Opinie

    • Ellen Deckwitz

Postpartum WK

Als ik mensen vertel dat ik zzp’er ben zuchten ze meestal van bewondering, hoe knap het wel niet is dat ik zelf structuur in mijn dagen aan kan brengen. Ik weet niet hoe het met de rest van de freelancers zit, maar die structuur is dus iets wat ik geheel laat bepalen door externe variabelen. De uren waarop ik werk hangen af van of ik mijn neefjes van school moet halen, hoe gezond/borderline mijn huisdieren/zus zijn en hoeveel behoefte mijn ouders hebben aan steun. Het klinkt misschien slap, maar de afgelopen weken zijn mijn dagindelingen goeddeels bepaald geweest door het WK voetbal. En heb ik daardoor nog nooit zo hard en efficiënt gewerkt.

Tijdens de poule-fase was het bijvoorbeeld een kwestie van vroeg uit bed om al het werk af te hebben voor de voorbespreking begon. In de uren tussen de wedstrijden snel sporten, boodschappen, caviae badderen en daarna doorkijken. Waar ik normaliter echt met mezelf moet onderhandelen om uit bed te komen, spring ik er tijdens een kampioenschap meteen uit. Niet alleen haalde ik daardoor alle deadlines, ik haal ze ook meestal te vroeg omdat ik op tijd klaar wil zijn om de appgroep te openen waarin mijn vriendenkring dagelijks zijn voorspellingen plaatst.

De afgelopen dagen voel ik me echter stuurloos. Ik merk dat nu het kampioenschap haar voltooiing nadert en daarmee het einde in zicht komt, ik me nu al geen raad weet met al die overtollige uren. Ik schuif werk weer voor me uit, mail mensen te laat terug, begin weer te lummelen. Je wordt lui van te veel tijd.

Na zondag is het toernooi voorbij en ik ben nu al nerveus voor de postpartum-depressie die me altijd na een meerweeks sportspektakel te wachten staat. Ik ga alles missen: het kletsen met wildvreemden in de metro over dat Frankrijk een onderschat team is, het wedden met kennissen, het onverwacht lekkere voetbal, maar vooral de regelmaat die het bood. De sport die mij in een doorwerker veranderde. Nog nooit was ik zo productief en efficiënt als tijdens dit WK.

„Kop op”, zei mijn zus toen ik hierover uithuilde, „het móét ook een keer stoppen, anders is het niet bijzonder meer hè. Dan deel je je dag er niet meer op in.”

Misschien heeft ze een punt. Ik moet iets anders vinden om verslaafd aan te zijn, om mijn werk omheen te bouwen. Ondertussen zit ik sip voor de televisie naar de laatste wedstrijden te kijken. Niet wetend hoe ik mezelf daarna nog op mijn werk moet storten, als er straks weer tijd genoeg voor is.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz