„Dat ik naar een jeugdgevangenis zou gaan, wist ik niet”

Joke de Wilde (1961) zat opgesloten bij de zusters in Almelo van 1974 tot 1976.

„Ik zie me nog zitten in het naaiatelier met een trapnaaimachine om operatiehemden, handdoeken, operatiedoeken en -hemden te stikken.” Deze foto is ter illustratie gemaakt in het Museum van de 20ste eeuw in Hoorn. Foto Merlijn Doomernik

Een jong meisje was ze nog. Toch zorgde Joke de Wilde (57) eind jaren zeventig voor een doorbraak. Door haar toedoen moesten de zusters van de Goede Herder hun ijzeren regime versoepelen.

Dat ging zo. Joke was weer eens weggelopen uit ‘vakinternaat Huize Alexandra’, zoals het gesticht in Almelo inmiddels heette. Dit keer ging ze naar het Jongeren Advies Centrum (JAC) in Enschede, een progressieve organisatie die jongeren hielp. Joke: „Het JAC bood mij onderdak en ik vertelde wat er in Almelo allemaal gebeurde. Dat het hele regime niet deugde.”

In 1971 was ‘Huize Alexandra’ een „vakopleiding voor meisjes” geworden. Binnen de muren was het regime, dat de zusters sinds de negentiende eeuw hanteerden, echter niet veel veranderd. De meisjes dienden nog productie te maken in de naaizalen. Joke: „Ik zie me nog zitten in het naaiatelier met een trapnaaimachine om operatiehemden, handdoeken, operatiedoeken en -hemden te stikken.”

De vakopleiding stelde niet veel voor, zegt Joke. Wat cursussen Nederlands, Engels, handenarbeid, gezondheidsleer of boekhouden. Je kreeg een door de zusters zelfgemaakt certificaat. Dat werd nergens erkend. „De hoofdtaak was nog steeds naaien voor opdrachtgevers.”

Joke had de tijdgeest mee. De invloed van de Kerk was op zijn retour, de aanwas van nieuwe zusters stokte en de druk vanuit de maatschappij om de jeugdzorg te moderniseren groeide.

Na de verontrustende boodschap van Joke zocht het JAC contact met de Belangenvereniging Minderjarigen (BM), die opkwam voor kinderen in tehuizen. BM eiste openheid van de jeugdzorginstellingen in het land, en meer inspraak en voorzieningen voor de pupillen.

Vertegenwoordigers van BM – ex-pupillen en kritische jongeren - gingen met Joke naar Almelo. De Tweede Kamer had in 1975 bedongen dat BM toegang moest krijgen tot de instellingen. „Dus daar zat ik met een paar BM’ers tegenover zuster Benedict, de directrice.”

Een belangrijke thema was het voor straf opsluiten van meisjes in Huize Alexandra. De zusters hadden honderd jaar lang niets anders gedaan. Hoewel ze geen machtiging hadden van het ministerie van Justitie om een isoleercel gebruiken, gebeurde het nog steeds. „Wij werden opgesloten in hokken bij de slaapzaal of op zolder.”

Waarom was ze eigenlijk naar Almelo gegaan? Haar ouders in Utrecht waren gescheiden en ze spijbelde als elfjarig kind. Toen een vriendinnetje haar vertelde dat een schoolinternaat best leuk was, vond ze het prima. „Met veel plezier heb ik mijn spulletjes ingepakt. Dat ik naar een jeugdgevangenis zou gaan, wist ik niet.”

Haar latere leven had Joke last van Almelo. „Het heeft lang geduurd voordat ik mijn leven op de rails had. Ik hield moeite om mensen te vertrouwen.”

Joke vertrok in 1976. Vijf jaar later nam zuster Benedict afscheid als directrice. Ze werd opgevolgd door een man. Huize Alexandra zou nog tot 2011 geëxploiteerd worden als gesloten justitiële jeugdinrichting door jeugdhulporganisatie Avenier.

    • Joep Dohmen