Jeugd-tbs moet criminele jongere goed leren ‘landen’

PIJ-maatregel

De 17-jarige verdachte van de moord op de 14-jarige Savannah krijgt deze vrijdag uitspraak. Wat staat hem bij veroordeling te wachten?

Herdenkingsplek bij de school van Savannah in Bunschoten. Foto Remko de Waal/ANP

Een tiener die een moord heeft gepleegd, doet zoiets later in zijn leven bijna nooit nog een keer, zegt Peter van der Laan. De hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit in Amsterdam volgt sinds 1992 de criminele loopbaan van mensen die als minderjarige veroordeeld zijn voor moord of doodslag – jaarlijks een stuk of zeven, acht, schat hij. In die groep is „welgeteld” één jongere, zegt hij, een tweede keer veroordeeld voor een dodelijk delict. „Tieners helpen niet om de haverklap mensen om zeep.”

Deze vrijdag hoort Angelo S. (17) de uitspraak in zijn zaak. Het Openbaar Ministerie (OM) houdt de jongen verantwoordelijk voor de moord op de 14-jarige Savannah uit Bunschoten, een jaar geleden. Twee jaar jeugddetentie en (mogelijk langere) jeugd-tbs hangen hem boven het hoofd, het maximum voor een 16- of 17-jarige.

Jeugd-tbs – officieel: plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, PIJ – kan iedere twee jaar worden verlengd door de rechter, tot maximaal zeven jaar. Daarna kan de PIJ-maatregel nog worden omgezet in tbs met dwangverpleging. Met de invoering van het adolescentenstrafrecht is de leeftijdsgrens voor het jeugdstrafrecht verhoogd tot 22 jaar en kan de PIJ op iemands 29ste eindigen. Volgens Van der Laan gebeurt dat bijna nooit.

Psychische aandoening

De Justitiële Jeudinrichting in Lelystad huisvest zo’n zeventig jongeren, allemaal mannen, gemiddeld 19 jaar. Ze zitten in voorlopige hechtenis of in jeugddetentie, een aantal onder PIJ-regime. De rechter legt de PIJ-maatregel veelal op aan jongeren die een gewelddadig misdrijf hebben gepleegd en die een ernstige psychische aandoening hebben: een gedragsstoornis, bijvoorbeeld, of een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Zij krijgen daarvoor een behandeling. In 2016 gebeurde dit 208 keer, meldt het jaarverslag 2017 van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Behandeling duurt gemiddeld drieënhalf jaar.

De resultaten van het forensisch onderzoek worden eind maart verwacht, zegt het Openbaar Ministerie.

Van der Laan noemt de PIJ-maatregel een ‘cocktail’ van individuele begeleiding en groepsactiviteiten. In de JJI Lelystad leert een jongen praten over het delict dat hij heeft begaan. Dat is vaak nieuw voor ze, zegt behandelcoördinator Esther Crombach. Want jongeren houden, in de hoop hun straf te ontlopen, tot de veroordeling vaak hun lippen op elkaar.

Ook Angelo S. ontkende tot nu alles. „Als ze hier zitten”, zegt Crombach, „praten ze wel.” Ze gaan vertellen wat er gebeurd is en waarom. Daarover geven ze een presentatie aan hun ouders. Intussen volgen de jongeren vijf à zes uur per dag onderwijs, krijgen ze therapie om sociale vaardigheden te verbeteren en leren ze agressie te reguleren.

Na ruim een half jaar behandeling komen ze in aanmerking voor verlof. Eerst is dat een uurtje onder begeleiding naar het park. Daarna bijvoorbeeld naar het nabije outletcentrum Bataviastad. Als dat goed gaat, volgen uitstapjes zonder begeleiding: naar de ouders, stage, fitness.

Dure grap

Aan jeugddetentie in combinatie met intensieve begeleiding en behandeling zijn flinke kosten verbonden. De jongste cijfers zijn over 2012; de Algemene Rekenkamer berekende dat jeugddetentie en PIJ-behandeling toen 563 euro per persoon per dag kostte. „Een dure grap”, erkent Crombach, „maar als je zo zorgt dat jongeren goed landen, is dat het waard.”

Niet elke jongere ‘landt’ overigens goed. Bijna 40 procent van de jongeren die in 2012 klaar waren met de PIJ-behandeling, kwam na twee jaar opnieuw in contact met justitie voor „ernstige recidive” (delicten waarop vier jaar of meer staat) en 13 procent voor „zeer ernstige recidive” (acht jaar of meer).

Vooral bij jongeren onder de 16 jaar is de kans groot dat de behandeling aanslaat, zegt Esther Crombach. Ze hebben vaak een hechte band met de begeleiding, zegt zij, en zijn minder verhard. „Sommige jongens willen helemaal niet weg”, zegt ze. „Die voelen zich heel veilig hier.”

    • Martin Kuiper