Hier krijgen tbs-patiënten yoga- en toneelles

Tbs Toneel, yoga en schilderen met tbs-patiënten: de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht gelooft er stellig in. „Kunstlessen dragen bij aan een succesvolle terugkeer in de maatschappij.”

Fons Diepenmaat geeft yogales aan tbs’ers in de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht.

Gerard is een serieuze vent. Zijn strakke biceps en woest-gestylede kapsel vormen een contrast met zijn vriendelijke, weloverwogen manier van praten. Vandaag is een spannende dag voor hem: de laatste dag waarop de officier van justitie in beroep kan gaan tegen de voorwaardelijke beëindiging van zijn tbs. De rechter besluit om de twee jaar – geadviseerd door de behandelaars – of verlenging van de tbs-maatregel noodzakelijk is, en dit keer oordeelde de rechter in Gerards geval van niet.

Al sinds 2007 zit hij ‘binnen’. Eerst drie jaar in de gevangenis, daarna acht jaar in tbs-instellingen, waarvan de laatste jaren hier in de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht. Eind dertig is hij nu. Als het beroep van de officier vandaag niet komt, betekent dat weer een stap dichter bij een zelfstandig, vrij en autonoom leven. Hij zal nog een tijdlang onder toezicht staan, maar de opleiding die hij graag wil volgen, met buitenlandse stage, wordt dan mogelijk.

We drinken thee in de lichte yogastudio van het tbs-complex, uitkijkend op de grote binnentuin, met veel groen en beschutte hoekjes. Niet alleen de rokers houden van ‘de tuin’, hij wordt ook veel gebruikt voor gesprekken tussen patiënten en hun therapeut. Eromheen de leefgroepunits, een onderwijsafdeling, kantoren, werkplaatsen en lokalen voor de kunstvakken die in de kliniek worden gegeven. Op deze locatie (er is er nog een in Utrecht, plus een zogeheten longcare-afdeling in Amersfoort) wonen zeventig patiënten.

Ik bleef yoga niks vinden. Tot de vijfde of zesde sessie, toen gebeurde er iets

Tbs-patiënt Gerard

Gerard heeft net zijn wekelijkse yogales gehad. Sinds drie jaar gaat hij trouw elke dinsdagochtend, hoewel het even duurde voor hij het nut ervan inzag. „Een maatje van mij deed al langer yoga en vroeg of ik meeging. ‘Yoga? Dat vind ik gay’, zei ik. Hij drong aan en ik ging toch een keer mee. Ik was heel stijf en bleef het niks vinden. Tot de vijfde of zesde sessie, toen gebeurde er iets. Na afloop voelde ik me ontspannen en relaxed. Niet dat ik sindsdien elke ochtend als de vogels gaan zingen yoga-oefeningen doe, maar het lukt me veel beter om rust te brengen in mijn hoofd.”

Intimiderende lichaamshouding

Behalve opleidingen volgen en sporten kunnen patiënten in de Van der Hoeven Kliniek ook tekenen en schilderen, hout of metaal bewerken, beeldhouwen, een muziekinstrument leren bespelen en theater-, mime- of circuslessen volgen. Niet zoals in andere tbs-instellingen onder leiding van creatief therapeuten, maar van vakdocenten.

Een belangrijk verschil, zegt Fons Diepenmaat (64), docent yoga, mime en circus en coördinator van de kunstvakken. „Wij als vakdocenten zijn weliswaar nauw betrokken bij de behandeling van de patiënten, maar we hebben een ander uitgangspunt dan de therapeuten. Bij therapie draait het om iemands stoornis, wij proberen juist aan te sluiten bij wat iemand wél kan. Wij willen de patiënten iets meegeven waar ze ook buiten de kliniek wat aan hebben. Genieten van mooie dingen, plezier maken. Leren samenwerken.

„Gerard heeft door yoga ervaren hoe je je lichaam op een andere manier sterker kunt maken. Van bodybuilding krijg je korte, soms al te strak gespannen spieren, terwijl yoga soepelheid en ontspanning brengt. Niet dat ze hier allemaal gelukkig worden, maar dat hoeft ook niet. Het uiteindelijke doel van hun verblijf is dat ze geen delict meer plegen, dat geldt hier net zo goed als in andere tbs-klinieken.”

De Van der Hoeven Kliniek, al sinds 1955 midden in een Utrechtse woonwijk, vaart een eigen koers. De patiëntenpopulatie verschilt niet van die van andere tbs-instellingen (plegers van zware gewelds- en zedendelicten), maar de filosofie van de kliniek is van oudsher gebaseerd op het gedachtegoed van de Utrechtse School in het strafrecht, waarin de delinquent als volwaardig mens werd gerespecteerd en die een inspiratiebron was voor de humanisering van het strafrecht na de Tweede Wereldoorlog. Tekenend voor hun benadering is het feit dat patiënten van alle hulpverleners hun voor- én achternaam kennen en niet, zoals elders, alleen hun voornaam. Locatiemanager Josee Bos: „Natuurlijk proberen alle klinieken goede zorg te bieden, maar bij ons ligt de nadruk vooral op medemenselijkheid, gezamenlijkheid en een open houding.

