Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Boekhandel- medewerkers

Ik ging langs bij mijn favoriete boekhandel. Het was zomer, niet de allerbeste periode. De helft van de klanten was familielid van werknemers van de boekhandel, ze scharrelden rond uit sympathie. Of om te zien hoe hun vader eruitziet als hij werkt. De bedrijfsleidster zat in vlotte zomerkleding met een klant aan de leestafel. Zij achter de computer om te kijken of ze voor hem een obscuur Engelstalig boek in voorraad hadden, de klant roerde ongeduldig in de gratis verstrekte dubbele espresso.

Ze vond het boek.

„Ja, we hebben het!”

De klant: „O, hoe duur?”

Daarna, hij pakte de mobiele telefoon erbij om de website te laten zien: „Dan is het hier toch twee euro goedkoper, dan hoeft u het niet uit de kast te halen. Scheelt weer een kop koffie!”

De bedrijfsleidster geroutineerd: „Kunnen we u verder nog ergens mee van dienst zijn? Een ander boek misschien?”

De klant: „Nou, nog een kop koffie, mag dat?”

Ze liep naar de automaat en drukte op een knop waar ze al duizenden keren op gedrukt had. Om het af te maken stootte de klant even later zijn kopje om.

Dat gedraaf van boekenkast naar boekenkast; het overal post-it-stickertjes opplakken met de mededeling dat je dit of dat meesterwerk moet lezen op vakantie; het uitnodigen, ontvangen, converseren en daarna geruststellen van schrijvers; het zo chic mogelijk inpakken van aankopen; geduldig luisteren naar hele verhalen van halfgare klanten en dan tussendoor ook nog enthousiast blijven doen. Ook tegen elkaar, want erg veel mensen werken er niet in een boekhandel en dan liggen irritaties bij het samen boterhammen eten snel op de loer.

Hoedje op, petje af.

Toen er even geen klanten waren zei ik tegen de bedrijfsleidster dat zij met dat werkethos van haar in willekeurig welke andere sector miljonair zou zijn geworden, maar dat wist ze zelf ook wel.

Ze zei dat er wel zwaardere beroepen waren.

Ik dacht: nu begint ze weer over de horeca, want haar ouders hadden een restaurant, maar dat was niet zo.

Heel beslist: „Uitgeverijmedewerker.”

Het gesprek werd onderbroken door een klant.

Hij zat met een lastige vraag.

„Waar is het toilet? Ik moet echt heel nodig.”

Tweede vraag, in het verlengde van de eerste vraag: „Liggen daar ook boeken?”

Ik voelde een niet te onderdrukken scheut sympathie opkomen en overwoog even om iets aan te schaffen, het valt eigenlijk niet goed te praten dat ik dat niet heb gedaan.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen