Huilen, schelden, beschuldigen. Wat heeft het opgeleverd?

Zaak-Holleeder Na 30 zittingsdagen zijn twee van de vijf moorden in de strafzaak tegen Willem Holleeder behandeld. Een tussenstand.

Illustratie Aloys Oosterwijk

„Allemaal Jordaancabaret.” Zo omschreef Willem Holleeder eind mei het optreden van zijn zussen Astrid en Sonja bij de Amsterdamse rechtbank. De verhoren van zijn jongste zus Astrid hadden wat weg van een emotionele achtbaan, met huilbuien, scheldpartijen en beschuldigingen over en weer. Twee weken geleden greep rechtbankvoorzitter Frank Wieland in toen Astrid de vraag opwierp of haar broer „tbs-waardig” is en Willem haar „parasiet” noemde. „De stemming stijgt, maar het peil daalt”, onderbrak Wieland onderkoeld.

Donderdag sprak Wieland Astrid Holleeder aan op de wijze waarop zij Holleeders advocaat Sander Janssen bejegende. Dat vond hij ongepast en niet in lijn met de manier waarop Astrid zich de afgelopen zes maanden heeft gepresenteerd. Op de laatste zittingsdag voor het zomerreces, dat tot 3 september duurt, draaide het vooral om de moord op vastgoedbaron Wim Endstra. Wat hebben de heftige confrontaties tussen Willem en Astrid Holleeder opgeleverd? En hoe gaat het nu verder in de meest besproken strafzaak van dit jaar? Een tussenstand.

Lees ook het artikel uit NRC over de hoofdpersonen in de zaak-Holleeder

1 Hoe ver is de strafzaak inmiddels gevorderd?

Twee van de vijf moorden waarvan Willem Holleeder wordt beschuldigd, zijn behandeld. De moord op Cor van Hout was emotioneel het meest beladen. Van Hout en Holleeder waren jeugdvrienden en Cor was de partner van Willems zus Sonja. De schutters die Van Hout in 2003 hebben vermoord, zijn nooit gevonden. Dat maakt mede dat moeilijk te bewijzen is dat Holleeder de opdrachtgever is.

Volgens zijn zussen was het Holleeder te doen om het geld van Van Hout en was hij na de breuk tussen de twee ontvoerders van Freddy Heineken (1983) in 1996 tot drie keer toe betrokken bij moordpogingen: in 1996, 2000 en 2003 – die slaagde.

Tegenover de verklaringen van de zussen van Holleeder en zijn ex-vriendin Sandra Klepper over de manier waarop Willem over zijn zwager Van Hout sprak, staat een harde ontkenning van Holleeder zelf. De advocaten van Holleeder hebben bijna 30 jaar onderwereldgeschiedenis gereconstrueerd. Daarin hebben ze laten zien dat Van Hout heel veel vijanden had in het criminele milieu, waarin Holleeder destijds een relatief ondergeschikte positie innam.

Ondanks deze manmoedige reconstructie wees de rechtbank een verzoek om de voorlopige hechtenis van Holleeder te schorsen voor de moord op Van Hout af. Zij hebben zich niet uitgelaten over de schuldvraag, maar zijn er nog niet van overtuigd dat Holleeder het niet heeft gedaan.

De behandeling van de tweede moord, die op vastgoedbaron Wim Endstra in 2004, nam aanzienlijk minder tijd in beslag. Dat komt omdat de hele voorgeschiedenis vrij nauw aansluit bij de moord op Van Hout en omdat Holleeder al is veroordeeld voor de afpersing van Endstra. Veel van de feiten die relevant zijn voor de beschuldiging van moord zijn besproken tijdens de afpersingszaak waarvoor Holleeder in 2007 is veroordeeld. Bij beide moorden is er weinig of geen direct bewijs dat Holleeder direct linkt aan de moord.

2 Maakt dat Willem Holleeder geloofwaardig?

Op de eerste zittingsdag in februari begon Holleeder met het bekennen van twee leugens. Waar hij altijd had volgehouden dat hij geen geld had overgehouden aan de Heinekenontvoering, zei ‘de Neus’ dat hij wel degelijk een deel van het nooit gevonden losgeld had opgestreken. Het ging om 11 miljoen gulden (dat zou nu 9,2 miljoen euro waard zijn) waarvan hij een fors deel na het uitzitten van zijn straf investeerde bij Endstra. En dat is meteen de tweede leugen.

Tijdens de afpersingszaak verklaarde hij nooit geld te hebben geïnvesteerd bij Endstra. Hoewel de Neus voor die zaak onherroepelijk is veroordeeld, houdt Holleeder vol dat hij Endstra nooit heeft afgeperst. „Ik wilde alleen mijn geld terug”, aldus Holleeder. „Ik vind dat geen afpersen.”

Gezien die eerdere leugens is de vraag waarom Holleeder nu wel moet worden geloofd. De twijfel over zijn geloofdwaardigheid werd zichtbaar op momenten dat Holleeder gevraagd werd naar verklaringen voor bepaalde uitspraken in heimelijk opgenomen gesprekken met zijn zus Astrid. Wat bedoelde hij toen hij zei „dat Sonja Cor toch ook dood wilde”? Zijn antwoord leek de rechters niet te overtuigen. Dat gold ook voor Holleeders uitleg over aantekeningen die misdaadverslaggever Peter R. de Vries heeft gemaakt van gesprekken met Holleeder. Sommige dingen moesten de rechters niet zo letterlijk nemen en over andere kwesties beriep de doorgaans praatgrage Holleeder zich op zijn zwijgrecht. Holleeders vaak gebruikte oneliner „Zo is het, en zo is het gegaan”, klonk plots veel minder stellig.

De rechtbank hield Holleeder ook voor dat de feiten die in de afpersingszaak zijn vastgesteld niet ter discussie staan. Zo zijn daar de verklaringen van Endstra zelf, die in het jaar voor zijn dood uitgebreid sprak met de politie maar uit vrees voor zijn leven nooit aangifte heeft durven doen. Gezien de rol die Endstra zelf speelde in de onderwereld hebben rechtbank en hof geoordeeld dat de verhalen van Endstra met de nodige voorzichtigheid moeten worden behandeld maar wel als bewijs kunnen worden gebruikt als zijn beweringen worden gesteund door ander bewijsmateriaal.

3 Hoe gaat het nu verder?

Na de zomer behandelt de rechtbank de moorden op John Mieremet, Kees Houtman en Thomas van der Bijl. Met name de dossiers van de laatste twee moorden zijn beter onderbouwd, al was het maar omdat de schutters in beide zaken inmiddels onherroepelijk zijn veroordeeld. Dat is mede gebeurd op basis van twee kroongetuigen: Peter la Serpe en Fred Ros. Zij hebben allebei belastend verklaard over de rol van Holleeder bij die moorden.

Dat is van belang omdat La Serpe is veroordeeld voor zijn rol bij de moord op Houtman en Ros voor zijn rol bij de moord op Van der Bijl. De twee mannen zullen in het najaar door de rechtbank worden verhoord. Het zal vermoedelijk weinig Jordaancabaret opleveren maar voor het bewijs tegen Holleeder zijn de twee kroongetuigen zeker zo belangrijk als de verklaringen van zijn zussen.

    • Jan Meeus