat krap voor acht kinderen in de Rotterdamse eengezinswoning, maar verder had Joke (67) het thuis niet slecht. Toch liep ze telkens weg. Joke was een lastige puber. Op bevel van de kinderrechter moest ze in 1967, zestien jaar oud, naar de Zusters van de Goede Herder in Almelo.

Daar belandde ze achter een Singer, een trapnaaimachine. Ze moest washandjes maken. Honderden. Ze naaide ook hansoppen voor een psychiatrische ziekenhuis en donkergroene operatieschorten met crèmekleurige manchetten. Joke: „Als er weer een spoedopdracht kwam, moesten er opeens veel washandjes genaaid worden. Iedereen werd aangespoord hard te werken. Als het gelukt was kregen we ‘s avonds een sigaret na het eten.” Normaal kregen de meiden die alleen op zondag, als zuster Johanna de post kwam uitdelen.

Na de naaizaal moest ze ‘de poort’ doen. Dat betekende elke ochtend alle ruimtes, dus ook de toiletten, schoonmaken. Als ze op zaterdagmiddag in haar eentje de eetzaal poetste, kon ze naar de Vara luisteren, naar de ‘beursberichten’ in het programma In de Rooie Haan en naar de Clicheemannetjes Kees van Kooten en Wim de Bie. „Gelukkig werkte ik niet op de strijkkamer. Daar zeulden ze met zware strijkbouten die op een kachel stonden.”

Na anderhalf jaar mocht ze weg. Ze kreeg een jurk en een paar schoenen mee. „Dat was alles. Het is ongelooflijk dat ik dwangarbeid heb moeten doen omdat ik een lastige puber was.”

    • Joep Dohmen