Lokale partijen bestendigen hun macht, VVD neemt rol CDA over

Collegevorming

De vorming van colleges van B en W is nagenoeg afgerond. Wat zijn de conclusies na 16 weken van formeren in 335 gemeenten?

Foto Koen van Weel/ANP

De lokale partijen boekten een grote zege. GroenLinks brak door in de grote steden. De VVD werd nipt de grootste partij. De raadsverkiezingen van 21 maart lieten een fikse verschuiving zien in 335 gemeenten. Maar verkiezingen kun je winnen om daarna de formatie te verliezen. NRC volgde de afgelopen 16 weken de collegevorming intensief, met circa 100 redacteuren. Op een haar na is dit proces afgerond. Alleen het Zeeuwse Kapelle is (opnieuw) aan het formeren.

Wat zijn de belangrijkste conclusies na vier maanden collegevorming?

Lokalen machtsfactor

Op de tweede rang zitten ze allang niet meer. Na de zoveelste gemeenteraadsverkiezingen waar lokale partijen de grote winnaar werden, nemen die partijen nu ook overal in het land plaats in het college. In 267 gemeenten, tegen 242 in de vorige periode, zit ten minste één lokale partij in het college.

Ze werden lang als sufferdjes gezien, anti-establishment of populistisch en juist daarom populair. En nog altijd hoor je bij lokale afdelingen van landelijke partijen niet zelden zorgen over de bestuurskracht van lokale partijen. Bewijs voor de stelling dat lokale partijen instabiliteit met zich meebrengen, is er echter niet. Na deze collegevorming zijn de lokale partijen bovendien definitief onderdeel geworden van het establishment. Dat ze nu, vaak na een eerdere bestuursperiode, opnieuw in het college terechtkomen, toont hoezeer ze hun macht weten te bestendigen.

De PvdA kreeg veel minder stemmen dan GroenLinks, maar toch zit de partij de komende periode in meer colleges

Opvallend is ook de groei van het aantal gemeenten waar meer dan één lokale partij in het college plaatsneemt: van 55 naar 75. Gemeenten waar lokale partijen het merendeel van het college uitmaken bevinden zich, traditioneel, nog altijd in het zuiden van het land. Een uitzondering is wat dat betreft het Drentse Westerveld. Voorheen zat daar geen enkele lokale partij in het bestuur, nu besturen drie lokale partijen die nooit eerder in het college zaten.

VVD, GL & CU winnen

De ambities waren vooraf hoog: met een „historische” uitslag zou GroenLinks volgens partijleider Jesse Klaver „het land gaan veranderen” en in honderd gemeenten gaan mee besturen. Bijna vier maanden later blijkt die voorspelling niet uit te komen: GroenLinks zit de komende periode in 84 colleges. Een andere ambitie van Klaver werd overigens wel gerealiseerd: in alle vier de grote steden zit GroenLinks in het stadsbestuur.

Alsnog is GroenLinks zo een van de grote winnaars in deze collegevorming. In gemeenten met meer dan 100.000 inwoners is de partij zelfs de belangrijkste machtsfactor geworden: van de 28 gemeenten bestuurt die partij er in 22, meer dan welke partij ook.

Ook de opmars van de VVD springt in het oog. Kijk je naar het aantal inwoners waarover partijen besturen, dan is die partij het CDA ruim voorbijgestreefd en nu ook groter dan de lokale partijen. De partij vestigt zich hiermee definitief in de regio en krijgt vooral een belangrijke rol in de financiële huishouding van gemeenten: 34 procent van de VVD-wethouders heeft die portefeuille. Die groei kan voor de VVD ook kopzorgen meebrengen: al jaren eindigt ze steevast bovenaan in de ranglijst van partijen met lokale politici die in opspraak raakten.

Lees ook: Lokaal lukt het wel, de VVD met GroenLinks

Er is nog een partij uit het kabinet die het opvallend goed heeft gedaan: de ChristenUnie. Hoewel die partij iets daalde in raadszetels, komt ze in een stuk meer colleges: een groei van veertien gemeenten. En niet alleen in de gebieden waar de ChristenUnie traditioneel goed scoort, maar ook in Utrecht, Almelo en Almere. Nu de partij landelijk meebestuurt, lijkt ze op lokaal niveau ook serieuzer te worden genomen. Wat eveneens kan meespelen is dat de ChristenUnie zich lokaal soms rekkelijker lijkt op te stellen. Bijvoorbeeld in Zwolle, waar ze komende periodeakkoord gaat met een verruiming van het aantal koopzondagen.

D66 & SP verliezen

De enige partij uit de landelijke coalitie die duidelijk verliest, is D66. Tijdens de collegevorming deden zij het zelfs nog iets slechter dan bij de verkiezingen. Waar de partij na 21 maart 22 procent daalde in aantallen raadszetels, gaat D66 in 28 gemeenten minder meebesturen: een verlies van 24 procent. Vaak is die partij simpelweg ‘niet meer nodig’ in het lokale bestuur. Bij de veelvoorkomende samenwerking van GroenLinks en VVD valt D66 buiten de boot.

Iets tegenovergestelds lijkt er aan de hand bij de PvdA. Hoewel de neergang die vier jaar geleden begon zich doorzet, stagneert deze wel. De partij kreeg bij de verkiezingen veel minder stemmen dan GroenLinks, maar toch zit de PvdA de komende periode in meer colleges. Lokaal is het nog altijd aantrekkelijk, besturen met de PvdA: een ervaren partij die met vrijwel alle partijen kan samenwerken.

Lees ook: Trage formaties en meer wethouders: zo vormden de gemeenten hun college

Een fors verlies is er ook voor de SP, die nog slechts in 22 gemeenten mee bestuurt, een verlies van 48 procent ten opzichte van vorige periode. Anders dan bij D66 is dat een bewuste keuze. Vier jaar geleden wilde de SP graag laten zien lokaal bestuursverantwoordelijkheid te kunnen dragen, nu was de boodschap van de landelijke partij juist terughoudendheid. Vooraf benadrukte partijleider Lilian Marijnissen dat de lat om mee te besturen hoog lag, hoger dan voorheen. Als de SP geen duidelijk stempel kon drukken op het college, zou ze moeten kiezen voor een rol in de oppositie.

In talloze gemeenten braken ook landelijke flankpartijen door, zoals de PVV, Denk en de Partij voor de Dieren. Maar in geen enkele gemeente gaan zij meebesturen. De redenen lopen uiteen. Soms werden de partijen door anderen buitengesloten, vaak PVV en Denk, terwijl de dierenpartij vaak juist zelf koos voor een oppositierol. 50Plus, dat in 19 gemeenten in de raad kwam, boekte wel een succes: de partij zit de komende periode in twee colleges, in Venlo en Vlissingen.

Correctie (13 juli 2018): In een eerdere versie stond dat het CDA nipt de grootste partij bleef. Dat klopt niet. De VVD was net iets groter.
Correctie (18 juli 2018): In een eerdere versie stond dat 50Plus in één college zit. Dat klopt niet: het zijn er twee.

    • Clara van de Wiel