Opinie

    • Michel Krielaars

Hoe zou het leven in een dictatuur zijn?

Soms vraag ik me af hoe het dagelijks leven in een dictatuur eruit ziet. Ooggetuigen hebben me er in de loop der jaren uiteenlopende verhalen over verteld. Begrijpen deed ik hun relaas vaak wel, maar invoelen minder, ook al besef ik dat iedereen altijd bang was.

In de zesdelige autobiografie van de Russische schrijver Konstantin Paustovski (1892-1968) merk je helemaal niets van die angst. Toen ik eind 2016 zijn dochter in Moskou opzocht, vroeg ik haar daarnaar. Bang was haar vader wel degelijk, zei ze. Maar pas na Stalins dood in 1953 deed hij er zijn mond over open en nam hij het op voor vervolgde of vermoorde schrijvers als Babel, Pasternak en Solzjenitsyn.

Maar nu wordt de literatuurgeschiedenis herschreven. In het vandaag verschenen derde deel van Paustovski’s herinneringen in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot zijn vier onbekende hoofdstukken opgenomen, waarin de schrijver zich ongekend fel uitlaat over het Sovjet-bewind. Die hoofdstukken blijken in 1958 en 1960 door de censuur te zijn geschrapt en nooit eerder gepubliceerd.

Wim Hartog, die Paustovski in het Nederlands heeft vertaald en de wereldrechten van diens werk beheert, kreeg afgelopen mei van het Paustovski Centrum in Moskou te horen dat er enkele hoofdstukken uit Boek der omzwervingen waren teruggevonden. Ze waren in 1963 door de censuur geschrapt, omdat ze de angst, die onder Stalin het dagelijks leven bepaalde, heel scherp laten zien.

Ronduit beklemmend is de passage waarin je kunt lezen hoe op den duur elke vorm van menselijke beschaving in de Sovjet-Unie verdween: ‘Onder het volk, zo vol menselijkheid en eenvoud des harten, verschenen gaandeweg steeds meer verklikkers, machtswellustelingen, hielenlikkers en huichelaars. Uit welke krochten doken zij op? Hoe konden zij zich in een handomdraai de methodes eigen maken waarmee je mensen vernedert? Kennelijk kan men bepaalde lieden even snel wantrouwen en wreedheid bijbrengen als kinderen leren lezen en schrijven.’ En: ‘Het afsterven van het leven verliep snel. Bijna alle getalenteerde en tot zelfstandig denken in staat zijnde mensen werden verdacht gemaakt en beschouwd als potentiële vijanden.’

Maar Paustovski zou Paustovski niet zijn als hij ook oog had voor de barmhartigheid van zijn volk. Dat blijkt uit zijn aangrijpende beschrijving van een colonne van 20.000 Duitse krijgsgevangenen die op last van Stalin kort voor het einde van de oorlog door het centrum van Moskou werd gevoerd. Op die manier wilde de dictator ‘het verdriet van het volk, de vaderlandsliefde en de haat voor het fascisme bespelen.’ Maar het tegenovergestelde gebeurde. Want toen de uitgeputte, gewonde soldaten aan hun vernederende mars begonnen, daalde er een diep stilzwijgen over de toekijkende Moskovieten neer. Sommigen braken door het bewakingscordon heen en stopten de gevangenen brood, sigaretten en suiker toe. En daarmee, zo schrijft Paustovski ‘werd het allerzwaarste vonnis uitgebracht over de dictator die deze mensonwaardige vertoning had bedacht.’

Die opgedoken hoofdstukken zijn een wereldprimeur. Dankzij Wim Hartog komt die ook nog eens uit Nederland, waar Paustovski, anders dan in het grote Rusland, nog altijd wordt gelezen.

    • Michel Krielaars