Andere tbs-klinieken zetten minder dan wij in op gezamenlijke verantwoordelijkheid

Josee Bos, locatiemanager

„Dat zijn de belangrijkste pijlers van onze behandeling. Vandaar dat er extra veel aandacht is voor persoonlijke ontwikkeling en dat onze patiënten niet alleen medeverantwoordelijk gehouden worden voor hun eigen veiligheid, maar ook voor die van hun medepatiënten. Ons motto is ‘veiligheid creëer je met elkaar’: we zien de kliniek als een mini-maatschappij waarin je elkaar allemaal nodig hebt om tot resultaten te komen en geweldsincidenten tot een minimum te beperken. Andere tbs-klinieken zetten minder dan wij in op gezamenlijke verantwoordelijkheid.”

In dit licht moeten we ook het belang zien dat wordt gehecht aan de kunstlessen, zegt Bos. „Patiënten kunnen beroepsopleidingen doen en onderwijs volgen tot en met universitair niveau. Net als het onderwijs dragen kunstlessen bij aan hun resocialisatie, dat wil zeggen aan een succesvolle terugkeer in de maatschappij.”

Lees ook: Moet het tbs-systeem op de schop?

De afgelopen jaren volgde Gerard behalve yoga ook toneellessen in de kliniek. Daar leerde hij veel over zichzelf, vertelt hij, bijvoorbeeld hoe zijn soms intimiderende lichaamshouding overkwam op anderen. Hij was vroeger „wel een haantje”. Hij doet voor hoe hij er in die tijd bij gezeten zou hebben tijdens een gesprek als dit: ver voorovergebogen en met zijn gezicht vlak bij dat van de ander. Dankzij toneel leerde hij beter omgaan met wat hij zijn ‘geheim’ noemt: zijn criminele verleden en dat hij tbs’er is.

Met zijn allen verantwoordelijk

Hij mag dan bijna aan het eind van zijn behandeling zijn – hij woont hij al een tijd buiten de muren van de kliniek, waar hij nog maar een dag per week komt voor therapie en lessen, hij heeft een baan en betrekt binnenkort een eigen flat – maar de begeleiding en het toezicht zullen nog jaren duren. Gerard: „Ik heb nog steeds tbs. Via mijn buitensporthobby ontmoet ik veel interessante mensen. Met sommigen is er na een gezellige avond aan het kampvuur een vriendschap ontstaan. Op een gegeven moment moet ik hen gaan vertellen over het geheim dat ik met me meedraag, vind ik, maar daar zie ik enorm tegenop. Bij toneel heb ik dat geoefend. Rond een zogenaamd kampvuurtje speelde ik zo’n gesprek na met de dramadocente. Medepatiënten deden ook mee. Ze vroegen flink door: ‘Wil je het er niet over hebben? Hoezo dan?’, want mensen buiten gaan dat ook doen. Ik voel me nu beter voorbereid.”

Lees ook: Rechters zijn huiverig om tbs op te leggen, maar waarom?

Drie jaar geleden werkte Gerard mee aan een grote theaterproductie ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de Van der Hoeven Kliniek, Odysseus. Samen met zo’n vijfentwintig anderen, zowel patiënten als stafleden. Hij bediende tijdens de uitvoering in muziekcentrum TivoliVredenburg de volgspot. Gerard: „We gingen daar met de hele groep heen. Mensen met begeleid verlof, mensen met onbegeleid verlof en personeel. Met zijn allen waren we verantwoordelijk voor een mooie voorstelling, en zo voelde dat ook. ‘Kunnen we afspreken dat we gewoon bij elkaar blijven?’ werd er gevraagd. Ja, dat konden we. Terwijl er allerlei uitgangen naar buiten waren in dat theater. En ik weet zeker dat áls iemand ’m had willen peren, hij of zij door medepatiënten zou zijn tegengehouden.”

Gerard had tijdens de voorstelling misschien wel het meest van iedereen last van zenuwen, zegt Diepenmaat, die er als coördinator kunstvakken bij betrokken was. In de techniekcabine maakte Gerard gekke bewegingen en huppelsprongen, zo bang was hij dat er iets mis zou gaan. „We zijn drie jaar verder, en in die tijd is hij veel rustiger en zelfverzekerder geworden. Opener ook. Zijn psychische problemen zijn niet weg, maar hij kan erover praten en heeft geaccepteerd dat ze er zijn.”

De officier van justitie is niet in beroep gegaan. Gerard kan definitief aan zijn nieuwe leven beginnen.

    • Brigit Kooijman