Klassiekfestival in voormalige gevangeniskolonie Veenhuizen

Klassiek

Met een jaarlijks festival voor klassieke muziek en verhalen wil Veenhuizen de bijzondere geschiedenis als gevangenisdorp levend houden. Schrijfster Mariët Meester groeide er op. „Als kind liepen we als lammeren tussen de leeuwen.”

Schrijfster Mariët Meester groeide op in de gevangeniskolonie Veenhuizen. Op Festival Veenhuizen schetst ze de levens van zeven doden. Foto Sake Elzinga

Kunstenaars schilderen op doek, musici op stilte, zei de beroemde dirigent Leopold Stokowski. En stilte kent het Drentse dorp Veenhuizen in overvloed. Deze plek was eens het decor van een sociaal experiment, een van de zeven Koloniën van Weldadigheid, waar wezen en armoedzaaiers land ontgonnen, hopend op een beter bestaan. Anderhalve eeuw geleden ging die utopische gedachte in rook op, en veranderde Veenhuizen in een open strafinrichting. Ook dat behoort inmiddels tot vervlogen tijden.

Nu resten er nog drie gevangenissen met vijfhonderd inwoners, omringd door zevenhonderd dorpelingen. Maar de sporen van die afgelopen twee eeuwen zijn hier allesbehalve uitgewist. De voorstelling Het Pauperparadijs – naar de bestseller van Suzanna Jansen – lokte bijna honderdduizend bezoekers naar Veenhuizen in de laatste twee jaar. Langs de kaarsrechte wegen staan huizen met stichtelijke namen als ‘Orde en Tucht’ en ‘Werk en Bid’. En boven de deur van de katholieke kerk prijkt het Latijnse ‘Soli Deo Gloria’, alleen aan God de eer, eveneens het motto van componist Johann Sebastian Bach.

Lees ook: Gevangenisdorp ruziet over ‘Het Pauperparadijs’

Voortbordurend op het succes van Het Pauperparadijs staat het dorp vrijdag en zaterdag in het teken van het eerste Festival Veenhuizen, met klassieke concerten en verhalen.

Figuren aan de rafelrand

Schrijfster Mariët Meester schetst tijdens een wandeling op de zaterdag van het festival bij de muziek van John Dowlands Seven Tears de levens van zeven doden op de begraafplaats. Tot haar achttiende groeide ze hier op als het kind van de schooldirecteur. De plek inspireerde Meester later tot de roman Hollands Siberië, want Nederland beschouwde Veenhuizen als „de mestvaalt van de staat”.

Pas later besefte ze dat vrijwel al haar boeken in zekere zin over dit dorp gaan, over gemeenschappen en figuren aan de rafelrand van een samenleving. „Wij groeiden op in een anarchistisch reservaat”, zegt ze. „Deze plek viel ten prooi aan een merkwaardige paradox. Op straat kwamen we gevangenen tegen, en ze zaten op zondag tegelijkertijd met ons in de kerk. Ook de bewoners genoten meer vrijheid dan elders. Er was geen politie die bonnen uitdeelde. We konden straffeloos in het donker driedubbeldik zonder licht fietsend over straat. Mijn broers scheurden hier op hun zestiende al in een eigen auto. Bekeuringen bestonden niet.”

Achter de tralies

Halverwege de jaren tachtig verdween het besloten karakter van Veenhuizen, waar tot dan toe alleen gevangenen en personeel mochten wonen. Gestraften gingen definitief achter tralies. Sindsdien telde Meesters vader zo’n tachtig oud-leerlingen, die terugkeerden naar dit landschap van hun jeugd. „Velen koesteren een gevoel van heimwee”, zegt ze. „Gevangenen hoorden bij de gemeenschap, goed en kwaad leefden naast elkaar. Als kinderen waren we lammeren die tussen de leeuwen liepen. Naar die ‘onschuld’ kan ik terug verlangen. Dit dorp blijft op een mysterieuze manier aan ons trekken.”

Zelf bestierde Meester jarenlang een schrijvershuis in de oude pastorie. En op het kerkhof, waar ze morgen zeven bijzondere levens uit de geschiedenis licht, reserveerde ze voor zichzelf alvast een graf. De gestorven geestelijken liggen hier met de voeten de andere kant op, zodat ze gelovigen kunnen voorgaan naar het hiernamaals als de Dag des Oordeels komt. Verder is voor de dood iedereen gelijk. Maar door Meesters verhalen ademt hij voor zeven zielen plotseling wat minder vergankelijk.

Lees ook dit beeldverhaal uit april 2018: Zonder gevang verliest Veenhuizen zijn ziel

Met een jaarlijks festival voor klassieke muziek wil Veenhuizen zijn geschiedenis levend houden. Het utopische ideaal van de Koloniën van Weldadigheid lijkt een historische voetnoot, maar niets blijkt minder waar. In Nederland leven nog ruim 800.000 nazaten van hun bewoners. Vrijdag en zaterdag zullen hier onder meer de noten van componisten als Mendelssohn en Beethoven weerklinken, twee aanhangers van de verlichtingsgedachten waaruit Veenhuizen voortkwam.

Festival Veenhuizen met onder meer Pynarello, duo Scholtes en Janssens, pianist Julien Libeer, bariton Raoul Steffani en violiste Lisa Jacobs. 13 en 14/7, Veenhuizen. Inl: festivalveenhuizen.nl Muziektheater Het Pauperparadijs. Tot en met 5/8 in Carré Amsterdam. Inl: hetpauperparadijs.nl
    • Joost Galema