Ötzi had vlak voor zijn dood vette steenbok gegeten

Ijsman

Wetenschappers ontdekken steeds weer iets nieuws aan de beroemde ijsmummie Ötzi. Nu hebben ze zijn maaginhoud bekeken.

Onderzoek naar de maag van Ötzi uit 2010. Foto M. Samadelli/South Tyrol Archaeology Museum

IJsman Ötzi had een vette maaltijd achter de kiezen toen hij 5.300 jaar geleden hoog in de Tiroler alpen stierf. Hij had kort voor zijn dood steenbok en wat edelhert gegeten – rauw of gedroogd. Er zaten ook resten van het graan eenkoorn in zijn maag. En vreemd genoeg veel varensporen van adelaarsvaren – een giftige plant.

Misschien, speculeren ruim 40 onderzoekers in een donderdag gepubliceerd artikel in Current Biology, was die adelaarsvaren een medicijn. Een andere mogelijkheid is dat Ötzi zijn vlees gewikkeld in adelaarsvarenblad meenam.

Ötzi en zijn maaginhoud. Institute for Mummy Studies / Frank Maixner

Ötzi is het gemummificeerde lijk van een 40- tot 50-jarige kopertijdjager dat in 1991 door Duitse toeristen naast een gletsjer op 3.210 meter hoogte in de Ötztaler Alpen werd gevonden. Hij heeft waarschijnlijk eeuwenlang in de diepvries van gletsjerijs gelegen. Het lijk is uitgedroogd, maar veel biomoleculen (eiwitten, DNA, vetten) zijn in de vrieskou bewaard gebleven. Op de eerste scans na de vondst werd de maag niet ontwaard. Het idee was dat de lege maag verschrompeld was. Maar in 2009 is de maag op een nieuwe scan toch gelokaliseerd – iets naar boven geschoven. En hij was helemaal vol.

Dat bood de mogelijkheid om veel meer te weten te komen over de laatste maaltijd van een man die het hooggebergte introk. En, in ruimere zin, over een maaltijd van een vroege landbouwer in Zuid-Europa.

Kleine monsters uit Ötzi’s maag zijn microscopisch onderzocht en er zijn moleculaire analyses uitgevoerd aan de vetten en eiwitten. Van het geïsoleerde erfelijke materiaal zijn DNA-volgorden vastgesteld. En met spectroscopische methoden is vastgesteld dat Ötzi rauw, mogelijk gedroogd vlees at.

Monsters uit de maag (rechts) en darmen van Ötzi. Foto Institute for Mummy Studies / Frank Maixner

Op het oog was de maaginhoud van Ötzi een vettige brij. Ongeveer de helft was vet. Met de microscoop zijn spiervezels en graanresten gevonden. De typische (korte) vetmoleculen van melkproducten ontbraken. Ötzi, kortom, at vlees en graan. DNA-analyse liet zien dat het vlees voornamelijk steenbok (Capra ibex) was, en wat edelhert (Cervus elaphus) en dat het graan waarschijnlijk volkoren eenkoorn (Triticum monococcum) was – een vroege tarwesoort.

Het was een maaltijd die „perfect aangepast was aan de energiebehoefte voor een trektocht in het hooggebergte”, besluiten de onderzoekers. Maar toch: de onderzoekers schrijven ook dat het vele verzadigde vet de duidelijke aderverkalking van Ötzi wat begrijpelijker maakt.

    • Wim Köhler