Minister: eind aan uitsterfbeleid woonwagens

Mensenrecht Jonge woonwagenbewoners hebben moeite om een plek te vinden. Het Nederlandse beleid is al enige tijd mikpunt van kritiek.

Afgelopen mei kraakten woonwagenbewoners een terrein in Capelle aan den IJssel. Daar stonden ooit zes woonwagens maar nu nog maar één, als gevolg van het uitsterfbeleid in de gemeente. Foto Merlin Daleman

Gemeenten moeten ervoor zorgen dat er voldoende standplaatsen zijn voor Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Die groep moet binnen redelijke termijn kans maken op een standplaats voor een woonwagen. Om dit te bereiken moet onder meer het afbreken van standplaatsen voor woonwagens worden gestopt.

Dat staat in een beleidskader dat minister Kajsa Ollongren (D66, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Mensenrechten

Het beleidskader is geen wettelijke regeling: de verantwoordelijkheid voor het huisvesten van woonwagenbewoners blijft liggen bij gemeenten. Wel kunnen besluiten van gemeenten die ervan afwijken in strijd zijn met de mensenrechten. Ook kan in het uiterste geval ingegrepen worden door de provincie.

Het Nederlandse beleid ten aanzien van Sinti, Roma en woonwagenbewoners is al enige tijd mikpunt van kritiek. Zo publiceerde de Nationale Ombudsman vorig jaar mei een rapport na klachten over „uitsterfbeleid”: de aanpak van gemeenten om vrijgekomen standplaatsen niet opnieuw voor woonwagens te benutten. Het College voor de Rechten van de Mens tikte sinds 2014 tien gemeenten en vijf woningcorporaties op de vingers omdat ze Roma, Sinti of ‘reizigers’ zouden hebben gediscrimineerd.

In een huis wonen

De laatste jaren voerden verschillende verenigingen van woonwagenbewoners actie voor een beter beleid. Vooral jonge woonwagenbewoners zouden onmogelijk aan een nieuwe standplaats kunnen komen en daardoor tegen hun zin in een huis wonen. Hoe groot de groep is die een standplaats zoekt is onduidelijk. Volgens minister Ollongren moet dat in kaart gebracht worden door bijvoorbeeld een wachtlijst in het leven te roepen. Bij toekenning van een standplaats krijgen mensen die afstammen van woonwagenbewoners dan voorrang op andere woningzoekenden.

De Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen reageert gematigd positief op het nieuwe beleid van de minister. Hij vindt dat het beleidskader „veel handvatten” biedt waarmee gemeenten aan de slag kunnen gaan. Maar Van Zutphen betwijfelt of er nu in de praktijk veel verbetering komt voor jonge woonwagenbewoners. „Of het uitsterfbeleid niet alleen wordt geschrapt op papier, maar ook in de praktijk, dat valt nog te bezien.” Volgens Van Zutphen is er niet bij alle gemeenten voldoende begrip voor de culturele identiteit van woonwagenbewoners.

Erkenning

Ook Sabina Achterbergh van de Vereniging Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland wil eerst zien wat er in de praktijk gebeurt. „Ik ben vooral benieuwd naar hoe gemeenten dit gaan uitvoeren, en of ze zich eraan gaan houden. Maar na jaren van strijd is de erkenning wel mooi.”

Piet van Assendorp van Stichting Behoud Woonwagencultuur is vooral blij. Hij noemt het „een historische dag”. Volgens Van Assendorp geeft het jonge woonwagenbewoners, die soms al tien jaar wachten op een standplaats, weer hoop. „Na honderd jaar wanbeleid is er eindelijk iets dat er goed uit ziet. Onze cultuur blijft behouden, zo voelt het althans. We doen er eindelijk weer toe.”

Lees een reportage over jonge woonwagenbewoners in Arkel, die moeilijk een plek kunnen vinden voor een eigen woonwagen.
    • Bram Endedijk