Recensie

Julidans is een schurend festival voor doorbijters

Dans Het vluchtelingendrama, identiteit, het lot verkrachtingsslachtoffers: de thema’s waren pittig in de eerste week van Julidans. Anne Teresa De Keersmaeker was als verwacht een hoogtepunt.

‘Dark Field Analysis’ roept vragen op: is het echte intimiteit, of vooral een poging? Foto Ben Mergelsberg

Julidans is dit jaar een festival voor doorbijters. De thema’s waren vooral in de eerste week pittig – het vluchtelingendrama op de Middellandse Zee, identiteitsvraagstukken van een Molenbeekmoslim en Argentijns-Joodse vrouw, het lot van Rwandese verkrachtingsslachtoffers – maar de vaak nog prille makers blijken er ook meer boven hun macht te grijpen.

Daarbij is het ook de vraag hoe een onrijp, hooguit sympathiek stuk als van de Molenbekenaar Yassin Mrabtifi überhaupt in een hoog aangeschreven festival als Julidans is terechtgekomen. Ook wonderlijk is dat Lisi Estaràs en Ido Batash niet verder komen dan een simplistische één op één verbeelding (geweld, muziek, angst) van de joodse groepsidentiteit komen, terwijl zij als danser jaren de kunst hebben kunnen afkijken van een intelligente theatermaker als Alain Platel.

Multifunctionele tl-buis

Mette Ingvartsen is één van de positieve uitzonderingen. Nadat zij eerder de evolutie van de menselijke lust onder de loep nam, richt ze zich nu op pornografie. In een theatraal uitwaaierende lecture-performance, een vorm die zij uitstekend beheerst, zet zij de fantasie van de toeschouwers aan het werk, sprekend, soms dansend of manipulerend met een multifunctionele tl-buis (denk dildo). En omdat fantasie in het hoofd begint, dient een minutieuze beschrijving van het misbruik van een meisje (denk Pasolini’s Salò) als startpunt.

In 21 Pornographies voert Ingvartsen het publiek met steeds meer, meer van haar lichaam, dat als object én als onderdrukker handelt, meer perverse varianten, tot gruwelijke ‘oorlogsporno’ (denk Abu Ghraib) aan toe. Bewonderenswaardig hoe Ingvartsen toont dat de lat voor de climax steeds hoger komt te liggen én nog humor weet te blazen in de duistere driehoek seks-macht-onderdrukking.

In While they were floating spreekt Hooman Sharifi ook nadrukkelijk het voorstellingsvermogen van het publiek aan. Nadat de veertien (hoofdzakelijk) westerse dansers zichzelf hebben ‘voorgesteld’ – ze vertellen over jeugdherinneringen en ervaringen van vluchtelingen – creëert Sharifi een emotioneel crescendo, met geabstraheerde dans over de angst voor oorlogsgeweld, het uiteenslaan van gemeenschappen en families, het verloren zwerven (drijven of verdrinken) in volkomen duisternis, de volkomen uitzichtloosheid.

Sharifi geeft geen opmerkelijke visie op de vluchtelingencrisis, maar hij slaagt erin de toeschouwer een glimp te tonen van levens die van alle ankers zijn losgeslagen.

Samensmelting of een krachtmeting?

Beklemmend en razend knap is Dark Field Analysis van de Zweeds-Nederlandse Jefta van Dinther. In een desoriënterende belichting laat hij het publiek, om het speelvlak gezeten, dicht op de naakte huid komen van twee jonge mannen. Op een groen kleedje gevleid voeren ze een gesprek, als twee geliefden tijdens een déjeuner sur l’herbe. Maar de mechanische motoriek van een van hen, het bijna plichtmatige karakter van hun uitwisseling vertroebelt de ogenschijnlijke eenduidigheid van de situatie: is het echte intimiteit, of vooral een poging? Is de oplopende lichamelijkheid een passionele samensmelting of een krachtmeting? Is dit eigenlijk een soort innerlijk dialoog van één?

Al die vragen en lagen schuiven over elkaar heen en intrigeren tot na het kleine uur dat Dark Field Analysis duurt. Dat zijn de beste voorstellingen.

Néant, de solo van Dave St-Pierre, is zeker een soort zelfanalyse. Het geliefde enfant terrible plaatst zich, met blonde pruik uitgedost als een personage dat hij graag, in veelvoud, in zijn groepswerken opvoerde, tussen het publiek en bekijkt de ‘performative art’ van de ‘echte’ Dave sceptisch. Met een hysterisch kopstemmetje onthult hij, met veel (zelf)ironie, zijn grote voorbeelden: Pina Bausch, Jan Fabre, Anne Teresa De Keersmaeker, Marina Abramovic.

Door alle flauwiteiten raken de mooie scènes ondergesneeuwd, waarin St-Pierre in een bodybag als projectiescherm dient voor beelden van skelet, bloedbanen en pulserende zenuwstromen – het leven kortom. Het zijn verwijzingen naar zijn eigen penibele gezondheidssituatie, maar zonder voorinformatie valt die link niet te leggen.

Lees ook de column van Joyce Roodnat over de performance van Dave St-Pierre: ‘I need a mán!’ ‘You just hád one!’

Natuurlijk is het geen verrassing dat Mitten wir im Leben sind/Bach6cellosuiten van Anne Teresa De Keersmaeker ook tot de hoogtepunten behoort. Het is één van de meest dansante producties in Julidans, en het is prachtig hoe De Keersmaeker (die wegens een blessure ontbrak) op een volstrekt autonome, losse manier de vijf dansers toch heel dicht tegen de noten aan laat kruipen die cellist Jean-Guihen Queyras live op het toneel gezeten speelt. Zes cellosuites vergen weliswaar ook veel concentratie, maar De Keersmaekers pure muziekchoreografie voelt als een verzachtende balsem in een schurend festival.

    • Francine van der Wiel