Opinie

    • Clarice Gargard

Wie is er bang voor een boze vrouw?

‘Je bent zo boos”, hoor ik wel eens verwijtend wanneer ik me ergens over uitspreek. Het is regelmatig een verkeerde interpretatie van mijn gemoedstoestand. Desondanks vraag ik me af wat er mis is met boos zijn. Er heerst een enorm taboe op de woede van vrouwen, waardoor wij ons vaker inhouden op momenten dat we het liefst uitbarsten. Ik keek onlangs ‘Nanette’, de veelgeprezen voorstelling van de Australische comédienne Hannah Gadsby, waarin ze goed kwaad wordt. Gadsby is een masculiene lesbienne die zich uitspreekt over sociaal-maatschappelijke ongelijkheid. Zij werd misbruikt, mishandeld en geridiculiseerd om wie ze is en hoe ze eruitziet. De komiek put uit haar eigen ervaring, niet als slachtoffer, maar juist als overlever.

De woede die Gadsby zo ongegeneerd vertoont, wordt vaak afgekeurd bij vrouwen. Uit onderzoek blijkt dat we vrouwen als onbetrouwbaar of te emotioneel beschouwen wanneer ze kwaad worden. Je ziet het wanneer Eva Jinek weer eens fel uit de hoek komt en als hysterisch wordt bestempeld. Of hoe Sylvana Simons en Gloria Wekker – of je het nu eens of oneens bent met ze – al gauw als ‘angry black women’ worden gestereotypeerd, ongeacht hun kalmte.

Vanwege deze vooroordelen verbergen vrouwen hun furie onder een gepolijste glimlach. Terwijl zovelen boos zijn op onze ouders, onze partners, onszelf en de wereld.

Ik word wél woedend wanneer de overheid migranten- en vluchtelingenkinderen die hier geboren zijn uit laat zetten naar een land dat ze niet kennen, als informatieve programma’s zoals Brandpunt weg worden bezuinigd, van bumperklevers en de laatste column van Tom-Jan Meeus over identiteitspolitiek. Daarin beweert hij dat mensen die zich met passie verzetten tegen Zwarte Piet, islamofobie, en andere vormen van discriminatie het doen om zich ‘goed te voelen’. Alsof onrecht bestrijden een Center Parcs-uitje is.

Mensen uit gemarginaliseerde groepen spreken zich uit omdat zij ontmenselijkt worden en boos zijn. Bijvoorbeeld als je als man een jurk draagt en daarom bespuugd wordt. Of wanneer je geen uitnodiging krijgt voor een sollicitatiegesprek vanwege je ‘buitenlandse’ achternaam. Tientallen onderzoeken bevestigen dat Nederlanders die niet tot de norm behoren categorisch achtergesteld worden. Als je identiteit invloed heeft op het leiden van een volwaardig bestaan, wordt die vanzelf politiek. Tegen identiteitspolitiek zijn, is als tegen iemand in drijfzand roepen dat ze niet zo om touw moeten schreeuwen – vanaf de stabiele kant. Onbeschoft.

De woede die minderheidsgroepen ervaren is vergelijkbaar met die van vrouwen. Die boosheid is, volgens Gadsby, het resultaat als je het ene kind laat opgroeien met schaamte en minderwaardigheid en het andere toestemming geeft om dat kind te haten of veroordelen. Dat betekent niet dat het leven van het tweede kind perfect is, maar het wordt niet bemoeilijkt om wie hij is.

Woede verdwijnt niet wanneer je het opkropt, maar vergiftigt je van binnen. Het veroorzaakt hartkloppingen, spijsverteringsproblemen of erger. Het uiten van woede is niet hetzelfde als haat, zoals sommigen vrezen. Wanneer je op constructieve wijze uiting geeft aan boosheid, kan het bewegingen lanceren. Zoals de Women’s March en #MeToo. De Caraïbisch-Amerikaanse schrijver Audre Lorde schreef: het doel van haat is vernietiging, maar het doel van woede is transformatie.

Afgelopen week bezocht ik het Louvre en bewonderde de marmeren Nikè van Samothrace. De Grieken stelden zich de overwinning voor als een reuzengodin die in een gewaad haar vleugels spreidt. Ik kan me niet voorstellen dat ze opstijgt zonder haar belastende woede te dumpen.

is programmamaker bij BNNVARA en freelance journalist.
    • Clarice Gargard